Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken
Einde inhoudsopgave
Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken (FM nr. 180) 2024/8.3:8.3 Gradaties van bewijskracht: woord vooraf
Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken (FM nr. 180) 2024/8.3
8.3 Gradaties van bewijskracht: woord vooraf
Documentgegevens:
mr. drs. A. Heidekamp, datum 13-10-2023
- Datum
13-10-2023
- Auteur
mr. drs. A. Heidekamp
- JCDI
JCDI:ADS940414:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Net zoals ik in paragraaf 7.3.3 heb gedaan ten aanzien van het algemene fiscale bewijsrecht, kondig ik hierbij aan dat de vereiste bewijsgradatie in fiscale bestuurlijke boetezaken uitgebreid zal worden behandeld ná de bewijsvoering en vóór de keuze, weging en waardering van de bewijsmiddelen. Voor een goed begrip merk ik op dat in hoofdstuk 13 aan de orde zal komen dat in fiscale bestuurlijke boetezaken als uitgangspunt de strafrechtelijke notie van ‘beyond reasonable doubt’ moet worden aangelegd. Die bewijsgradatie zal in de daaraan voorafgaande hoofdstukken (bij de bespreking van de andere deelgebieden van het bewijsrecht) reeds af en toe opduiken. Op deze plaats is van belang dat ‘beyond reasonable doubt’ overeenkomt met de zware gradatie van doen blijken (overtuigend aantonen) en dat deze gradatie geldt voor het bewijs van de bestanddelen van het beboetbare feit.