Gst. 2012/85
Tijdelijk huisverbod. Toets rechter. In dit geval is niet komen vast te staan dat het in art. 2 Wth bedoelde gevaar dan wel de dreiging daarvan zich voordeed. Burgemeester ten onrechte bevoegd geacht tot het opleggen van een huisverbod. Afdeling kent immateriële schadevergoeding toe.
RvS 16-05-2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW5975, m.nt. L.J.J. Rogier
- Instantie
Raad van State
- Datum
16 mei 2012
- Magistraten
Mr. M. Vlasblom
- Zaaknummer
201106958/1/A3
- Noot
L.J.J. Rogier
- LJN
BW5975
- JCDI
JCDI:ADS911829:1
- Vakgebied(en)
Bestuursprocesrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2012:BW5975, Uitspraak, Raad van State, 16‑05‑2012
- Wetingang
Art. 1 aanhef en sub b, 2 lid 1 Wth; 2 lid 1, lid 2 Bth
Essentie
Tijdelijk huisverbod. Toets rechter. In dit geval is niet komen vast te staan dat het in art. 2 Wth bedoelde gevaar dan wel de dreiging daarvan zich voordeed. Burgemeester ten onrechte bevoegd geacht tot het opleggen van een huisverbod. Afdeling kent immateriële schadevergoeding toe.
Samenvatting
De Afdeling stelt vast dat het huisverbod aan appellante is opgelegd naar aanleiding van een aangifte van de partner. Partner heeft toen tegenover de hulpofficier verklaard dat hij lijdt aan de ziekte van Parkinson, dat appellante hem uit zijn rolstoel heeft geslagen en vervolgens heeft geweigerd hem overeind te helpen. Daarbij ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.