HR, 10-03-2020, nr. 19/04543
ECLI:NL:HR:2020:392
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
10-03-2020
- Zaaknummer
19/04543
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
Materieel strafrecht (V)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:HR:2020:392, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 10‑03‑2020; (Cassatie, Artikel 80a RO-zaken)
In cassatie op: ECLI:NL:GHDHA:2019:750
- Vindplaatsen
Uitspraak 10‑03‑2020
Inhoudsindicatie
Aanmerkelijk onvoorzichtig en nalatig varen met een binnenvaartschip op de Nieuwe Maas op 16 oktober 2013 waardoor een motorjacht is gezonken en twee personen zijn verdronken. Eendaadse samenloop van het aan zijn schuld te wijten zijn dat een vaartuig zinkt, terwijl daardoor levensgevaar voor een ander ontstaat en het feit iemands dood ten gevolge heeft (art. 169.1 en .2 Sr), het aan zijn schuld te wijten zijn dat een vaartuig zinkt, terwijl daardoor levensgevaar voor een ander ontstaat (art. 169.1 Sr), overtreding van art. 1.04 Binnenvaartpolitiereglement en overtreding van art. 6.09 Binnenvaartpolitiereglement. HR: art. 80a RO, zonder schriftelijk standpunt PG.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 19/04543
Datum 10 maart 2020
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 8 april 2019, nummer 22/005059-17, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981,
hierna: de verdachte.
1. Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.M.A. Loevendie, advocaat te Breda, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 maart 2020.