Voor de waardering een vruchtgebruik of periodieke uitkering wordt voor de schenk- en erfbelasting uitgegaan van een jaarlijkse opbrenst van 6% per jaar. Die bepaling is opgenomen in artikel 10 Uitvoeringsbesluit Successiewet.
Wat vindt u in de Vakstudie?
1. De geschiedenis en de achtergrond van artikel 10 van het Uitvoeringsbesluit Successiewet 1956
In aant. 1 wordt ingegaan op een aantal algemene aspecten van de berekening van de waarde periodieke uitkeringen en vruchtgebruik. De historie van de berekening en de parlementaire behandeling worden behandeld in aant. 1.2 en de bedoeling van de bepaling in aant. 1.4. Aant. 1.6. behandelt de plaats van artikel 10 binnen de Successiewet. Een overzicht van de verschenen literatuur over de waardering van een vruchtgebruik of periodieke uitkering is opgenomen in aant. 1.3. In aant. 1.20 wordt ingegaan op de actualisatie van het rentepercentage.
2. Het rentepercentage
In aant. 2 wordt het rentepercentage behandeld, waarmee de jaarlijkse opbrengst van het recht wordt vastgesteld. Dat percentage is sinds 1980 6%.
3. Verbindendheid forfaitaire berekening
De artikelen 5 tot en met 10 Uitvoeringsbesluit Successiewet 1956 geven rekenregels om de waarde van periodieke uitkeringen en vruchtgebruik te bepalen. De vraag of die rekenregels altijd dwingend zijn, wordt behandeld in aant. 3.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Vakstudie Successiewet, art. 10 Uitvoeringsbesluit SW 1956, aant. 1.1
Aant. 1.1 Inleiding
Actueel t/m 15-04-2026
15-04-2026, het commentaar is bijgewerkt t/m BNB 2026/57 en V-N 2026/17.30.
01-08-1956 tot: -
Vakstudie Successiewet, art. 10 Uitvoeringsbesluit SW 1956, aant. 1.1
Schenk- en erfbelasting / Erfbelasting
Uitvoeringsbesluit Successiewet 1956 artikel 10
Beschouwing
Voor de waardering een vruchtgebruik of periodieke uitkering wordt voor de schenk- en erfbelasting uitgegaan van een jaarlijkse opbrenst van 6% per jaar. Die bepaling is opgenomen in artikel 10 Uitvoeringsbesluit Successiewet.
Wat vindt u in de Vakstudie?
1. De geschiedenis en de achtergrond van artikel 10 van het Uitvoeringsbesluit Successiewet 1956
In aant. 1 wordt ingegaan op een aantal algemene aspecten van de berekening van de waarde periodieke uitkeringen en vruchtgebruik. De historie van de berekening en de parlementaire behandeling worden behandeld in aant. 1.2 en de bedoeling van de bepaling in aant. 1.4. Aant. 1.6. behandelt de plaats van artikel 10 binnen de Successiewet. Een overzicht van de verschenen literatuur over de waardering van een vruchtgebruik of periodieke uitkering is opgenomen in aant. 1.3. In aant. 1.20 wordt ingegaan op de actualisatie van het rentepercentage.
2. Het rentepercentage
In aant. 2 wordt het rentepercentage behandeld, waarmee de jaarlijkse opbrengst van het recht wordt vastgesteld. Dat percentage is sinds 1980 6%.
3. Verbindendheid forfaitaire berekening
De artikelen 5 tot en met 10 Uitvoeringsbesluit Successiewet 1956 geven rekenregels om de waarde van periodieke uitkeringen en vruchtgebruik te bepalen. De vraag of die rekenregels altijd dwingend zijn, wordt behandeld in aant. 3.