Hof Amsterdam, 29-11-2019, nr. 200.262.496/01 OK
ECLI:NL:GHAMS:2019:4237
- Instantie
Hof Amsterdam
- Datum
29-11-2019
- Zaaknummer
200.262.496/01 OK
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:GHAMS:2019:4237, Uitspraak, Hof Amsterdam, 29‑11‑2019; (Eerste aanleg - meervoudig)
ECLI:NL:GHAMS:2019:4229, Uitspraak, Hof Amsterdam (OK), 27‑11‑2019; (Eerste aanleg - meervoudig)
ECLI:NL:GHAMS:2019:2764, Uitspraak, Hof Amsterdam, 29‑07‑2019; (Eerste aanleg - meervoudig)
ECLI:NL:GHAMS:2019:2754, Uitspraak, Hof Amsterdam, 26‑07‑2019; (Eerste aanleg - meervoudig)
- Vindplaatsen
OR-Updates.nl 2020-0048
OR-Updates.nl 2019-0136
Uitspraak 29‑11‑2019
Inhoudsindicatie
OK; Enquête; aanwijzing beheerder van aandelen
Partij(en)
beschikking
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.262.496/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 29 november 2019
inzake
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ANKIBE B.V.,
gevestigd te Zaandijk,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
3DAMES B.V.,
gevestigd te Heerhugowaard,
VERZOEKSTERS,
advocaten: mr. E. Stegerhoek, mr. K. Watanabe en mr. B. de Ruijter, allen kantoorhoudende te Amsterdam,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
MEGA WINDFORCE HOLDING B.V.,
gevestigd te Zaanstad,
VERWEERSTER,
advocaten: mr. M.W.E. Evers en mr. J.A.I. Verheul, beiden kantoorhoudende te Amsterdam (voorheen: mr. S.J.H.M. Berendsen en mr. P.L. Hezer),
e n t e g e n
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
BRAINMAKER B.V.,
gevestigd te Wassenaar,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
FOREST WING B.V.,
gevestigd te Nieuw-Vennep,
3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
RIKUS B.V.,
gevestigd te Zaanstad,
4. [A],
wonende te [....] ,
5. [B],
wonende te [....] ,
6. [C],
wonende te [....] ,
BELANGHEBBENDEN,
advocaten: mr. S.J.H.M. Berendsen en mr. P.L. Hezer, beiden kantoorhoudende te Amsterdam.
1. Het verloop van het geding
1.1
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen in deze zaak van 26 en 29 juli 2019 en 27 november 2019.
1.2
Bij de beschikkingen van 26 en 29 juli 2019 heeft de Ondernemingskamer – voor zover thans van belang – een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Mega Windforce Holding B.V., Mega Windforce B.V. en Mega Windforce IP B.V. over de periode vanaf 18 oktober 2018, een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd teneinde het onderzoek te verrichten en de vaststelling van het bedrag dat het onderzoek mag kosten aangehouden, alsmede bij wijze van onmiddellijke voorziening en vooralsnog voor de duur van het geding prof. C.A. Willemse MSC MBA te Delft tot bestuurder van Mega Windforce Holding B.V. benoemd.
1.3
Bij de beschikking van 27 november 2019 heeft de Ondernemingskamer bij wijze van aanvullende onmiddellijke voorziening en vooralsnog voor de duur van het geding bepaald dat de aandelen in Mega Windforce Holding B.V. ten titel van beheer zijn overgedragen aan een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon.
2. De gronden van de beslissing
De Ondernemingskamer zal thans de hierna te vermelden persoon aanwijzen als beheerder van aandelen, een en ander zoals bedoeld in de beschikking van 27 november 2019.
3. De beslissing
De Ondernemingskamer:
wijst aan als beheerder van aandelen als bedoeld in de beschikking van 27 november 2019 in deze zaak: mr. W.J.P. Jongepier te Amsterdam;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. M.M.M. Tillema en mr. A.J. Wolfs, raadsheren, en mr. D.E.M. Aleman MBA en prof. dr. mr. S. ten Have, raden, in tegenwoordigheid van mr. B.J. Blok, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 29 november 2019.
Uitspraak 27‑11‑2019
Inhoudsindicatie
OK; Enquête; toewijzing verzoek aanvullende onmiddellijke voorzieningen
Partij(en)
beschikking
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.262.496/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 27 november 2019
inzake
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ANKIBE B.V.,
gevestigd te Zaandijk,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
3DAMES B.V.,
gevestigd te Heerhugowaard,
VERZOEKSTERS,
advocaten: mr. E. Stegerhoek, mr. K. Watanabe en mr. B. de Ruijter, allen kantoorhoudende te Amsterdam,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
MEGA WINDFORCE HOLDING B.V.,
gevestigd te Zaanstad,
VERWEERSTER,
advocaten: mr. M.W.E. Evers en mr. J.A.I. Verheul, beiden kantoorhoudende te Amsterdam (voorheen: mr. S.J.H.M. Berendsen en mr. P.L. Hezer),
e n t e g e n
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
BRAINMAKER B.V.,
gevestigd te Wassenaar,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
FOREST WING B.V.,
gevestigd te Nieuw-Vennep,
3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
RIKUS B.V.,
gevestigd te Zaanstad,
4. [A],
wonende te [....] ,
5. [B],
wonende te [....] ,
6. [C],
wonende te [....] ,
BELANGHEBBENDEN,
advocaten: mr. S.J.H.M. Berendsen en mr. P.L. Hezer, beiden kantoorhoudende te Amsterdam.
1. Het verloop van het geding
1.1
In het vervolg zullen partijen, belanghebbenden en andere (rechts)personen (ook) als volgt worden aangeduid:
- -
verzoekster sub 1 (thans ook belanghebbende) als Ankibe;
- -
verzoekster sub 2 (thans ook belanghebbende) als 3Dames;
- -
verzoeksters sub 1 en 2 (thans ook belanghebbenden) gezamenlijk als Ankibe c.s.;
- -
verweerster (thans verzoekster) als MWF;
- -
belanghebbenden 1 tot en met 6 ieder afzonderlijk als BRainmaker, Forest Wing, Rikus, [A] , [B] en [C] ;
- -
belanghebbenden 1 tot en met 3 gezamenlijk als Rikus c.s.;
- -
belanghebbenden 4 tot en met 6 gezamenlijk als [C] c.s.;
- -
prof. C.A. Willemse MSC MBA als Willemse;
- -
[D] als [D] ;
- -
[E] als Van der [E] ;
- -
[F] als Van [F] .
1.2
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen in deze zaak van 26 en 29 juli 2019. Bij die beschikkingen heeft zij, onder aanhouding van de aanwijzing van een onderzoeker, een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van MWF, Mega Windforce B.V. en Mega Windforce I.P. B.V. over de periode vanaf 18 oktober 2018 alsmede, bij wijze van onmiddellijke voorziening vooralsnog voor de duur van het geding, Willemse benoemd tot zelfstandig vertegenwoordigingsbevoegd bestuurder met beslissende stem, zonder wie MWF niet vertegenwoordigd kan worden.
1.3
MWF heeft bij op 23 oktober 2019 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verzoekschrift met producties de Ondernemingskamer verzocht, zakelijk weergegeven, bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad, bij wijze van aanvullende onmiddellijke voorzieningen voor de duur van het geding en zo nodig in afwijking van de statuten van MWF:
- a.
alle aandelen in het kapitaal van MWF ten titel van beheer over te dragen aan een door de Ondernemingskamer aan te wijzen persoon;
- b.
[C] c.s. te schorsen als bestuurders van MWF;
- c.
althans een of meer andere naar het oordeel van de Ondernemingskamer passende voorziening(en) te treffen,
alsmede om [C] c.s. hoofdelijk te veroordelen in de kosten van het geding.
1.4
Ankibe c.s. hebben bij op 4 november 2019 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verweerschrift tevens houdende zelfstandig verzoek tot het treffen van aanvullende onmiddellijke voorzieningen met producties de Ondernemingskamer verzocht, bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad:
- a.
[C] c.s. voor de duur van het geding als bestuurders van MWF te schorsen;
- b.
de door Rikus c.s. gehouden aandelen in het kapitaal van MWF voor de duur van het geding ten titel van beheer over te dragen aan een door de Ondernemingskamer aan te wijzen persoon;
- c.
de door MWF verzochte overdracht van aandelen ten titel van beheer af te wijzen, voor zover het de door Ankibe c.s. gehouden aandelen betreft;
- d.
te bepalen dat Rikus c.s. hoofdelijk de kosten van de onmiddellijke voorzieningen dienen te financieren, door daarvoor toereikende zekerheid te stellen;
- e.
Rikus c.s. te veroordelen in de kosten van dit geding aan de zijde van MWF en Ankibe c.s., inclusief nakosten.
1.5
Rikus c.s. en [C] c.s. hebben bij op 4 november 2019 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verweerschrift met producties de Ondernemingskamer verzocht, bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad:
primair
a. MWF in haar verzoek niet-ontvankelijk te verklaren, althans haar verzoek af te wijzen;
subsidiair
het verzoek van MWF af te wijzen voor zover dit ziet op (i) de overdracht ten titel van beheer van de aandelen in het kapitaal van MWF gehouden door Rikus c.s., althans meer subsidiair de aandelen gehouden door BRainmaker en Forest Wing en (ii) de schorsing van [A] en [B] als bestuurders van MWF;
primair, subsidiair en meer subsidiair
de thans getroffen onmiddellijke voorziening op te schorten totdat daar opnieuw om wordt verzocht door de meest gerede partij;
partijen ieder te veroordelen in het dragen van hun kosten in dit geding.
1.6
De verzoeken zijn behandeld ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 14 november 2019. Bij die gelegenheid zijn als advocaten van MWF en Ankibe c.s. de op het voorblad vermelde advocaten aanwezig geweest en als advocaten van Rikus c.s. en [C] c.s. mr. Berendsen voormeld alsmede diens kantoorgenoot mr. L.P. Wiggers. De advocaten hebben de standpunten van de onderscheiden partijen toegelicht aan de hand van – aan de Ondernemingskamer en de wederpartijen overgelegde – aantekeningen en onder overlegging van op voorhand aan de Ondernemingskamer en de wederpartijen gezonden nadere producties. Partijen en hun advocaten hebben vragen van de Ondernemingskamer beantwoord en inlichtingen verstrekt.
1.7
Ter zitting hebben Rikus c.s. en [C] c.s. bezwaar gemaakt tegen de door MWF op 13 november 2019 ingediende producties 38 tot en met 44, nu deze minder dan 24 uur voor de zitting zijn ingediend. De Ondernemingskamer heeft dit bezwaar ter zitting verworpen. Mr. Berendsen heeft verzocht bij akte op de producties te mogen reageren.
1.8
Bij e-mail van 15 november 2019 heeft de secretaris van de Ondernemingskamer partijen bericht dat Rikus c.s. en [C] c.s. in de gelegenheid worden gesteld om bij akte te reageren op de inhoud van de door MWF ingediende producties 40, 42, 43 en 44, waarna MWF en Ankibe c.s. in de gelegenheid worden gesteld op deze akte te reageren.
1.9
Bij akte van 19 november 2019 hebben Rikus c.s. en [C] c.s. gereageerd op de door MWF ingediende producties 40, 42, 43 en 44.
1.10
Bij akte van 21 november 2019 heeft MWF op voormelde akte gereageerd.
1.11
Eveneens bij akte van 21 november 2019 hebben Ankibe c.s. op de door Rikus c.s. en [C] c.s. ingediende akte gereageerd.
2. De feiten
De Ondernemingskamer gaat uit van de feiten zoals die zijn opgenomen in de beschikking in deze zaak van 26 juli 2019, die hierna voor zover van belang voor de onderhavige verzoeken worden herhaald en aangevuld.
2.1
MWF is op 1 april 2016 opgericht. Ankibe houdt 23,3% van de aandelen in het geplaatste kapitaal van MWF en 3Dames 18,4%. Gezamenlijk houden Ankibe c.s. derhalve 41,7% van de aandelen. Rikus houdt 17,5% van de aandelen, Forest Wing 13,6% en BRainmaker 27,2%, zodat Rikus c.s. gezamenlijk 58,3% van de aandelen in het geplaatste kapitaal van MWF houden.
2.2
De natuurlijke persoon achter Ankibe is [D] en achter 3Dames Van der [E] . De natuurlijke personen achter Rikus, Forest Wing en BRainmaker zijn respectievelijk [C] , [B] en [A] .
2.3
[C] , [A] en [B] vormen – thans samen met Willemse – het bestuur van MWF.
2.4
MWF is opgericht om een start-up onderneming in onder te brengen die zich toelegt op het ontwikkelen van een innovatieve as-loze windturbine. Het ontwerp hiervoor betreft een uitvinding van [A] en [B] . MWF houdt als holdingmaatschappij alle aandelen in het geplaatste kapitaal van Mega Windforce B.V. (de werkmaatschappij) en van Mega Windforce IP B.V., in welke vennootschap het patent op het ontwerp van de windturbine is ondergebracht (hierna: het patent). MWF is bestuurder van beide vennootschappen.
2.5
Vanaf de oprichting werd het bestuur van MWF gevormd door Ankibe en Van der [E] . [D] en Van der [E] zijn aangetrokken om het zakelijke en commerciële deel van de start-up voor hun rekening te nemen. Zij werden bijgestaan door een chief technology officer, [G] (hierna: [G] ), die geen statutair bestuurder was.
2.6
Aanvankelijk waren Ankibe, 3Dames, Forest Wing en BRainmaker de aandeelhouders van MWF. In augustus 2016 is Rikus als aandeelhouder toegetreden. Rikus heeft een bedrag van € 700.000 ter beschikking gesteld als startkapitaal.
2.7
De ontwikkeling van de windturbine bevindt zich – na enige vertraging in de eerdere ontwikkelingsfasen – vanaf medio 2018 in fase F van de in het ontwikkelingsplan vermelde acht projectfasen, in welke fase een prototype gerealiseerd dient te worden.
2.8
Op 19 april 2018 is tussen MWF en All Fours B.V., een aan [H] (hierna: [H] ) gelieerde vennootschap, een Convertible Loan Agreement (CLA) gesloten op grond waarvan All Fours B.V. aan MWF een lening heeft verschaft van € 175.000 voor de duur van 36 maanden, tegen een rente van 10%, met als zekerheid een pandrecht op het patent en onder bepaling dat All Fours B.V. het recht heeft de lening te converteren in 1% van de aandelen in MWF. Het pandrecht is niet gevestigd; bij vonnis in kort geding van 31 juli 2019 heeft de rechtbank Midden-Nederland de vordering van All Fours B.V. tot het vestigen van een pandrecht op het patent afgewezen.
2.9
Ankibe en Van der [E] zijn tijdens een algemene vergadering gehouden op 11 maart 2019 ontslagen als statutair bestuurders van MWF. [C] is op die datum aangetreden als bestuurder van de vennootschap. [A] en [B] zijn op 22 mei 2019 aangetreden als bestuurders.
2.10
Tijdens de algemene vergadering van MWF op 12 juli 2019 hebben partijen gesproken over de toekomst van MWF. In de weergave van de audio-opname van de vergadering staat onder meer het volgende.
“Berendsen: Het bestuur concludeert eigenlijk dat het project Mega Windforce niet levensvatbaar is. [D] en Van der [E] hebben lange tijd geprobeerd om investeerders aan te trekken om het project verder te proberen van de grond te krijgen. Dat is niet gelukt. Nieuwe investeerders op dit moment lukt ook niet. Mede door de geschillen of met name door de geschillen die tussen de aandeelhouders plaatsvinden.
(…)
De huidige financiële staat en de staat van de vennootschap bedreigt de continuering van de onderneming. Het bestuur is benaderd door meerdere partijen die geïnteresseerd zijn in het patent en zoals ik heb gezegd mede gelet op de interne geschillen binnen de vennootschap zijn die partijen niet bereid om te investeren in de vennootschap maar wel bereid om eventueel patent over te nemen tegen vergoeding van een marktconforme waarde dan wel indien die waarde hoger is dan de marktconforme waarde de volledige schuldenlast van de vennootschap.”
De vraag naar de identiteit van de kandidaten is ter vergadering niet beantwoord. Op vragen naar onder meer de concrete stand van zaken in de onderhandelingen en de positie van de crediteuren is een globaal antwoord gekomen. Op de beoogde voorwaarden voor een transactie is niet ingegaan.
2.11
Op 26 en 29 juli 2019 heeft de Ondernemingskamer de onder 1.2 bedoelde beschikkingen gegeven, onder meer inhoudende de tijdelijke benoeming van Willemse tot bestuurder van MWF.
2.12
Op 26 augustus 2019 heeft Willemse, nadat hij met betrokkenen had gesproken, zijn plan van aanpak met de aandeelhouders gedeeld, waarin als prioriteiten worden genoemd:
“1. Technische duidelijkheid en plan voor de volgende fase (prototype etc)
2. Betalen van een aantal crediteuren
3. Aantrekken van investeerders”
2.13
Op 5 september 2019 heeft [I] (hierna: [I] ) aan Willemse kenbaar gemaakt mogelijk een licentie op het patent te willen verwerven. Willemse heeft [I] uitgenodigd een concreet voorstel te doen.
2.14
Op 9 september 2019 heeft RTL Z een artikel gepubliceerd, waarin onder meer is opgenomen:
““Ik ontdekte dat de directeuren op kosten van de onderneming een feestje aan het vieren waren, met dure reizen in businessclass en vijfsterrenhotels en bonussen”, zegt uitvinder en aandeelhouder [A] .
(…)
“Het in ongelooflijk dat de idioten die zo’n ravage hebben aangericht de ballen hebben om naar de rechter te stappen, en dan ook nog eens gelijk krijgen.”
(…)
[D] en Van der [E] , die samen 42 procent van de aandelen bezitten, kijken heel anders tegen de ontwikkelingen aan. Zij stellen degenen te zijn geweest die het bedrijf de afgelopen jaren hebben ontwikkeld, en vlak voor de doorbraak op een zijspoor te zijn gezet. Zij spreken van een ‘machtsgreep’, en een ‘opzetje’ om het potentieel waardevolle patent in handen te laten komen van een andere investeerder.”
2.15
Bij e-mail van 11 september 2019 aan Willemse heeft [I] onder andere bericht:
“Ik wil je bedanken voor ons gesprek van vorige week 5 september. Ik heb daarin aangegeven te willen komen tot een licentieovereenkomst die het voortbestaan van MWF moet garanderen en alle aandeelhouders evenredig behandeld, op die manier creëer je waarde in de firma waar alle aandeelhouders naar rato van profiteren.
Aan de licentieovereenkomst wordt momenteel druk gewerkt en ik verwacht nog steeds rond 20 september klaar te zijn daarmee.”
2.16
Op 20 september 2019 heeft [I] een concept-koopovereenkomst aan Willemse toegezonden. Op basis van dat concept verkrijgt Carbonwind Holding B.V., zijnde een vennootschap van [I] , het patent voor € 20 miljoen, met dien verstande dat de koopprijs in termijnen per kwartaal wordt voldaan uit de opbrengsten van de exploitatie van het patent, waarbij het kwartaalbedrag wordt berekend op basis van 3% van de EBITDA van Carbonwind Holding B.V. Willemse heeft het voorstel van [I] aan de aandeelhouders van MWF voorgelegd en aanvullende vragen aan [I] gesteld. Deze aanvullende vragen zagen op de verwachte termijn waarbinnen de voorgestelde koopsom zou worden voldaan en welk ondernemingsplan aan die verwachting ten grondslag ligt. [I] heeft kenbaar gemaakt de vragen alleen te beantwoorden in gesprekken die op basis van exclusiviteit plaatsvinden. Willemse is met deze voorwaarde van exclusiviteit niet akkoord gegaan.
2.17
Eveneens op 20 september 2019 heeft Willemse de technische plannen voor de bouw en het testen van een prototype van de windturbine aan verschillende potentiële investeerders gepresenteerd, onder wie vertegenwoordigers van Chevron, in een daartoe door Willemse gehuurde zaal. De kosten voor de zaalhuur (inclusief lunch, koffie en thee) bedroegen € 450. Bij deze presentatie waren [D] , Van der [E] en [G] aanwezig.
2.18
Op 27 september 2019 heeft Willemse [C] c.s. uitgenodigd voor een bestuursvergadering op 3 oktober 2019, met als agendapunten onder meer ‘Voorstel [I] ’, ‘Svz Chevron’ en ‘Voorstel CLA’s (concepttekst zal van te voren worden rondgestuurd)’. [C] heeft in reactie op deze uitnodiging gesteld dat het agendapunt betreffende het aantrekken van Convertible Loan Agreements (hierna: CLA’s) van de agenda zou moeten, nu er een voorstel van [I] ligt.
2.19
Bij e-mail van 2 oktober 2019 heeft [C] bezwaar gemaakt tegen het huren van een zaal door Willemse:
“Het wordt mij nu allemaal veel te gortig wat er hier wordt uitgespookt.
(…)
Beste Kees, zoals je weet heeft het Bestuur per aantreding per direct de kantoorruimte in Hoofddorp in de ban gedaan, daar er niet eens huurovereenkomst lag, dit alles om centen te besparen welke er NIET in MWF zitten, maar in derden hun zakken, kantoorruimte is naar Amsterdam gegaan, intern bij Rikus bv, welke ruimte vrij van kosten beschikbaar is en wat doet U meneer Kees, u gaat de toko op nog meer kosten jagen door geen gebruik te maken van de eigen beschikbare kantoorruimte van MWF, echter u regelt, natuurlijk via Dhr. [D] en zijn vriendjes een locatie tegen betaling en nu verzoekt u vriendelijk om de kosten hiervoor over te maken?????
Dit gaat echt een paar bruggetjes te ver.
Wat een teleurstelling dit zeg.
Kees, je krijgt morgen van mij een brief en ik heb totaal geen zin meer om, zoals jij verzocht, vooraf aan de bestuursvergadering met je te spreken.
Wat een inmoreel gedrag zeg.
Er zijn echt geen woorden voor zeg.”
2.20
Op 3 oktober 2019 heeft de bestuursvergadering plaatsgevonden, waarbij Willemse en [C] c.s. aanwezig waren. In de door Willemse opgestelde notulen van de bestuursvergadering is opgenomen:
“2. Voorstel [I]. KW [Willemse] legt uit dat dit voorstel belangrijk afwijkt van de verwachtingen die door [I] waren gewekt in zijn mail van 26 augustus 2019 en tijdens een gesprek met KW en RD [ [C] ] op 5 september ten kantore van [C] . Er was toen sprake van een licentieovereenkomst, terwijl [I] nu het patent wil kopen. Dit is in strijd met de OK beschikking en bovendien vindt KW de commerciële voorwaarden heel onaantrekkelijk (terugbetaling via 3% van EBITDA) waardoor het zeer onduidelijk is binnen welke termijn de aandeelhouders hun geld zouden ontvangen. Toen KW [I] daarover vragen stelde wilde deze daar niet op ingaan. Daarom heeft er tot nu toe geen vervolggesprek plaats gevonden. Robert [ [C] ] uit zijn ongenoegen hierover: hij heeft wel vertrouwen in een reële terugbetaling en eist dat KW alsnog een gesprek aangaat. KW is hiertoe bereid mits het niet op exclusieve basis gebeurt, zoals [I] tot nu toe heeft geëist.
3. Chevron. KW doet verslag van de bijeenkomst met Chevron. Het is gelukt om het vertrouwen in MWF te herstellen en ze zijn nog steeds (lees: opnieuw) bereid om in MWF te investeren mits er ook een lead investor gevonden wordt. Chevron heeft aangeboden om mee te helpen bij het zoeken naar een geschikte partij. De technische plannen voor de bouw en het testen van een prototype zijn aan Chevron gepresenteerd en in grote lijnen akkoord bevonden, inclusief het daarmee samenhangende budget van 5,2 miljoen euro, wat in termijnen beschikbaar zou moeten komen.
(…)
4. Convertible Loan Agreement (CLA). Er is een voorstel voor een convertible lening in voorbereiding met de volgende randvoorwaarden:
a) 2 x 250.000 tegen 6% rente, looptijd 18 maanden, conversiekorting 30%, conversiemoment instappen consortium, onderpand IP
b) 1 x 200.000 ter vervanging van de oude CLA van [H] [zie 2.8, toev. OK], omdat deze lening anders opgeëist kan worden. En omdat 6% rente voor MWF natuurlijk veel aantrekkelijker is dan 10% die geldt voor de bestaande lening. Overige voorwaarden gelijk aan (a)
Met deze leningen kan MWF:
a) de crediteurenpositie opschonen
b) de lopende leningen beëindigen of oversluiten tegen betere voorwaarden
c) werkkapitaal creëren om alvast enige vervolgstappen te zetten
Er ontstaat discussie over de persoon [H] , die door RD, KJ [ [A] ] en WV [ [B] ] niet als integer wordt gezien vanwege zijn rol in het kort geding waarin hij zijn pandrecht wilde opeisen [zie 2.8, toev. OK]. KW heeft kennis genomen van die kwestie maar vindt niet dat dit een reden is om niet verder met [H] in zee te willen gaan. Vervolgens stelt KW de vraag of de aanwezige aandeelhouders akkoord gaan met het principe van een CLA conform bovenstaande voorwaarden, los van welke bron het geld komt. Daarop wordt door RD geantwoord dat hij pandrecht op het IP onaanvaardbaar vindt.”
2.21
Tijdens de bestuurdersvergadering heeft [C] , mede namens Rikus, aan Willemse een brief overhandigd waarmee Willemse persoonlijk aansprakelijk is gesteld voor door hen gestelde schade ten bedrage van € 3,5 miljoen, (zijnde 17,5% van € 20 miljoen) omdat Willemse niet met [I] in overleg zou willen treden over het voorstel zoals door [I] gedaan (zie 2.16). Na het overhandigen van de aansprakelijkstelling heeft [C] de vergadering voortijdig verlaten.
2.22
Bij e-mail van 4 oktober 2019 heeft [C] aan Willemse geschreven:
“Hierbij treft u de door mij opgestelde MoM’s aan van de zeer belangrijke bestuursvergadering gehouden op 3 Oktober 2019 te Delft.
Verder geef ik u hierbij mijn persoonlijk afdronk van deze “vergadering”:
Deze door u vooraf aangevraagde en als zeer belangrijk bestempelde vergadering is door mij na vertek bestempeld als zijnde een non-event, sorry.
U verklaart o.a. dat een verkoop van het IP een lege b.v. achterlaat. Leeg?? Met een 20 miljoens contract waaruit Rikus b.v. zijn 17,5% aandeel verkrijgt.
Vervolgens dringt u aan op het afsluiten van diverse CLA’s met IP als onderpand, looptijd 18 maanden. Beste heer Willemse, als er na 18 maanden niet is geleverd, is het IP vertrokken, blijft er een lege bv over, en kan Rikus b.v. fluiten naar haar centjes. Schade waar ik u reeds voor aansprakelijk heb gesteld.
U spreekt over het feit dat u zich geschoffeerd voelt door Carbonwind Holding b.v., U schoffeerd hiermee Rikus b.v. en probeert deze een zgn oor aan te naaien.
Uw gevoel van schofferen kost in uw berekening 5 miljoen Euro. Daar u aan MWF een waarde hangt van Euro 15 miljoen en doodleuk een aanbod van 20 miljoen niet bespreekbaar acht, daar de aanbieding economisch zo lek als een mandje zou zijn. Daar u geschoffeerd bent.
(…)
Verder sprak u over het feit dat u het rentepercentage van 10 naar 6 heeft kunnen krijgen in de leningen na eventueel oversluiten. Heer Willemse, er ligt/lag een voorstel van 0% rente en direct uitbetalen.
U wilt de bv ontlasten van haar schulden +/- 500K. door het afsluiten van een nieuwe lening van 700K !!!!!!!!!!!!!!!!!!!
Wat voor een bestuurder bent u??
Even op persoonlijke titel, al uw pogingen ten spijt, uw teksten lijken allen direct gesouffleerd te worden door iemand waarmee u vrij regelmatig contact hebt, zijn van een zelfde strekking en zeker inhoud.
Persoonlijk denk ik dat er een dubbele agenda spelt en dat heeft mij doen besluiten onze huis advocaat actie te laten nemen, zoals aan u gemeld.
Ik wemns u verder een prettig weekeinde.
Geachte heer Willemse, mocht u wederom een zeer belangrijke vergadering willen beleggen, zorg ervoor dat dit op een onbetaalde locatie plaats heeft en dat er een agenda is welke wel zinvol is om over te praten. Ik kan en moet mijn tijd beter spenderen.”
2.23
Op 7 oktober 2019 heeft Willemse de notulen van de bestuursvergadering aan de aandeelhouders van MWF verstuurd.
2.24
Op diezelfde dag heeft [C] op de notulen gereageerd:
“U insenueert in uw schrijven een aantal onwaarheden.
Na punt 4 verlaat ik de zaal inderdaad, daar ik met uw stupiditeit geslagen ben omtrent een terugbetaal termijn van 18 maanden, waarna dit niet lukt, zoals [E] en [D] niet hebben kunnen leveren, u bewandelt hetzelfde Bospad, is het IP weg en heeft Rikus b.v. niets meer over, is de MWF huls aan deze zijde leeg. Het pad [I] zorgt in iedergeval dat alle paden gevuld blijven tot 20 miljoen. U acteert daarmee in strijd met de uitspraak van de OK, dat u dat zelf niet in ziet, is des te zorgelijker voor ons en MWF.
(…)
Ik wijs u ook even op uw “achterbakse” gedrag omtrent de CLA van [H] , ik nom slechts uw document recovery!! Deze [H] heeft KJ, WV en RD duizenden Euro’s aan advocaat kosten gebracht en een hoop stress en eleende, u had de uitspraak gelezen en nog heeft u de moed om met zo een persoon in gesprek te gaan treden.
U bent een schande voor het bestuurders gilde.”
2.25
Bij e-mail van 9 oktober 2019 hebben [C] c.s. enkele vragen aan Willemse gesteld, onder meer met betrekking tot de wijze waarop intern bestuurdersoverleg plaatsvindt, de wijze van financiering van de vergoeding van Willemse, het voorstel van [I] en het gesprek met Chevron en de wijze waarop Willemse voornemens is aan Ankibe en Van der [E] uitgekeerde managementvergoedingen terug te vorderen nu deze naar de mening van [C] c.s. ten onrechte zijn voldaan.
2.26
Mr. F.R. Duijn heeft namens [C] bij brief van 10 oktober 2019 Willemse gesommeerd de onderhandelingen met [I] op te pakken, bij gebreke waarvan Willemse in persoon aansprakelijk is gesteld.
2.27
Eveneens op 10 oktober 2019 heeft Willemse bij Van [F] kopie van de digitale administratie van MWF opgevraagd. Op diezelfde dag heeft Van [F] een deel van de administratie met een toelichting daarop aan Willemse verstuurd.
2.28
Op 11 oktober 2019 heeft Willemse [I] uitgenodigd voor een gesprek om het voorstel van [I] (zie 2.16) te bespreken, alsmede het business plan dat aan het voorstel ten grondslag ligt en de termijn waarin [I] verwacht de betaling van € 20 miljoen te verrichten.
2.29
Op 12 oktober 2019 heeft Willemse een drietal CLA’s aan de aandeelhouders voorgelegd, één met All Fours B.V., zijnde de vennootschap van [H] , één met [J] en één met [K] (hierna gezamenlijk: [K] c.s.). Met deze CLA’s kan MWF € 700.000 financiering verkrijgen. Ter toelichting heeft Willemse gesteld:
“Ik heb, samen met mijn adviseurs, naar de voorwaarden van de aangeboden leningen gekeken en ik ben van mening dat ze marktconform zijn. De geldgevers vragen verpanding van het IP als borg voor hun lening- in de huidige financieel zwakke positie van MWF kunnen we zonder een dergelijke verpanding naar mijn mening geen lening afsluiten dus ik verzoek alle aandeelhouders om daar mee akkoord te gaan.
(…)
Mocht u reële alternatieve financieringsmogelijkheden weten waarmee MWF tegen dezelfde of betere voorwaarden op korte termijn geld kan lenen dan houd ik mij daar vanzelfsprekend voor aanbevolen.”
2.30
Bij e-mail van 13 oktober 2019 heeft Willemse de op 9 oktober 2019 (zie 2.25) gestelde vragen deels beantwoord. Willemse heeft daarbij onder meer bericht:
“Dank voor je mail dd 9 oktober. Ik ben blij dat de toon in ieder geval respectvol is, anders dan de vele mails die ik de laatste tijd van je ontving.
Ik zal bij deze alvast een voorlopige reactie geven op enkele punten; andere vragen kom ik later op terug.
Ad 1. Na een plezierige eerste kennismaking heb ik bij de uitoefening van mijn rol als interim bestuurder veel tegenwerking ervaren van jou en de medebestuurders. Zo werd op mijn uitnodiging voor een technische meeting tot 2 maal toe niet gereageerd. Een voorbespreking met Keesjan en Woud werd op de dag zelf afgezegd. Tegenover mijn pogingen om te zoeken naar een minnelijke oplossing stonden telefoontjes en emails met scheldpartijen. En bij herhaling ook insinuaties aan mijn adres. Dat vormt geen basis voor een goed contact met je medebestuursleden. Desondanks heb ik op 3 oktober een bestuursvergadering opgezet, waarvoor jij je eerst aanmeldde, toen weer afmeldde en uiteindelijk toch maar kwam. Vervolgens liep je voortijdig boos weg uit de vergadering zodat we niet zijn toegekomen aan het belangrijke agendapunt “vervolgaanpak MWF” waarin ik graag ideeën had uitgewisseld en jouw visie op de MWF toekomst had gehoord. Voorts kreeg ik bij jouw vertrek een getekende brief die blijkbaar al voor de vergadering was opgesteld, waaruit bleek dat het niet uitmaakte wat er in de vergadering zelf werd besproken- je oordeel stond al vast. En een dag later volgde weer een mail met zeer negatieve uitingen aan mijn adres. Kortom, geen basis voor een collegiaal overleg, lijkt mij.
(…)
Ad 6. Zowel in een telcon op 2 oktober als tijdens de vergadering op 3 oktober heb ik mij bereid verklaard om met [I] te praten (zie ook de door mij opgemaakte notulen). Ik verbaas me dus over de suggestie dat ik niet zou willen praten, die ook nog werd gesteld in de brief die mij aan het eind van de vergadering van 3 oktober werd overhandigd (terwijl ik dus tijdens die vergadering nog stelde wel te willen praten, die brief was reeds tevoren opgemaakt…). En ik ontving een dag later ook nog een schrijven van advocaat Duijn, met dezelfde strekking.
(…)
Er zou mij veel aan zijn gelegen als wij op een respectvolle manier met elkaar zouden kunnen omgaan en ik hoop dat jij dat van jouw zijde ook wil nastreven.”
2.31
Bij e-mail van 14 oktober 2019 heeft [C] Willemse weer diverse verwijten gemaakt.
2.32
Op 15 oktober 2019 heeft op verzoek van [A] een bespreking plaatsgevonden tussen Willemse en Rikus c.s. Rikus c.s. hebben tijdens deze bespreking kenbaar gemaakt niet met de voorgestelde CLA’s met [K] c.s. akkoord te gaan. Desgevraagd heeft [C] aan Willemse bevestigd dat hij onder geen beding akkoord gaat met de vestiging van een pandrecht op het patent, ook niet bij financiering door een partij die niet aan [H] gelieerd is. Bij de bespreking zijn ook Van [F] en [L] aanwezig geweest. [L] , die naar eigen zeggen optrad namens Rikus c.s., heeft Van der [E] in een WhatsAppbericht onder meer als volgt bericht:
“Ik treed op voor de drie aandeelhouders die gezamenlijk de meerderheid vertegenwoordigen !
Daarenboven zijn zij grootcrediteurenvde vennootschap !
Het patentrecht zit niet in de vennootschap en is niet rechtsgeldig aan haar overgedragen !
(…)
Diverse partijen kunnen morgen het faillissement aanvragen en zullen dat naar verwachting doen wanneer niet op zeer korte termijn een oplossing wordt gevonden.”
2.33
Bij e-mail van 17 oktober 2019, een dag voor de geplande bespreking, heeft [I] de bespreking met Willemse afgezegd.
2.34
Bij e-mail van 20 oktober 2019 aan Willemse hebben [C] c.s. nogmaals kenbaar gemaakt een CLA met [H] niet in het belang van MWF te achten. [C] c.s. hebben daarbij kenbaar gemaakt doende te zijn met het zoeken naar andere investeerders.
2.35
Op 23 oktober 2019 heeft MWF haar verzoekschrift tot het treffen van aanvullende onmiddellijke voorzieningen bij de Ondernemingskamer ingediend (zie 1.3), waarna de mondelinge behandeling door de Ondernemingskamer is bepaald op 7 november 2019.
2.36
Bij e-mail van 27 oktober 2019 heeft [A] Willemse onder meer bericht:
“Ik weet niet precies wat je doet, maar jij en ik weten beide dat jij meer contact met [E] en [D] hebt dan jij wilt toegeven, en voor jouw stelling als afgevaardigde van de ondernemingskamer “gezond” zou zijn. (Dit komt vooral naar voren door een reeks van kleine dingetjes die misschien niet zo zeer opvallen, maar met elkaar een steeds duidelijker verhaal maken)
Ik weet niet precies wat zij ( [E] / [D] ) jou hebben beloofd maar het schijnt te werken….
JE MOET JE SCHAMEN KEES!!!”
2.37
Bij e-mail van 1 november 2019 heeft [C] een financieringsvoorstel voorgelegd aan Willemse, in de vorm van een CLA met als hoofdsom € 700.000 onder dezelfde voorwaarden als de oorspronkelijke CLA’s (zie 2.29), waarbij ook [C] een pandrecht op het patent bedong met (onder meer) als voorwaarde dat [C] c.s. als bestuurders van MWF aanblijven. Daarbij bood [C] een looptijd van 24 maanden in plaats van de door [K] c.s. geboden 18 maanden.
2.38
Op 6 november 2019 is de mondelinge behandeling van de onderhavige verzoeken op verzoek van MWF aangehouden tot 14 november 2019.
2.39
Bij e-mail van 7 november 2019 heeft Willems de aandeelhouders uitgenodigd om hun beste financieringsvoorstel (c.q. dat van door hen voorgedragen financiers) in te dienen uiterlijk op 12 november 2019 om 10:00 uur. In de e-mail heeft Willemse de daartoe te volgen procedure beschreven die onder meer inhoudt dat een financieringsaanbod dient te worden gedaan in de vorm van een uitgewerkte CLA en gestand gedaan moet worden tot en met 1 december 2019, dat financiers voorgedragen door Ankibe c.s. hun voorstel mondeling kunnen toelichten op 12 november 2019 tussen 13:45 uur en 14:45 uur en dat financiers voorgedragen door Rikus c.s. hun voorstel mondeling kunnen toelichten op 12 november 2019 tussen 15:00 uur en 16:00 uur.
2.40
Bij e-mail van 12 november 2019 (09:13 uur) hebben [K] c.s. een uitgewerkt financieringsvoorstel ingediend, welk voorstel Ankibe c.s. diezelfde dag mondeling hebben toegelicht en waarover nader is onderhandeld, waarna [K] c.s. een verbeterd voorstel hebben gedaan.
2.41
Bij e-mail van 12 november 2019 (12:43 uur) heeft [C] financiering aangeboden in de vorm van een bedrag van € 500.000 op dezelfde voorwaarden als de in 2.29 genoemde CLA’s en € 200.000 in de vorm van kapitaal tegen een nader te bepalen uitgiftekoers. [C] heeft daaraan als voorwaarde verbonden dat (in ieder geval) [B] als bestuurder van WMF aanblijft. [C] is niet verschenen op het door Willemse geplande tijdstip om zijn voorstel nader toe te lichten.
2.42
Bij e-mail van 13 november 2019 heeft Willemse de aandeelhouders voor zover van belang bericht:
“Onder meer het voorgaande in aanmerking genomen, luidt mijn beslissing (…) dat ik namens Mega Windforce Holding B.V. de keuze maak voor de Financieringsaanbiedingen gedaan door de heer [K] , de heer [J] en All Fours B.V. en dat ik voornemens ben deze Financieringsaanbiedingen namens Mega Windforce Holding B.V. te aanvaarden, tenzij uit een door de Ondernemingskamer op de aanhangige verzoeken te geven beschikking mocht blijken dat mij dit niet vrijstaat.
Eveneens conform mijn e-mail van 7 november 2019 stel ik u hierbij in de gelegenheid om mij uiterlijk vanavond 19:00 uur te laten weten of u volledige medewerking verleent aan (i) de implementatie van de door mij gemaakt keuze en de daarvoor benodigde besluiten, ii) of u mij mandaat verleent ook de aanvullend benodigde financiering aan te trekken zoals bedoeld in mijn e-mail van 7 november 2019 en (iii) of de heren [C] , [A] en [B] vrijwillig bereid zijn af te treden als bestuurders van Mega Windforce Holding B.V.
Indien u allen laat weten volledige medewerking te verlenen in de hiervoor bedoelde zin, kan wat mij betreft de mondelinge behandeling bij de Ondernemingskamer komen te vervallen. (…)”
Daarbij heeft Willemse inzicht gegeven in de overwegingen die aan zijn beslissing ten grondslag liggen.
2.43
Bij e-mail van eveneens 13 november 2019 heeft [C] – kort samengevat – kenbaar gemaakt niet zijn medewerking te zullen verlenen aan hetgeen Willemse in zijn e-mail heeft verzocht.
3. De gronden van de beslissing
3.1
MWF heeft aan haar verzoek tot het treffen van aanvullende onmiddellijke voorzieningen – kort samengevat – het volgende ten grondslag gelegd. Willemse wordt in zijn taken als door de Ondernemingskamer aangestelde bestuurder belemmerd door [C] c.s., met name vanwege de onbehoorlijke wijze waarop zij zich jegens Willemse gedragen. Zinvol overleg met [C] c.s. is niet meer mogelijk. Willemse wordt daarbij herhaaldelijk geconfronteerd met ongegronde beschuldigingen van [C] c.s., waarbij Willemse ook persoonlijk aansprakelijk is gesteld. Met name [C] acteert op deze wijze, maar [A] en [B] distantiëren zich niet van diens doen en laten en bieden ook geen tegenwicht. [C] c.s. dienen om deze redenen in het belang van MWF geschorst te worden als bestuurders van MWF.
Nu Rikus c.s. gezamenlijk een meerderheid van de aandelen in MWF vertegenwoordigen, wordt Willemse (feitelijk) belemmerd in het aantrekken van financiering door middel van CLA’s. Dit terwijl (i) de financiële situatie van MWF precair is, (ii) zij ook in een later stadium additionele financiering aan zal moeten trekken voor de verdere ontwikkeling van de windturbine en (iii) een reëel alternatief niet voorhanden is. De toestand van MWF noopt daarom tot overdracht ten titel van beheer van alle aandelen aan een door de Ondernemingskamer aan te wijzen beheerder. Daarbij is van belang dat Willemse ook problemen voorziet bij het vaststellen van de jaarrekening over 2018. Gelet op de toestand van MWF is adequate en efficiënte besluitvorming (ook buiten vergadering) noodzakelijk, zodat ook de aandelen van Ankibe c.s. ten titel van beheer overgedragen dienen te worden.
3.2
Ankibe c.s. menen dat geen noodzaak bestaat om de door hen gehouden aandelen ten titel van beheer over te dragen, nu zij geen meerderheid vertegenwoordigen in het kapitaal van MWF. Voor het overige onderschrijven zij hetgeen door MWF wordt aangevoerd.
3.3
Rikus c.s. en [C] c.s. hebben verweer gevoerd. De Ondernemingskamer zal hieronder waar nodig op dit verweer ingaan.
3.4
De Ondernemingskamer overweegt als volgt.
3.5
Anders dan Rikus c.s. en [C] c.s. hebben betoogd kan het beroep van MWF op gebeurtenissen na indiening van het verzoekschrift, in het bijzonder de gang van zaken met betrekking tot de financieringsvoorstellen vanaf 1 november 2019 tot en met 13 november 2019, niet worden aangemerkt als een vermeerdering van de grondslag van het verzoek in de zin van artikel 130 Rv. Het gaat slechts om feitelijke ontwikkelingen met betrekking tot de in het verzoekschrift reeds genoemde gronden, in het bijzonder de moeilijkheden die MWF ondervindt bij het aantrekken van de benodigde financiering.
3.6
De Ondernemingskamer heeft in haar beschikking van 26 juli 2019 onder meer overwogen – kort gezegd – dat onvoldoende aannemelijk is dat de toestand van MWF zodanig is dat het bestuur zich nu al zou moeten richten op (materiële) liquidatie in het belang van de schuldeisers in plaats van op de continuïteit van de onderneming door het aantrekken van financiering ten behoeve van de ontwikkeling van een werkend prototype.
3.7
Sinds zijn aantreden op 29 juli 2019 is Willemse, na een aanvankelijk positieve beginfase, geconfronteerd met medebestuurders in de personen van [C] , [A] en [B] die zich niet constructief en coöperatief hebben opgesteld. Voor [C] geldt zelfs dat hij zich ronduit obstructief en onheus heeft gedragen, zoals blijkt uit de onder 2.19, 2.21, 2.22 en 2.24 weergegeven feiten. [A] en [B] zijn vooral passief gebleven, zij het dat ook de e-mail van [A] aan Willemse van 27 oktober 2019 (zie 2.36) de grenzen van het betamelijke ruimschoots overschrijdt.
3.8
Willemse heeft zich, in lijn met de beschikking van de Ondernemingskamer van 26 juli 2019, gericht op het aantrekken van financiering, zowel ter tijdelijke overbrugging als gericht op langere termijn investering. In dat kader heeft Willemse begin september 2019 gesproken met [I] , bestuurder van Carbonwind Holding B.V., die al eerder interesse had getoond in het ontwerp (zie r.o. 2.19 van de beschikking van 26 juli 2019). Gesproken is over een licentie op het patent, maar op 20 september 2019 heeft [I] Willemse een concept-koopovereenkomst toegestuurd (zie 2.15 en 2.16). De voorgestelde koopsom van € 20 miljoen zou per kwartaal worden voldaan uit de opbrengsten van de exploitatie van het patent en worden berekend op 3% over de EBITDA van Carbonwind Holding B.V. Zoals Willemse heeft opgemerkt biedt dit voorstel geen continuïteitsperspectief en zou dit bovendien betekenen dat de koopsom van € 20 miljoen slechts volledig zal worden voldaan indien Carbonwind Holding B.V. een cumulatieve EBITDA van € 660 miljoen behaalt, terwijl [I] en Carbonwind Holding B.V. niet duidelijk hebben gemaakt hoe en op welke termijn een zodanig bedrijfsresultaat behaald zou kunnen worden of hoeveel gepatenteerde windmolens daartoe verkocht moeten worden. Het voorstel kan daarmee bezwaarlijk serieus worden genomen en in ieder geval is niet aannemelijk dat het belang van MWF gediend is bij verkoop van haar patent tegen dergelijke voorwaarden. Desalniettemin heeft Willemse het voorstel aan de aandeelhouders doorgegeven en [I] nadere vragen voorgelegd. [I] heeft vervolgens aangedrongen op exclusieve onderhandelingen, met welke eis Willemse, gelet op de inhoud van het gedane voorstel en zijn streven meerdere scenario’s te verkennen, begrijpelijkerwijs, niet heeft ingestemd.
3.9
Nadat [C] bij e-mail van 2 oktober 2019 op ongepaste wijze zijn ongenoegen had geuit over (geringe) kosten van zaalhuur voor een bijeenkomst met vertegenwoordigers van Chevron, Hexicom en QFWE (zie 2.19), heeft [C] tijdens de bestuursvergadering op 3 oktober 2010 – waarin Willemse zich op aandringen van [C] bereid heeft verklaard tot een vervolggesprek met [I] , maar zonder exclusiviteit – Willemse een brief overhandigd waarin Willemse persoonlijk aansprakelijk werd gesteld voor een bedrag van € 3,5 miljoen aan vermeende schade wegens het afzeggen van overnamegesprekken met [I] (zie 2.21.) Onduidelijk is waarom [C] als bestuurder van MWF is blijven aandringen op nadere gesprekken met [I] op basis van diens voorstel, nu niet valt in te zien dat dit voorstel strookt met het belang van MWF. Uit de correspondentie vermeld onder 2.22, 2.24 tot en met 2.26 en 2.30 tot en met 2.31 blijkt voorts het volgende. Na de bestuursvergadering heeft [C] zich bij e-mails van 4 en 7 oktober 2019 wederom zeer onheus jegens Willemse uitgelaten. Bij e-mail van 9 oktober 2019 heeft [C] vragen gesteld maar Willemse tevens een groot aantal verwijten gemaakt. Bij brief van 10 oktober 2019 van de advocaat mr. F.R. Duijn is Willemse namens Rikus en [C] in persoon aansprakelijk gesteld bij het niet hervatten van onderhandelingen met [I] . Willemse heeft bij e-mail van 13 oktober 2019 op de e-mail van [C] van 9 oktober 2019 gereageerd, waarna [C] zich bij e-mail van 14 oktober 2019 wederom beledigend heeft uitgelaten. Een afspraak van Willemse met [I] , is door [I] geannuleerd (zie 2.33).
3.10
Inmiddels had Willemse – door bemiddeling van Ankibe c.s. – drie partijen ( [K] c.s.) bereid gevonden door middel van CLA’s MWF te financieren voor in totaal € 700.000 (zie 2.29). Op voorstel van [A] is vervolgens een bespreking gepland op 15 oktober 2019; in die bespreking en nadien heeft [C] laten weten onder geen beding akkoord te gaan met een pandrecht op het patent (zie 2.32). In het onder 2.32 vermelde WhatsAppbericht verwoordde Fruytier (optredend voor Rikus c.s.) onder meer het – door ieder van partijen ter zitting onjuist verklaarde – standpunt dat het patent niet in de vennootschap zit.
3.11
Bij e-mail van 1 november 2019 heeft [C] zelf het onder 2.37 vermelde financieringsvoorstel gepresenteerd aan Willemse, eveneens in de vorm van een CLA (waarbij hij ook een pandrecht bedong). [C] bood een looptijd van 24 maanden in plaats van 18 maanden, maar bedong onder meer het aanblijven van hemzelf, [A] en [B] als bestuurders. Dit was niet acceptabel voor Willemse. Toen [K] c.s. te kennen gaven ook met een verbeterd voorstel te willen komen, heeft Willemse bij e-mail van 7 november 2019 alle aandeelhouders/financiers uitgenodigd hun beste voorstel in te dienen en daarbij duidelijk de procedure beschreven die hij bij de beoordeling daarvan zou hanteren (zie 2.39). [C] heeft zich niet aan die procedure gehouden. Wel heeft hij (buiten de gestelde termijn en niet in de vorm van een uitgewerkte CLA) nog een voorstel gedaan, waaraan hij wederom voorwaarden heeft verbonden (zie 2.41). [C] heeft geen gebruik gemaakt van de geboden mogelijkheid om zijn voorstel aan Willemse toe te lichten. Willemse heeft in zijn e-mail aan alle aandeelhouders van 13 november 2019 (zie 2.42) laten weten voornemens te zijn het voorstel van [K] c.s. te accepteren en dit gemotiveerd.
3.12
De Ondernemingskamer is van oordeel dat uit de overgelegde stukken en de toelichting ter zitting blijkt dat Willemse zich op professionele wijze inzet voor het behoud van de continuïteit van MWF, waarbij hij moet opereren in een deels vijandige omgeving en, in strijd met het belang van de vennootschap, onevenredig veel tijd kwijt is aan de omgang met zijn medebestuurders. [C] heeft zich reeds door de volstrekt onbetamelijke wijze waarop hij Willemse heeft bejegend gediskwalificeerd als (mede)bestuurder. Dat hij ter zitting, bij monde van mr. Berendsen, bij dupliek de aansprakelijkstelling heeft ingetrokken, maakt dit niet anders.
3.13
Ook [A] heeft zich (bij e-mail van 27 oktober 2019) onheus geuit jegens Willemse (zie 2.36). Daarbij komt dat hij zich zeer negatief over de gang van zaken bij MWF heeft uitgelaten in een vraaggesprek met RTL Z, hetgeen een goede voortgang bij het aantrekken van aanvullende financiering niet bevordert. Aannemelijk is dat [A] zijn uitlatingen tegenover RTL Z te voren heeft besproken met [B] . Wat van dit laatste zij, noch [A] noch [B] hebben er blijk van gegeven zich constructief op te stellen binnen het bestuur. Zij hebben e-mails van [C] aan Willemse in afschrift ontvangen, maar zich niet geroepen gevoeld zich daarvan te distantiëren, laat staan dat zij gepoogd hebben de ontoelaatbare wijze waarop [C] Willemse bejegent te corrigeren. Daarbij komt dat geen van de medebestuurders ervoor heeft zorggedragen dat de herhaalde verzoeken van Willemse tot het verstrekken van de administratie naar tevredenheid werden afgehandeld. Het blijven verwijzen naar Van [F] hiervoor miskent hun eigen verantwoordelijkheid als bestuurders. Ook de zorg voor de jaarrekening hebben zij zich niet aangetrokken.
3.14
Op grond van het bovenstaande oordeelt de Ondernemingskamer dat toewijzing van het verzoek van Rikus c.s. tot schorsing van de onmiddellijke voorziening – met als gevolg dat Willemse zou worden ontheven en [C] c.s. als bestuurders en Rikus c.s. als aandeelhouders de volledige zeggenschap over MWF verkrijgen – strijdig met het belang van MWF is. De omstandigheid dat [C] op 1 november 2019 (zie 2.37) en op 12 november 2019 (zie 2.41) een voorstel heeft gedaan tot het verstrekken van financiering aan MWF maakt dat niet anders.
3.15
Gelet op het voorgaande zal de Ondernemingskamer niet alleen [C] , maar ook [A] en [B] schorsen als bestuurders. Ter zitting is voldoende gebleken dat hun technische inbreng niet nodig is voor de verdere ontwikkeling van het ontwerp. De Ondernemingskamer merkt nog op dat de klacht van Rikus c.s. dat Willemse heeft miskend dat het bestuur moet berusten op collegiaal overleg en besluitvorming niet slaagt, nu in de gegeven omstandigheden niet van Willemse kon worden gevergd dat hij de medebestuurders meer bij de beraadslaging en besluitvorming heeft betrokken dan hij heeft gedaan. [C] c.s. hebben door hun opstelling collegiaal overleg binnen het bestuur onmogelijk gemaakt.
3.16
De Ondernemingskamer zal voorts, conform het verzoek van Willemse, de aandelen van alle aandeelhouders overdragen ten titel van beheer. Ook de aandelen van Ankibe c.s. zullen in het belang van de vennootschap worden overgedragen. De overdracht van de aandelen zal (onafhankelijke) besluitvorming van de algemene vergadering mogelijk maken met betrekking tot de financiële beslissingen die de tijdelijk bestuurder aangewezen acht, waarbij besluiten zo nodig buiten vergadering kunnen worden genomen. Het belang van de vennootschap vergt dat er op korte termijn financiering komt. Momenteel is het voornemen van Willemse de CLA’s van [K] c.s. te accepteren (om de redenen zoals vermeld in zijn e-mail bericht van 13 november 2019 en nader toegelicht in zijn antwoordakte van 19 november 2019), maar dit is zijn analyse van dit moment en het staat hem nog vrij daarvan terug te komen, indien zich omstandigheden voordoen die daartoe aanleiding geven. Anders dan Rikus c.s. en [C] c.s. hebben betoogd (onder meer in hun akte uitlating van 19 november 2019) is Willemse niet gehouden het voorstel van [C] de voorkeur te geven omdat hij aandeelhouder is. Welk voorstel preferabel is, hangt af van het samenstel van voorwaarden van de onderscheiden voorstellen waarover moet worden besloten en de overige omstandigheden van het geval. Dat Willemse een veiling heeft opgelegd, zoals Rikus c.s. en [C] c.s. stellen, is onjuist. Dat hij te kennen heeft gegeven de besluitvorming volgens een bepaalde procedure te laten verlopen, stond hem in de gegeven omstandigheden vrij.
3.17
De Ondernemingskamer zal Rikus c.s. en [C] c.s. als de overwegend in het ongelijk gestelde partijen veroordelen in de aan de zijde van MWF gevallen geliquideerde kosten van het geding. Voor een veroordeling in de daadwerkelijke kosten is geen aanleiding. Ook voor een kostenveroordeling ten gunste van Ankibe c.s. ziet de Ondernemingskamer geen aanleiding.
4. De beslissing
De Ondernemingskamer:
schorst, bij wijze van onmiddellijke voorziening en vooralsnog voor de duur van het geding, met ingang van heden [A] , [B] en [C] als bestuurders van Mega Windforce Holding B.V.;
bepaalt vooralsnog voor de duur van het geding dat de aandelen in Mega Windforce Holding B.V. ten titel van beheer met ingang van heden zijn overgedragen aan een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon;
bepaalt dat het salaris en de kosten van de beheerder van aandelen ten laste komen van Mega Windforce Holding B.V. en bepaalt dat Mega Windforce Holding B.V. voor de betaling daarvan ten genoegen van de beheerder zekerheid dient te stellen vóór de aanvang van diens werkzaamheden;
veroordeelt BRainmaker B.V., Forest Wing B.V., Rikus B.V., [A] , [B] en [C] in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van Mega Windforce Holding B.V. begroot op € 3.963;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af hetgeen meer of anders is verzocht.
Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. M.M.M. Tillema en mr. A.J. Wolfs, raadsheren, en mr. D.E.M. Aleman MBA en prof. dr. mr. S. ten Have, raden, in tegenwoordigheid van mr. B.J. Blok, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 27 november 2019.
Uitspraak 29‑07‑2019
Inhoudsindicatie
OK; Enquête; aanwijzing bestuurder
Partij(en)
beschikking
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.262.496/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 29 juli 2019
inzake
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ANKIBE B.V.,
gevestigd te Zaandijk,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
3DAMES B.V.,
gevestigd te Heerhugowaard,
VERZOEKSTERS,
advocaten: mr. E. Stegerhoek, mr. K. Watanabe en mr. B. de Ruijter, allen kantoorhoudende te Amsterdam,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
MEGA WINDFORCE HOLDING B.V.,
gevestigd te Zaanstad,
VERWEERSTER,
advocaten: mr. S.J.H.M. Berendsen en mr. P.L. Hezer, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
e n t e g e n
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
BRAINMAKER B.V.,
gevestigd te Wassenaar,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
FOREST WING B.V.,
gevestigd te Nieuw-Vennep,
3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
RIKUS B.V.,
gevestigd te Zaanstad,
4. [A],
wonende te [....] ,
5. [B],
wonende te [....] ,
6. [C],
wonende te [....] ,
BELANGHEBBENDEN,
advocaten: mr. S.J.H.M. Berendsen en mr. P.L. Hezer, beiden kantoorhoudende te Amsterdam.
1. Het verloop van het geding
1.1
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikking in deze zaak van 26 juli 2019.
1.2
Bij die beschikking heeft de Ondernemingskamer – voor zover thans van belang – een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Mega Windforce Holding B.V., Mega Windforce B.V. en Mega Windforce IP B.V. over de periode vanaf 18 oktober 2018, een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd teneinde het onderzoek te verrichten en de vaststelling van het bedrag dat het onderzoek mag kosten aangehouden, alsmede – bij wijze van onmiddellijke voorziening en vooralsnog voor de duur van het geding – een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon tot bestuurder van Mega Windforce Holding B.V. benoemd.
2. De gronden van de beslissing
De Ondernemingskamer zal thans de hierna te vermelden persoon aanwijzen als bestuurder van Mega Windforce Holding B.V., een en ander zoals bedoeld in de beschikking van 26 juli 2019.
3. De beslissing
De Ondernemingskamer:
wijst aan als bestuurder van Mega Windforce Holding B.V., zoals bedoeld in de beschikking van de Ondernemingskamer van 26 juli 2019 in deze zaak: prof. C.A. Willemse MSC MBA te Delft;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.M.M. Tillema, voorzitter, mr. C.C. Meijer en mr. M.P. Nieuwe Weme, raadsheren, en drs. C. Smits-Nusteling RC en prof. dr. mr. S. ten Have, raden, in tegenwoordigheid van mr. B.J. Blok, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 29 juli 2019.
Uitspraak 26‑07‑2019
Inhoudsindicatie
OK; Enquête; Onmiddellijke voorziening
Partij(en)
beschikking
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.262.496/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 26 juli 2019
inzake
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ANKIBE B.V.,
gevestigd te Zaandijk,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
3DAMES B.V.,
gevestigd te Heerhugowaard,
VERZOEKSTERS,
advocaten: mr. E. Stegerhoek, mr. K. Watanabe en mr. B. de Ruijter, allen kantoorhoudende te Amsterdam,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
MEGA WINDFORCE HOLDING B.V.,
gevestigd te Zaanstad,
VERWEERSTER,
advocaten: mr. S.J.H.M. Berendsen en mr. P.L. Hezer, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
e n t e g e n
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
BRAINMAKER B.V.,
gevestigd te Wassenaar,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
FOREST WING B.V.,
gevestigd te Nieuw-Vennep,
3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
RIKUS B.V.,
gevestigd te Zaanstad,
4. [A],
wonende te [....] ,
5. [B],
wonende te [....] ,
6. [C],
wonende te [....] ,
BELANGHEBBENDEN,
advocaten: mr. S.J.H.M. Berendsen en mr. P.L. Hezer, beiden kantoorhoudende te Amsterdam.
1. Het verloop van het geding
1.1
In het vervolg zullen partijen, belanghebbenden en andere (rechts)personen (ook) als volgt worden aangeduid:
- -
verzoekster sub 1 als Ankibe;
- -
verzoekster sub 2 als 3Dames;
- -
verzoeksters sub 1 en 2 gezamenlijk als Ankibe c.s.;
- -
verweerster als MWF;
- -
belanghebbenden 1 tot en met 6 ieder afzonderlijk als BRainmaker, Forest Wing, Rikus, [A] , [B] en [C] ;
- -
belanghebbenden 1 tot en met 3 gezamenlijk als Rikus c.s.;
- -
belanghebbenden 4 tot en met 6 gezamenlijk als de huidige bestuurders;
- -
[D] als [D] ;
- -
[E] als [E] ;
- -
[F] als [F] .
1.2
Ankibe c.s. hebben bij op 12 juli 2019 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verzoekschrift met producties de Ondernemingskamer verzocht, bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad, een onderzoek te bevelen naar het beleid en de gang van zaken van MWF – en haar dochtervennootschappen Mega Windforce B.V. en Mega Windforce I.P. B.V. – over een nader vast te stellen periode, met bepaling dat de aan te wijzen onderzoeker binnen twee maanden een plan van aanpak en een begroting van kosten aan de Ondernemingskamer zal toezenden, waarover partijen zich kunnen uitlaten. Daarbij hebben zij tevens verzocht – zakelijk weergegeven – bij wijze van onmiddellijke voorzieningen voor de duur van het geding:
- a.
de huidige bestuurders te schorsen als bestuurder van MWF;
- b.
alle besluiten die de huidige bestuurders genomen hebben strekkende tot het staken van de onderneming van MWF in het algemeen of het verkopen van het patent in het bijzonder te schorsen en (verdere) uitvoering daarvan te verbieden;
- c.
een derde persoon te benoemen tot bestuurder van MWF en te bepalen dat het salaris en de kosten van deze bestuurder ten laste komen van de huidige bestuurders en dat zij voor betaling daarvan zekerheid dienen te stellen;
- d.
e door Rikus c.s. gehouden aandelen in het kapitaal van MWF over te dragen aan een door de Ondernemingskamer te benoemen beheerder en te bepalen dat het salaris en de kosten van deze beheerder ten laste komen van Rikus c.s. en dat zij voor betaling daarvan zekerheid dienen te stellen;
- e.
alle zeggenschapsrechten die Rikus c.s. kunnen doen gelden ten aanzien van besluiten van de tijdelijke bestuurder te schorsen;
- f.
dan wel een andere voorziening te treffen die de Ondernemingskamer juist acht;
alsmede om Rikus c.s. en/of de huidige bestuurders te veroordelen in de kosten van het geding.
1.3
MWF, Rikus c.s. en de huidige bestuurders hebben bij op 16 juli 2019 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verweerschrift met producties de Ondernemingskamer verzocht, bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad, – zakelijk weergegeven –:
- a.
Ankibe c.s. in hun verzoek niet-ontvankelijk te verklaren, althans het verzoek tot het gelasten van een onderzoek en het treffen van onmiddellijke voorzieningen af te wijzen;
- b.
subsidiair, voor het geval de Ondernemingskamer een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van MWF beveelt, dit onderzoek te bevelen voor wat betreft alle gedragingen van Ankibe en [E] die verband houden met de vervulling van hun bestuurstaak vanaf hun benoeming tot aan de bestuurswissel op 11 maart 2019 en de gebrekkige overdracht van die bestuurstaak na 11 maart 2019 tot op heden en, voor het geval de Ondernemingskamer onmiddellijke voorzieningen treft, in plaats van de verzochte voorzieningen bij wijze van onmiddellijke voorziening een onafhankelijk functionaris te benoemen die uitsluitend tot exclusieve taak heeft om toezicht te houden op de verkoop van het IP en/of de informatievoorziening aan Ankibe c.s. en te bepalen dat de kosten daarvan ten laste komen van Ankibe c.s., althans van Ankibe en [E] ;
en Ankibe c.s., althans Ankibe en [E] te veroordelen in de kosten van het geding.
1.4
Het verzoek is behandeld ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 18 juli 2019. Bij die gelegenheid zijn als advocaten van Ankibe c.s. de op het voorblad vermelde advocaten aanwezig geweest en als advocaten van MWF, Rikus c.s. en de huidige bestuurders mr. Hezer voormeld alsmede diens kantoorgenoten mr. L.P. Wiggers en mr. H.K. Schrama. De advocaten hebben de standpunten van de onderscheiden partijen toegelicht aan de hand van – aan de Ondernemingskamer en de wederpartij overgelegde – aantekeningen en onder overlegging van op voorhand aan de Ondernemingskamer en de wederpartij gezonden nadere producties. Partijen en hun advocaten hebben vragen van de Ondernemingskamer beantwoord en inlichtingen verstrekt. Ter terechtzitting hebben Ankibe c.s. hun verzoek gewijzigd in die zin dat zij thans verzoeken om een werkelijke in plaats van forfaitaire kostenveroordeling.
2. De feiten
De Ondernemingskamer gaat uit van de volgende feiten:
2.1
MWF is op 1 april 2016 opgericht. Ankibe houdt 23,3% van de aandelen in het geplaatste kapitaal van MWF en 3Dames 18,4%. Gezamenlijk houden Ankibe c.s. derhalve 41,7% van de aandelen. Rikus houdt 17,5% van de aandelen, Forest Wing 13,6% en BRainmaker 27,2%, zodat Rikus c.s. gezamenlijk 58,3% van de aandelen in het geplaatste kapitaal van MWF houden.
2.2
De natuurlijke persoon achter Ankibe is [D] en achter 3Dames [E] . De natuurlijke personen achter Rikus, Forest Wing en BRainmaker zijn [C] , [B] respectievelijk [A] .
2.3
[C] , [A] en [B] vormen samen het bestuur van MWF. [C] is zelfstandig bevoegd en [A] en [B] zijn gezamenlijk met een of meer andere bestuurder(s) bevoegd MWF te vertegenwoordigen.
2.4
MWF is opgericht om een start-up onderneming in onder te brengen die zich toelegt op het ontwikkelen van een innovatieve as-loze windturbine. Het ontwerp hiervoor betreft een uitvinding van [A] en [B] . MWF houdt als holdingmaatschappij alle aandelen in het geplaatste kapitaal van Mega Windforce B.V. (de werkmaatschappij) en van Mega Windforce IP B.V., in welke vennootschap het patent op het ontwerp van de windturbine is ondergebracht. MWF is bestuurder van beide vennootschappen.
2.5
Vanaf de oprichting werd het bestuur van MWF gevormd door Ankibe en [E] . [D] en [E] zijn aangetrokken om het zakelijke en commerciële deel van de start-up voor hun rekening te nemen. Zij werden bijgestaan door een chief technology officer, C.J. Vaanhold, die geen statutair bestuurder was.
2.6
Aanvankelijk waren Ankibe, 3Dames, Forest Wing en BRainmaker de aandeelhouders van MWF. In augustus 2016 is Rikus als aandeelhouder toegetreden. Rikus heeft een bedrag van € 700.000 ter beschikking gesteld als startkapitaal.
2.7
Op 26 juli 2017 is een aandeelhoudersovereenkomst gesloten door alle aandeelhouders. Partijen zijn - voor zover van belang - het volgende overeengekomen:
“5.2 Directors (…) may at any time be suspended or terminated by a sixty-six percent (66%) majority of the votes cast in a general meeting in which more than half of the issued shares of stock are present (…).
(…)
8.6
The Company shall keep an adequate and up-to-date bookkeeping. The Company shall provide every Shareholder with the information that a Shareholder reasonably requires about the Company and the Activities.
(…)
11.1
For the duration of this Agreement, a Shareholder cannot encumber his Shares.
(…)
12.1
In case of liquidation, dissolution or liquidation, merger, take-over or sale, granting an exclusive license, or the transfer of almost all assets of the Company in which the Shareholders do not hold the majority of the outstanding shares of the remaining entity (a “Change of Control”) within two years of today, Rikus shall be entitled to the receipt of the following amount from the available profit: (i) twice the invested amount; or (ii) the amount that Rikus would receive when all shareholders received their pro rata share of these assets or profits.
(…)
13.1
Each Shareholder commits himself towards the other Parties and towards Group Companies (…) to refrain from:
(…) d. using his knowledge about the Company in any way that may harm the interests of the Shareholders and/or the Company, (…) e. all of this directly or indirectly, in any form or in any capacity whatsoever.”
2.8
Aan de aandeelhoudersovereenkomst is als Annex II gehecht een Business Plan, versie 2, mei 2017, welk businessplan alle aandeelhouders hebben geparafeerd. Appendix A bij het businessplan bevat een ontwikkelplan, dat voorziet in ontwikkeling van de windturbine in acht projectfasen, aangeduid met de letters A tot en met F. Het businessplan is nadien nog enkele malen aangepast.
2.9
Eveneens op 26 juli 2017 heeft de algemene vergadering van MWF unaniem een raad van advies, bestaande uit vier leden, benoemd.
2.10
De ontwikkeling van de windturbine bevindt zich – na enige vertraging in de eerdere ontwikkelingsfasen – vanaf medio 2018 in fase F, in welke fase een prototype gerealiseerd dient te worden. Voor het verkrijgen van de voor realisatie van deze projectfase noodzakelijke financiering, zijn de toenmalige bestuurders onder meer in onderhandeling getreden met potentiële investeerder [H] (hierna: [H] ). Begin september 2018 zijn deze gesprekken eenzijdig door [H] beëindigd.
2.11
Op 12 oktober 2018 is een optieovereenkomst tot stand gekomen tussen BRainmaker als optieverlener en [H] als optienemer, op basis van welke overeenkomst [H] – kort samengevat – tegen betaling van € 125.000 van BRainmaker een optierecht heeft verkregen op 2% van de aandelen in het geplaatste kapitaal van MWF.
2.12
Op 18 oktober 2018 heeft een algemene vergadering van MWF plaatsgevonden. Tijdens deze vergadering zijn de toenmalige bestuurders geschorst. Deze schorsing is kort nadien ongedaan gemaakt.
2.13
Op verzoek van Rikus c.s. heeft vervolgens een algemene vergadering van MWF plaatsgevonden op 3 december 2019, met als agendapunten het ontslag van de toenmalige bestuurders en benoeming van [C] , [A] en [B] tot bestuurders. Deze vergadering is na een schorsing voortgezet op 6 december 2019. In de notarieel opgemaakte akte proces-verbaal van de algemene vergadering staat onder meer:
“SB [mr. Berendsen]: (…) “Ja, partijen hebben een regeling afgesproken en die luidt als volgt: alle betrokkenen, te weten: individuele aandeelhouders, individuele bestuurders en de vennootschap, zijn een ‘stand-still’ overeengekomen tot één maart tweeduizend negentien, die er concreet op ziet dat er in deze periode over en weer geen enkele – al dan niet juridische actie – acties zullen worden ingesteld. Eén. Tweede punt: meerderheidsaandeelhouders zullen de gang van zaken rond de vennootschap niet frustreren. Volgende punt: Partijen spreken af dat artikel 5.2 van de aandeelhoudersovereenkomst (kort gezegd zesenzestig procent (66%)-regel) (…) per direct komt te vervallen. (…) Nieuw punt: er worden AVA’s opgeroepen op één maart en één april tweeduizend negentien; meerderheidsaandeelhouders kunnen agendapunten aanbrengen.”
2.14
Ankibe en [E] hebben tijdens deze algemene vergadering de in de aandeelhoudersovereenkomst vastgelegde quorumregeling voor ontslag prijsgegeven in ruil voor een stand-still periode, gedurende welke periode zij gesprekken met potentiële investeerders zouden kunnen afronden. Ankibe en [E] zijn in deze periode in gesprek geweest met verschillende investeerders, waaronder Chevron Technology Ventures LLC (hierna: Chevron) en MM Ventures B.V. (hierna: MM Ventures).
2.15
Op 6 maart 2019 heeft [I] (hierna: [I] ) namens MM Ventures in een e-mail aan [E] geschreven:
“Dank voor het prettige gesprek van maandag jongstleden.
Wij pakken de rol van lead investor op en gaan er alles aan doen om alle partijen op voor jullie en jullie aandeelhouders acceptabele gronden aan boord te krijgen.
Wij hebben er geloof en zin in.”
2.16
Ankibe en [E] zijn tijdens een algemene vergadering gehouden op 11 maart 2019 ontslagen als statutair bestuurders van MWF. [C] is op die datum aangetreden als bestuurder van de vennootschap. [A] en [B] zijn op 22 mei 2019 aangetreden als bestuurders.
2.17
Op 15 maart 2019 heeft [I] van MM Ventures een e-mail met onder meer de volgende inhoud aan alle aandeelhouders gestuurd:
“Enige tijd geleden zijn [J] en ik benaderd met de vraag of wij wilden investeren in MWF en wilden optreden als lead investor voor een 5mio ronde.
Nadat wij goed naar MWF hebben gekeken en afspraken hebben gemaakt over onze rol als lead investor hebben wij dit onder voorwaarden geaccepteerd.
Vorige week zijn wij echter gebeld door een aandeelhouder ( [I] ) waar we nog geen kennis mee hadden gemaakt. Hij gaf aan dat er issues waren tussen de aandeelhouders. Dit soort zware aandeelhouders issues moeten ons inziens eerst worden opgelost voordat we onze rol als lead investor kunnen opnemen. We hadden al contact opgenomen met de grootste potentiele investeerder Chevron en kregen bevestigd dat zij serieus zijn en willen investeren.”
MM Ventures heeft een gesprek met alle aandeelhouders voorgesteld om te bezien of er een werkbare oplossing is om MWF verder te ontwikkelen en een grote investeerder aan boord te halen.
2.18
Bij e-mail van 15 maart 2019 heeft [C] MM Ventures geïnformeerd dat een bestuurswisseling heeft plaatsgevonden, dat het nieuwe bestuur als contactpersoon zal optreden en hij zelf als eerste aanspreekpunt zal fungeren. Bij e-mail van 18 maart 2017 heeft MM Ventures in antwoord hierop geschreven dat het voor hen lastig te volgen is wat er allemaal gebeurt en dat het hen er niet enthousiaster op maakt. Zij heeft aangedrongen op een gesprek met alle aandeelhouders en laten weten dat zij zich zal terugtrekken als hieraan geen gevolg wordt gegeven.
2.19
Bij brief van 27 maart 2019 heeft [H] – voor zover van belang – het volgende aan de huidige bestuurders bericht:
“Vandaag vroeg [A] [ [A] ] mij op papier te zetten op welke voorwaarden ik wil instappen. Hieronder volgt een uiteenzetting.
Ik wil alleen instappen in MWF als de heren [E] en [D] geen onderdeel meer uitmaken van MWF. De kans dat dit gaat gebeuren schat ik in op nul. De optie die dan overblijft is een nieuwe entiteit oprichten waarin het IP van de MWF IP BV wordt ingebracht.
Volgens mij levert dit alleen maar winnaars op (…)
Er zijn drie redenen waarom ik niet in een BV wil zitten als aandeelhouder met [E] en [D] .
1. De heren zijn onbetrouwbaar gebleken. Dit heb ik eerder duidelijk gemaakt met voorbeelden in mijn brief aan jullie van 29-11-2018.
2. Laat een plaatje zien van de molen aan ‘het wereldje’ en je krijgt de opmerking: “ohh die gasten ja…” (…)
3. De boekhouding. (…)
Ikzelf heb maar één ambitie voor de komende twaalf maanden, nl een molen bouwen die werkt. Wat mij betreft is dit mijn enige focus. (…)
Verder heb ik dromen. Ik droom ervan dat niemand nog een molen bouwt zoals nu en alleen nog maar molens bouwt volgens dit patent. (…)
Ik wil investeren tot 1 miljoen euro. Die maak ik niet in één keer over, maar ik wil tot 1 miljoen euro borg staan voor de uitgaven gedurende het proces afhankelijk van de tegenslagen die we ongetwijfeld krijgen. We kunnen tijdens het proces van bouwen besluiten er meerdere geldschieters bij te halen. Ik ken best wel wat mensen met geld. Als de resultaten van wat we aan het bouwen zijn positief zijn is er geld te verdienen. Dan is geld ook makkelijk gevonden.
Ik ben gevraagd om op de bok te zitten. Ik wil ook leiding nemen tegen een vergoeding. Ik laat het aan jullie om een voorstel te doen. (…) ik zie dit als een “start up”. Daar hoort een basis salaris bij. En een bonus bij succes.”
2.20
Op 5 april 2019 heeft een gesprek plaatsgevonden met [I] van MM Ventures, waarbij [C] en [E] aanwezig zijn geweest. Tevens was [F] van AvT Adviseurs B.V. aanwezig, in zijn hoedanigheid van adviseur van het bestuur van MWF. Bij e-mail van 8 april 2019 heeft [F] een gespreksverslag aan de aanwezigen gestuurd. In dit verslag staat dat de recente update over de interne situatie bij Mega Windforce, gevolgd door de recente bestuurswisseling, heeft geleid tot een andere zienswijze van MM Ventures op de investering in Mega Windforce, dat [I] op 31 maart 2019 dan ook aan [C] heeft gemaild dat MM Ventures zich terugtrekt als investeerder en als lead, dat de bespreking van 5 april 2019 niet heeft geleid tot een ander zienswijze van MM Ventures en dat dat betekent dat MM Ventures zich officieel heeft teruggetrokken als lead investor. In het verslag staat voorts dat MM Ventures eventueel bereid is onder stringente voorwaarden te investeren, en dat een van die voorwaarden is dat zij op geen enkele wijze een financieel risico loopt.
2.21
Bij e-mail van 9 april 2019 heeft MM Ventures enkele opmerkingen bij het gespreksverslag geplaatst:
“Contacten met Chevron zijn goed en ik twijfel er helemaal niet aan dat zij serieus zijn. Ze willen alleen snel schakelen”
(…)
Wij hebben gevraagd of alle aandeelhouders aan tafel konden komen zitten om e.e.a. uit te praten en alle neuzen dezelfde kant op te krijgen. Alleen [I] is toen gekomen. [A] en [B] niet. Ik heb in dat gesprek aan [I] voorgesteld dat er een tweekoppig bestuur zou komen: [I] en [D] . Daar zou [I] neerleggen bij de twee andere aandeelhouders ( [A] en [B] ) maar dat is uiteindelijk niet de door hen gewenste insteek gebleken. Omdat dat, ons inziens, een onwerkbare situatie zou opleveren hebben wij ons teruggetrokken als lead investor.
(…)
Ik denk dat jullie in ieder geval heel snel een lead investor moeten vinden. De Deal met Chevron en daarmee de hele investering loopt anders weg. We waren volgende week een afspraak met [K] [Chevron] in Nederland aan het plannen. Ik vind het een super mooi project en zeer kansrijk waar we graag onze schouder onder hadden gezet/zouden zetten. Zou jammer zijn als het strandt.”
2.22
Op 9 april 2019 heeft een algemene vergadering van MWF plaatsgevonden. Agendapunt was onder meer de stand van zaken van Mega Windforce.
2.23
Bij e-mail van 23 april 2019 heeft MM Ventures aan [E] en [C] bericht:
“Onderstaande mail van [K] kreeg ik al weer op 12 april.
Ik heb hem nog niets kunnen laten horen.
Laten we afspreken dat als ik voor morgen 12.00 niets hoor van jullie, MMV niet meer opnieuw als leadinvestor zal gaan optreden. (…)”
In deze e-mail refereert MM Ventures aan een e-mail van 12 april 2019 van de kant van Chevron, waarin wordt gevraagd wanneer een goed moment is voor een call naar aanleiding van een eerder door MM Ventures toegestuurd eerste concept voor een term sheet.
2.24
Bij e-mail van 30 april 2019 heeft Chevron, onder verwijzing naar een op die dag gevoerd gesprek met [C] , het voorbeeld voor een term sheet aan [C] gestuurd dat zij eerder aan MM Ventures had doen toekomen en onder meer geschreven:
´(…) once a term sheet is in place that we think is reasonable, we will engage in deeper diligence and a plan to spend an couple days with your team to have detailed discussions. We would only communicate our intent to invest after the detailed diligence and internal approval; we are not able to sign term sheets or give any indication of intent to invest prior to going through the diligence and internal approval process.”
2.25
Op 15 mei 2019 heeft de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland een subsidieaanvraag voor een Innovatiekrediet afgewezen. De brief is ondertekend door de Procescoördinator Innovatiekrediet. In de afwijzingsbrief staat onder meer dat er geen vertrouwen is dat het projectplan alle noodzakelijke activiteiten omvat en binnen de voorgestelde korte tijd succesvol kan worden uitgevoerd en dat er meer tijd nodig zal zijn om tot een goed getest, commercialiseerbaar projecttype te komen.
2.26
Op 28 mei 2019 heeft de advocaat van Ankibe c.s., aansluitend op eerdere correspondentie, een bezwarenbrief in de zin van artikel 2:349 lid 1 BW aan de advocaten van MWF, Rikus c.s. en de huidige bestuurders gestuurd.
2.27
Bij e-mail van 31 mei 2019 heeft de raad van advies, kort gezegd, voorgesteld dat de aandeelhouders alle bestaande conflicten voor de periode van een jaar bevriezen, waarbij alle aandeelhouders op grotere afstand van de onderneming komen te staan en terugtreden als bestuurder. Vermeld wordt dat de focus is de doorontwikkeling van het technische concept en het creëren van een verdienmodel. De raad van advies is in dat verband nog kort ingegaan op drie randvoorwaarden: technische expertise, additionele financiering en een kundig bestuur. Het voorstel is door Ankibe c.s. aanvaard. Rikus c.s. zijn met het voorstel niet akkoord gegaan.
2.28
Op 24 juni 2019 heeft – op verzoek van Ankibe c.s. – wederom een algemene vergadering van MWF plaatsgevonden. Agendapunten waren onder meer de beleidsplannen en financiële plannen van het bestuur, de stand van zaken met betrekking tot die plannen en opgave van de bereikte resultaten en, als discussiepunt, voortzetting van de onderneming.
2.29
Op 4 juli 2019 heeft MWF de aandeelhouders opgeroepen voor een algemene vergadering op 12 juli 2019, met als agendapunten:
“2. Bespreking stand van zaken Mega Windforce
Het bestuur constateert dat de onderneming in financieel zwaar weer begeeft en geeft een nadere toelichting
3. Bespreking toekomst Mega Windforce BV
Het bestuur van Mega Windforce Holding onderzoekt alle mogelijkheden om de toekomst van MWF te waarborgen, ook indachtig het belang van de crediteuren, overweegt het bestuur in dit verband het patent te gelde te maken.”
2.30
Tijdens de algemene vergadering van MWF op 12 juli 2019 hebben partijen gesproken over de toekomst van MWF. In de weergave van de audio-opname van de vergadering staat onder meer het volgende.
“Berendsen: Het bestuur concludeert eigenlijk dat het project Mega Windforce niet levensvatbaar is. [D] en [E] hebben lange tijd geprobeerd om investeerders aan te trekken om het project verder te proberen van de grond te krijgen. Dat is niet gelukt. Nieuwe investeerders op dit moment lukt ook niet. Mede door de geschillen of met name door de geschillen die tussen de aandeelhouders plaatsvinden.
(…)
De huidige financiële staat en de staat van de vennootschap bedreigt de continuering van de onderneming. Het bestuur is benaderd door meerdere partijen die geïnteresseerd zijn in het patent en zoals ik heb gezegd mede gelet op de interne geschillen binnen de vennootschap zijn die partijen niet bereid om te investeren in de vennootschap maar wel bereid om eventueel patent over te nemen tegen vergoeding van een marktconforme waarde dan wel indien die waarde hoger is dan de marktconforme waarde de volledige schuldenlast van de vennootschap.”
De vraag naar de identiteit van de kandidaten is ter vergadering niet beantwoord. Op vragen naar onder meer de concrete stand van zaken in de onderhandelingen en de positie van de crediteuren is een globaal antwoord gekomen. Op de beoogde voorwaarden voor een transactie is niet ingegaan.
2.31
Op 16 juli 2019 heeft [D] een tekstbericht van Chevron ontvangen, waarin Chevron onder meer laat weten dat ze al gedurende enige tijd niet van [C] heeft vernomen.
2.32
In een e-mail van 17 juli 2019 aan [D] heeft een senior adviseur van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland geschreven dat vanuit het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, MWF is geïntroduceerd. MWF wordt aangeduid als een veelbelovende start-up met investeerders als Chevron die vernieuwend bezig is rondom windturbines. In de e-mail wordt dit een belangrijk project genoemd dat goed is voor de Nederlandse economie en wordt vermeld dat het project vanuit de ‘koplopersaanpak’ onder de aandacht van diverse partijen zal worden gebracht, zoals ‘TKI wind op zee’.
3. De gronden van de beslissing
3.1
Ankibe c.s. hebben aan hun verzoek ten grondslag gelegd dat er gegronde redenen zijn voor twijfel aan een juist beleid en een juiste gang van zaken van MWF en dat gelet op de toestand van de vennootschap onmiddellijke voorzieningen dienen te worden getroffen. Ter toelichting hebben Ankibe c.s. – kort samengevat – het volgende naar voren gebracht:
- a.
Er is sprake van ernstig verstoorde verhoudingen tussen Rikus c.s. c.q. de huidige bestuurders en Ankibe c.s. In het najaar van 2018 hebben Rikus c.s. door middel van een reeks onrechtmatige kunstgrepen geprobeerd de macht binnen MWF te grijpen, waardoor de verhoudingen binnen de algemene vergadering en tussen de algemene vergadering en het bestuur ernstig verstoord zijn geraakt. Nadat begin september 2018 de gesprekken met [H] plotseling eenzijdig zijn afgebroken, bleek dat [A] het ertoe heeft geleid dat [H] niet rechtstreeks in MWF investeerde maar dat BRainmaker hem in strijd met artikel 11.1 van de aandeelhoudersovereenkomst opties op aandelen heeft verkocht, waarmee zij haar eigen liquiditeitsnood heeft gelenigd. Daarbij schond zij tevens artikel 13.1 van de aandeelhoudersovereenkomst. Volgens Ankibe c.s. is inmiddels gebleken dat Rikus c.s. al sinds najaar 2018 onder één hoedje spelen met [H] met als doel [D] en [E] uit MWF te werken. Op 18 oktober 2018 hebben Rikus c.s. gepoogd het bestuur, door middel van een ongeldige schorsing, gevolgd door afsluiting van de e-mailaccounts, het besturen onmogelijk te maken. Vervolgens hebben Rikus c.s. druk op het bestuur uitgeoefend door heimelijk twee belangrijke strategische partners aan te sporen (gepretendeerde) vorderingen versneld te incasseren, terwijl ook een vennootschap van [C] plotseling een factuur stuurde. In deze periode begon ook [F] versneld facturen op te eisen en dwars te liggen bij het voeren van de administratie en het opstellen van de jaarrekeningen. Tijdens de algemene vergadering van 3 en 6 december 2018 waren Rikus c.s. aanvankelijk voornemens het ontslag van de oorspronkelijke bestuurders door te drukken en hebben zij vervolgens, nadat een vergelijk werd bereikt over een periode waarin de oorspronkelijke bestuurders de gesprekken met de nieuwe investeerders zouden kunnen afronden, de overeenkomst op allerlei manieren geschonden en de oorspronkelijke bestuurders daarna bij de eerst mogelijke gelegenheid, op 11 maart 2019, eenzijdig ontslagen. De huidige bestuurders hebben de onderhandelingen met het door Ankibe c.s. bijeengebrachte consortium kort na hun aantreden laten stuk lopen. Met het aantreden van de natuurlijke personen achter Rikus c.s. als bestuurders, zijn de verstoorde verhoudingen alleen maar verder op de spits gedreven. Met de verwerping van het voorstel van de raad van advies, duren de verstoorde verhoudingen voort.
- b.
Ankibe c.s. – die gezamenlijk een minderheid van de aandelen in MWF houden – worden ontoereikend en niet in dezelfde mate als Rikus c.s. geïnformeerd.
Juist in een situatie als de onderhavige waarin de verhoudingen ernstig zijn verstoord, er een personele unie is tussen bestuur en een meerderheid van de aandeelhouders en de toekomst van de vennootschap en haar onderneming op het spel staat, hebben Ankibe c.s. als minderheidsaandeelhouders recht op en belang bij tijdige, transparante, controleerbare en gelijke informatievo0rziening. Wat sinds 11 maart 2019 gebeurt in de vennootschap, onttrekt zich echter geheel aan het gezichtsveld van Ankibe c.s. hoewel zij talloze malen hebben aangedrongen op inzicht in de plannen van het bestuur en de gang van zaken binnen MWF. Tijdens de algemene vergadering van 24 juni 2018 bleek niets van plannen of strategie en hield het bestuur zich volstrekt op de vlakte. Voor 11 maart 2019 was gebruikelijk dat het toenmalige bestuur een gedetailleerde wekelijkse update zond aan Rikus c.s.
De huidige bestuurders hebben hun bestuurstaak ernstig verwaarloosd, met name doordat zij nagelaten hebben opvolging te geven aan diverse leads betreffende potentiële investeerders.
Voor [D] en [E] was het bestuur van MWF een (meer dan) fulltime baan die veel tijd, kennis, kunde en een uitgebreide kennis van en netwerk in de renewable energy sector vergde. Aan deze eigenschappen ontbreekt het het huidige bestuur. [C] is een succesvolle ondernemer maar kan niet de benodigde tijd vrij maken. Ook [A] en [B] hebben een eigen onderneming die veel aandacht vraagt. De huidige bestuurders verzaken de meest elementaire taak die hun is toevertrouwd, het besturen van de vennootschap. Daarnaast hebben zij ook Vaanhold aan de kant gezet, die onschatbare waarde heeft toegevoegd, waardoor de onderneming is stil gevallen. Door niets te doen, hebben de huidige bestuurders ook de financiële situatie van MWF effectief laten verslechteren. Als de huidige bestuurders het voordoen dat MWF zich in een financiële noodsituatie of aan de rand van de afgrond bevindt, is dat het gevolg van hun eigen handelen.
Er is sprake van een ontoelaatbare belangenverstrengeling, doordat de huidige bestuurders zich laten leiden door hun eigen belang in plaats van het belang van MWF en handelen in strijd met artikel 2:8 lid 1 en artikel 2:9 BW.
Zij hebben de oorspronkelijke bestuurders zwart gemaakt bij verschillende relaties waardoor zij evident investeerders, klanten en andere relaties afstoten, zij hebben gedreigd met het incasseren van een boete van € 250.000 vanwege het ‘op persoonlijke titel gebruik maken van (…) Mega Windforce-e-mailadressen’ terwijl zij dit ook zelf doen, zij hebben managementbeloningen teruggevorderd omdat die te hoog zouden zijn geweest terwijl [A] en [B] in 2017 vergelijkbare beloningen hebben ontvangen, zij hebben doelbewust nagelaten toereikende en gelijke informatie te verschaffen en zij hebben consequent proberen te verdoezelen dat de oorzaak van het huidige financiële probleem bij hen ligt door ten onrechte te wijzen op het negatieve crediteurensaldo ten tijde van het gedwongen ontslag terwijl het crediteurensaldo bij een start-up per definitie negatief is.
Inmiddels is uit de op 4 juli 2019 onverwachts verstuurde agenda voor een algemene vergadering op 12 juli 2019 gebleken dat de huidige bestuurders overwegen het patent te gelde te maken en daarmee in feite aansturen op een liquidatiescenario. Het over een dergelijke cruciale beslissing niet meer informatie delen dan het enkele vermelden van een voornemen geeft op zichzelf al aanleiding te vrezen voor onzorgvuldige besluitvorming. Dat geldt te meer nu ten minste twee huidige bestuurders/aandeelhouders een persoonlijk belang hebben bij liquidatie van MWF op korte termijn: Rikus krijgt bij liquidatie voor 26 juli 2019 op grond van artikel 12 van de aandeelhoudersovereenkomst haar investering dubbel terug en BRainmaker verkeert al geruime tijd in liquiditeitsproblemen en wil af van de door haar gesloten optieovereenkomsten. Daarbij komt dat Rikus c.s. hebben laten weten geïnteresseerde bevriende partijen achter de hand te hebben (inmiddels is meer duidelijk over de rol van [H] ) die bereid zijn te investeren in MWF maar niet zolang Ankibe c.s. nog betrokken zijn.
3.2
Daartegenover hebben MWF, Rikus c.s. en de huidige bestuurders – kort samengevat – het volgende naar voren gebracht:
a. Weliswaar is sprake van verstoorde verhoudingen, maar de oorzaak daarvan ligt niet in gedragingen van Rikus c.s. en de huidige bestuurders. Als gevolg van verschillende aan de toenmalige bestuurders toe te rekenen onregelmatigheden werd hun positie onhoudbaar. Rond augustus 2018 kwamen [A] en [B] erachter dat [D] en [E] een deel van het conceptontwerp hadden aangepast – het zogenaamde up-down systeem – ondanks diverse waarschuwingen van [A] en [B] . Daarnaast bleek in de loop van 2018 dat [D] in de begindagen van MWF een bedrag van € 30.000 zonder duidelijke titel naar zijn privérekening had overgeboekt, dat [E] tot tweemaal toe privé gokschulden met middelen van MWF had voldaan en er verschillende andere onduidelijke posten waren, dat [E] notulen van de algemene vergadering van 26 juli 2017 heeft gecirculeerd met daarop een vervalste handtekening van [B] , dat [D] en [E] meermalen de algemene vergadering hebben misleid (bijvoorbeeld door toestemming te vragen voor verkoop van 1% aandelen, maar in plaats daarvan een converteerbare lening voor € 175.000 aan te gaan met een buitensporige rente van 10% en door een voorgestelde statutenwijziging te presenteren als een ‘technische wijziging’ waarbij slechts het nominale bedrag van de aandelen werd verlaagd terwijl ook talloze andere wijzigingen waren opgenomen), dat [D] en [E] financieel wanbeleid voerden (de administratie bleek niet op orde) en structureel weigerden verantwoording af te leggen tegenover de algemene vergadering. Op de algemene vergadering van 18 oktober 2018 hebben Rikus c.s. Ankibe c.s. met de onregelmatigheden geconfronteerd. Tijdens de vergadering van 3 december 2018 is voorts uitgebreid gesproken over het functioneren van [D] en [E] als bestuurders. De hun geboden laatste kans leidde tot niets, waarna Rikus c.s. hebben besloten [D] (Ankibe) en [E] uit hun functie te zetten.
De door Ankibe c.s. aan het adres van Rikus c.s. geuite verwijten en beschuldigingen zijn onterecht en worden betwist. Bovendien staat voorop dat de governance van MWF ondanks het geschil gewoon functioneert. Niet duidelijk is op welke wijze de verstoorde verhouding maakt dat het beleid van MWF in twijfel moet worden getrokken en op welke wijze toewijzing van het verzoek iets aan deze verhouding gaat veranderen.
In de korte periode dat de huidige bestuurders hun functie bekleden, zijn drie algemene vergaderingen bijeengeroepen met het enkele doel Ankibe c.s. te informeren. Daarnaast beschikken Ankibe c.s. over informatie, maar weigeren zij deze aan de huidige bestuurders over te dragen. Na de bestuurswissel zagen de huidige bestuurders zich geconfronteerd met een evident onvolledige administratie en na talloze pogingen de ontbrekende informatie te verkrijgen, blijken er nog steeds gaten in de administratie. Het bestuur heeft alle informatie waarvan zij het op dit moment nodig achtte om deze met de aandeelhouders te delen, ook gedeeld.
De huidige bestuurders hebben hun bestuurstaak niet verwaarloosd. Zij hebben verschillende investeerders benaderd en – voor zover mogelijk – de leads van de voormalige bestuurders overgenomen. Daarbij bleek echter onder meer dat de contacten tussen MM Ventures en Chevron zich nog in een pril stadium bevonden (de eerste contacten waren pas op 5 maart 2019 gelegd) en de investering van Chevron verre van rond was. Daarbij is het bestuur genoodzaakt te werken met een onvolledige administratie. Daarnaast onderzoeken de huidige bestuurders mogelijkheden om de belangen van de crediteuren van MWF zoveel mogelijk te beschermen. MWF verkeert in financieel zwaar weer en zij beschikt niet langer over voldoende financiële middelen. Inmiddels kloppen reeds enkele maanden crediteuren op de deur. De continuïteit van MWF wordt ernstig bedreigd. Gezien de huidige stand van zaken zijn er twee denkbare scenario’s voor de toekomst: (i) een faillissement en (ii) het te gelde maken van het IP met de opbrengsten waarvan de crediteuren kunnen worden voldaan en waarna de vennootschap kan worden geliquideerd. In dat verband lopen er gesprekken met [H] en Witte Energie. Bij gebrek aan voldoende liquide middelen is het niet realistisch dat MWF zal blijven voortbestaan, tenzij zich een bereidwillige investeerder aandient in welk geval het bestuur die optie vanzelfsprekend zal onderzoeken. In de huidige situatie dient het bestuur zich in het bijzonder rekenschap te geven van de belangen van de crediteuren van MWF. Er is op dit moment nog geen sprake van verkoop van het IP aan [H] of enige andere partij of overname dan wel deelname door Witte Energie. Dit zijn momenteel slechts opties die door het bestuur worden onderzocht.
Onduidelijk is waar het verwijt op is gebaseerd dat het bestuur niet geëquipeerd zou zijn de onderneming te leiden. Het verwijt dat het huidige bestuur zijn bestuurstaak zou hebben verzaakt, is ongegrond.
Er is geen sprake van een ontoelaatbare belangenverstrengeling. De in dit verband geuite verwijten worden betwist en leveren bovendien geen ontoelaatbare belangenverstrengeling op. Er is geen zicht op liquidatie voor 26 juli 2019, zodat artikel 12.1 van de aandeelhoudersovereenkomst in dit verband relevantie mist. Evenmin heeft de eventuele verkoop van het patent te maken met de optieovereenkomst tussen BRainmaker en [H] .
3.3
De Ondernemingskamer overweegt als volgt.
Ad a) Ernstig verstoorde verhoudingen
3.4
Niet in geschil is dat de verhoudingen tussen Ankibe c.s. enerzijds en Rikus c.s. anderzijds ernstig zijn verstoord. Partijen verschillen van mening aan wie deze verstoorde verhoudingen te wijten zijn. Volgens Ankibe c.s. zijn deze het gevolg van een (poging tot) machtsgreep door Rikus c.s., met op de achtergrond een voor hen verzwegen opzetje met [H] . Volgens Rikus c.s. is de oorzaak gelegen in een reeks aan Ankibe c.s. toe te rekenen onregelmatigheden. De Ondernemingskamer laat in dit stadium in het midden wat de verstoorde verhoudingen heeft veroorzaakt. Zij constateert dat de verstoorde verhoudingen niet direct effect hebben op het functioneren van de organen van de vennootschap en niet in de weg staan aan besluitvorming in bestuur en aandeelhoudersvergadering. De Ondernemingskamer constateert echter ook dat de verstoorde verhoudingen wel andersoortige repercussies hebben op het niveau van de vennootschap. De plotselinge bestuurswissel heeft extern vragen opgeroepen. Uit de e-mailwisseling met MM Ventures volgt dat dit ertoe heeft geleid dat MM Ventures niet langer als lead investor heeft willen optreden. Dat de diverse bij de vennootschap betrokken partijen niet langer als eenheid optreden is ook verder tot de buitenwereld doorgedrongen. De onenigheid schrikt potentiele investeerders af, zoals geïllustreerd wordt door de door Rikus c.s. in het verweerschrift vermelde ervaringen met potentiële investeerders. Hierdoor wordt de continuïteit van de onderneming bedreigd.
Ad b) Ontoereikende en ongelijke informatieverschaffing
3.5
De verstoorde verhoudingen hebben ertoe geleid dat onvoldoende informatie wordt verschaft aan Ankibe c.s. Weliswaar zijn sinds het defungeren van [D] en [E] als bestuurders nog drie aandeelhoudersvergaderingen gehouden, maar niet kan worden geconstateerd dat in die vergaderingen de informatie is verstrekt waarop Ankibe c.s. als aandeelhouders, mede in het licht van artikel 8.6 van de aandeelhoudersovereenkomst, redelijkerwijs aanspraak konden maken. Daarbij speelt een rol dat de onderneming in een cruciale fase was aanbeland en haar toekomst op het spel stond, hetgeen aanleiding had moeten zijn voor een royale informatieverstrekking. Zo is kort na de algemene vergadering van 24 juni 2019, waarin nog alle scenario’s open werden gehouden maar geen concrete informatie werd verstrekt over de ontplooide acties om een lead investor te werven, op 4 juli 2019 een nieuwe algemene vergadering bijeengeroepen voor 12 juli 2019, om onder meer te praten over mogelijke verkoop van het patent. Illustratief is de gang van zaken tijdens die de algemene vergadering van 12 juli 2019, waarin concrete vragen van Ankibe c.s. niet althans ontwijkend werden beantwoord en omfloerst over de gang van zaken werd gesproken.
Ad c) Ernstige verwaarlozing van de bestuurstaak
3.6
Richtsnoer voor het bestuurlijk handelen is het belang van de vennootschap en de met haar verbonden onderneming. In het onderhavige geval zal het belang van de vennootschap in de eerste plaats gelegen zijn in het succesvol doorlopen van de in het businessplan onderscheiden ontwikkelingsfasen. Daarvoor is continuïteit van de onderneming een voorwaarde. Anderzijds kan een punt worden bereikt waarop deze doelstelling niet langer realistisch is te achten, in welk geval het belang van de vennootschap zal verschuiven naar zorg jegens in het bijzonder de crediteuren. Rikus c.s. hebben in hun verweerschrift aangevoerd dat zij in verband met de huidige financiële situatie van MWF de twee scenario’s denkbaar acht zoals hiervoor weergegeven onder 3.2. (c) (faillissement of liquidatie na het te gelde maken van het IP). De Ondernemingskamer acht tegenover de stellingen van Ankibe c.s. echter onvoldoende naar voren gekomen dat de urgentie van de financiële situatie in het onderhavige geval van dien aard is dat het bestuur in redelijkheid al kan koersen op een van de hiervoor geschetste scenario’s, met alle voor de vennootschap en de met haar verbonden onderneming verstrekkende gevolgen van dien. Hieromtrent geldt het volgende.
3.7
Voorop staat dat het patent en alle daarmee samenhangende intellectuele eigendomsrechten (hierna gezamenlijk: het patent) het enige vermogensbestanddeel van waarde is in de onderneming. De Ondernemingskamer acht voldoende aannemelijk geworden dat het gepatenteerde ontwerp potentieel een belangrijke vernieuwing en kostenbesparing in de windenergie teweeg kan brengen en dat het patent in dat geval een aanzienlijk waarde vertegenwoordigt. Het behouden van deze potentiële waarde is voor de vennootschap dus van essentieel belang. De ontwikkeling van de windturbine staat nu op een belangrijk keerpunt: projectfase F, de bouw van een prototype, waarmee de werkzaamheid en daarmee de potentie van het ontwerp kan worden aangetoond. Door het patent te verkopen blijft er geen (potentiële) waarde in de onderneming over maar is wel, naar Ankibe c.s. onvoldoende gemotiveerd betwist hebben aangevoerd, een aanzienlijke claw-back te verwachten, onder meer door de verplichting subsidies terug te betalen. Verkoop van het patent is derhalve een zeer ingrijpende maatregel, die feitelijk neerkomt op liquidatie van de vennootschap. Voor een dergelijke vergaande beslissing is alleen plaats als alle andere scenario’s geen reëel continuïteitsperspectief meer bieden. MWF, Rikus c.s. en de huidige bestuurders hebben weliswaar aangevoerd dat het bestuur alle opties nog open laat en dat het ook nog in gesprek is met Witte Energie, maar het lijkt erop dat het bestuur de verkoop van het patent aan [H] op dit moment de meest concrete optie acht. Gesteld noch gebleken is dat thans nog actief wordt gezocht naar financiers.
3.8
Ankibe c.s. hebben benadrukt dat MWF een start-up is: een start-up heeft per definitie periodes waarin er wel schulden zijn maar nog geen operationele kasstroom. Dat er periodes kunnen zijn waarin het crediteurensaldo negatief is, is volgens Ankibe c.s. dan ook inherent aan een start-up. De Ondernemingskamer acht gerede twijfel aanwezig of de onderhavige periode van financiële krapte daadwerkelijk onoverbrugbaar is en in de weg staat aan continuïteit. Dat na de bestuurswisseling op 11 maart 2019 vol is ingezet op het alsnog behouden van MM Ventures als investeerder of het vinden van een nieuwe lead investor en op het warm houden van reeds gelegde contacten, kan niet worden geconstateerd. Wat MWF, Rikus c.s. en de huidige bestuurders daarover bij verweerschrift hebben aangevoerd, is ontoereikend om tot een ander oordeel te komen; dat er meer is geweest dan een aantal oppervlakkig gebleven contacten kan uit hun stellingen niet worden afgeleid. De Ondernemingskamer memoreert hier ook het onder 2.31 vermelde bericht van Chevron, waarin staat dat al geruime tijd geen contact is geweest. Dat de financiële situatie van MWF binnen korte tijd aanmerkelijk is verslechterd ten opzichte van bijvoorbeeld de datum van de bestuurswisseling is verder niet gebleken. Daarbij komt dat evenmin is gebleken van enig crediteurenmanagement. Uit de bij pleidooi overgelegde producties van Ankibe c.s. valt af te leiden dat in ieder geval een aanzienlijk deel van de crediteuren (die het grootste deel van de schulden/leningen vertegenwoordigen) bereid is het opeisen van hun vorderingen tijdelijk op te schorten; ook de enige crediteur die blijkens de overgelegde correspondentie op een faillissementsaanvraag leek af te koersen.
Ad d) Ontoelaatbare belangenverstrengeling
3.9
Ankibe c.s. hebben ter zitting gesproken van een complot, erop gericht dat [H] het patent overneemt, en zij hebben gesuggereerd dat Rikus c.s. en de huidige bestuurders daar belang bij hebben. Een concrete onderbouwing hiervoor hebben zij niet verstrekt. Over de onderhandelingen met [H] hebben MWF, Rikus c.s. en de huidige bestuurders aangevoerd dat deze nog in een pril stadium zijn en dat er verder nog weinig concreets over valt te melden. Dit een en ander brengt mee dat belangenverstrengeling thans niet kan worden geconstateerd. Verkoop van het patent vóór 26 juli 2019 is niet aan de orde, zodat het belang van Rikus bij verkoop voor die datum verder onbesproken kan blijven. De kwestie van de opties is te vaag gebleven. De overige verwijten aan het adres van Rikus c.s. en de huidige bestuurders, wat daarvan zij, duiden niet op ontoelaatbare belangenverstrengeling.
Slotsom
3.10
Slotsom van het vorenstaande is dat de Ondernemingskamer in het bestuurlijk handelen van het huidige bestuur – met de vereiste terughoudendheid getoetst – in combinatie met de weerslag van de verstoorde verhoudingen op de onderneming en de informatievoorziening aan Ankibe c.s. gegronde redenen ziet om aan een juist beleid en juiste gang van zaken van MWF te twijfelen. Partijen hebben zich uitgelaten over de wenselijkheid en opportuniteit van een onderzoek, gelet op de kosten daarvan in samenhang met de financiële situatie van MWF. De Ondernemingskamer acht het belang van de vennootschap bij een onderzoek en bij na te melden onmiddellijke voorziening in dit geval echter doorslaggevend, waarbij zij opmerkt dat Ankibe c.s. ter zitting hebben laten weten bereid te zijn zo nodig een voorschot voor de kosten te verlenen.
3.11
De Ondernemingskamer zal derhalve een onderzoek gelasten, en wel voor de periode vanaf 18 oktober 2018, met dien verstande dat de onderzoeker, indien hij daartoe aanleiding ziet, ook feiten en omstandigheden van eerdere datum bij zijn onderzoek kan betrekken voor zover deze licht kunnen werpen op de gegrond bevonden redenen voor twijfel aan een juist beleid of een juiste gang van zaken of daarmee anderszins voldoende samenhang vertonen (zoals de aan [D] en [E] verweten gedragingen of de rol van [H] in het najaar van 2018). Niet betwist is dat ten aanzien van Mega Windforce B.V. en Mega Windforce I.P B.V. is voldaan aan de criteria voor een concernenquête, zodat het onderzoek, conform het onder 5.5 van het verzoekschrift gedane verzoek, ook ten aanzien van deze vennootschappen zal worden gelast. De Ondernemingskamer zal de aanwijzing van een onderzoeker echter vooralsnog aanhouden om te bezien of de navolgende onmiddellijke voorziening reeds tot een oplossing kan leiden. Ieder der partijen of de door de Ondernemingskamer benoemde bestuurder kan op elk moment de Ondernemingskamer verzoeken de onderzoeker aan te wijzen. De Ondernemingskamer zal het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten ook niet aanstonds vaststellen. De Ondernemingskamer zal, indien alsnog een onderzoeker wordt aangewezen, deze vragen om binnen twee maanden na de datum van de aanwijzingsbeschikking een plan van aanpak en een begroting van de kosten van het onderzoek te maken en deze aan de Ondernemingskamer toe te zenden. De Ondernemingskamer zal partijen dan in de gelegenheid stellen zich uit te laten over die begroting en vervolgens het bedrag vaststellen dat het onderzoek ten hoogste mag kosten.
3.12
De Ondernemingskamer is voorts van oordeel dat de toestand van MWF, zoals die blijkt uit de voorgaande overwegingen, noopt tot het treffen van de navolgende onmiddellijke voorziening. Zij zal een nader aan te wijzen persoon tot bestuurder van MWF benoemen aan wie in het bestuur van MWF – voor zover nodig in afwijking van de statuten – een beslissende stem toekomt, die als enige bevoegd is om de vennootschap zelfstandig te vertegenwoordigen en zonder wie de vennootschap niet vertegenwoordigd kan worden. Deze bestuurder zal zich bij de uitoefening van zijn bestuurstaak naar eigen inzicht kunnen doen bijstaan door [D] , [E] en/of Vaanhold op door hem te bepalen, nader te stellen voorwaarden. De te benoemen bestuurder mag het bovendien tot zijn taak rekenen een minnelijke regeling tussen partijen te beproeven.
3.13
Verder ingrijpen acht de Ondernemingskamer, mede uit kostenoogpunt, vooralsnog niet noodzakelijk. Mocht dit nodig blijken, kan de meest gerede partij alsnog aanvullende voorzieningen verzoeken. De Ondernemingskamer merkt nog op dat van enig reeds in concreto genomen op staking van de onderneming of verkoop van het patent gericht besluit niet is gebleken.
3.14
De kosten van het onderzoek en de voorziening komen ten laste van MWF. Voor het ten laste brengen van deze kosten van Ankibe c.s. dan wel Rikus c.s. is onvoldoende aanleiding.
3.15
De Ondernemingskamer zal MWF, Rikus c.s. en de huidige bestuurders als de overwegend in het ongelijk gestelde partijen veroordelen in de geliquideerde kosten van het geding. Voor een veroordeling in de daadwerkelijke kosten is evenmin voldoende aanleiding.
4. De beslissing
De Ondernemingskamer:
beveelt een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Mega Windforce Holding B.V., Mega Windforce B.V. en Mega Windforce Holding I.P. B.V. over de periode vanaf 18 oktober 2018;
benoemt een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon teneinde het onderzoek te verrichten;
houdt in verband met het bepaalde in rechtsoverweging 3.11 de vaststelling van het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten aan;
bepaalt dat de kosten van het onderzoek ten laste komen van Mega Windforce Holding B.V., en dat zij voor de betaling daarvan ten genoegen van de onderzoeker voor de aanvang van diens werkzaamheden zekerheid dienen te stellen;
benoemt mr. M.M.M. Tillema tot raadsheer-commissaris, zoals bedoeld in artikel 2:350 lid 4 BW;
benoemt bij wijze van onmiddellijke voorziening met onmiddellijke ingang en vooralsnog voor de duur van het geding – voor zover nodig in afwijking van de statuten – een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon tot bestuurder van Mega Windforce Holding B.V. met beslissende stem en bepaalt dat deze bestuurder zelfstandig bevoegd is Mega Windforce Holding B.V. te vertegenwoordigen en dat zonder deze bestuurder Mega Windforce Holding B.V. niet vertegenwoordigd kan worden;
bepaalt dat het salaris en de kosten van deze bestuurder ten laste komen van Mega Windforce Holding B.V. en bepaalt dat Mega Windforce Holding B.V. voor de betaling daarvan ten genoegen van de bestuurder zekerheid dient te stellen vóór de aanvang van diens werkzaamheden;
veroordeelt Mega Windforce Holding B.V., Brainmaker B.V., Forest Wing B.V., Rikus B.V., [A] , [B] en [C] in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van Ankibe B.V. en 3Dames B.V. begroot op € 3.963;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af hetgeen meer of anders is verzocht.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.M.M. Tillema, voorzitter, mr. C.C. Meijer en mr. M.P. Nieuwe Weme, raadsheren, en drs. C. Smits-Nusteling RC en prof. dr. mr. S. ten Have, raden, in tegenwoordigheid van mr. B.J. Blok, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 26 juli 2019.