NJ 1918, p. 606
Regeling van rechtsgebied. Bevoegdheid van den militairen rechter.
HR 22-04-1918, ECLI:NL:HR:1918:93
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
22 april 1918
- Magistraten
Voorzitter: Mr. A. M. B. Hanlo., Raden: Mrs. S. Gratama, A. J. L. Nijpels, A. P. L. Nelissen en J. Kosters.
- Zaaknummer
[22041918/NJ_1918,_p._606]
- Conclusie
Mr. Besier
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Militair strafrecht en strafprocesrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1918:93, Uitspraak, Hoge Raad, 22‑04‑1918
- Wetingang
(Crimineel Wetboek voor het Krijgsvolk te Lande art. 14.)
Essentie
Regeling van rechtsgebied. Bevoegdheid van den militairen rechter.
Samenvatting
Nu vaststaat, dat de harde zeep, door den beklaagde — militair — vervoerd, hem hetzij door H. hetzij door S. was verstrekt en dat die personen geen militairen zijn, doch dat geen van beide personen terzake van die verstrekking werden -vervolgd ten tijde dat beklaagde voor den krijgsraad terecht stond, is het uitzonderingsgeval van art. 14 Crim. Wetb. v. h. Krijgsvolk te Lande niet aanwezig en heeft de Krijgsraad zich ten onrechte onbevoegd verklaard. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.