De aanmerkelijkbelangregeling in internationaal perspectief
Einde inhoudsopgave
De aanmerkelijkbelangregeling in internationaal perspectief (FM nr. 123) 2007/1.3:1.3 Reikwijdte van het onderzoek
De aanmerkelijkbelangregeling in internationaal perspectief (FM nr. 123) 2007/1.3
1.3 Reikwijdte van het onderzoek
Documentgegevens:
Mr. dr. F.G.F. Peters, datum 01-03-2007
- Datum
01-03-2007
- Auteur
Mr. dr. F.G.F. Peters
- JCDI
JCDI:ADS365023:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Buitenlands belastingplichtige
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Internationaal belastingrecht / Heffingsbevoegdheid
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Europees belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Belastingplichtige
Inkomstenbelasting / Aanmerkelijk belang (box 2)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het onderzoek omvat die onderdelen van de aanmerkelijkbelangregeling die zien op grensoverschrijdingen, te weten de regeling van de bepaling van de verkrijgingsprijs bij immigratie en remigratie, de heffing bij emigratie van de aanmerkelijkbelanghouder en de buitenlandse belastingplicht voor het aanmerkelijk belang in de inkomstenbelasting met haar vestigingsplaatsfictie en zetelverplaatsingheffing (waarbij tevens een kort uitstapje naar de buitenlandse belastingplicht voor het aanmerkelijk belang in de vennootschapsbelasting zal worden gemaakt). De grensoverschrijdende vererving van het aanmerkelijk belang en grensoverschrijdende situaties waarin het huwelijksvermogensrecht een rol speelt, worden als zodanig niet behandeld.
Een belangrijk onderdeel wordt gevormd door de voor aanmerkelijkbelanghouders relevante vestigingsplaatsficties van artikel 4.35 Wet IB 2001 (bepaling verkrijgingsprijs bij immigratie) en artikel 7.5, lid 6, Wet IB 2001 (buitenlandse belastingplicht). Deze ficties hebben, evenals de vestigingsplaatsficties van artikel 2, lid 4, Wet Vpb 1969 en artikel 1, lid 3, Wet Div.bel. 1965, betrekking op lichamen, te weten lichamen waarin een aanmerkelijk belang wordt gehouden. De in de vennootschapsbelasting opgenomen vestigingsplaatsfictie komt in dit onderzoek, met name in hoofdstuk 4, uitgebreid aan bod, omdat de vestigingsplaatsfictie van artikel 7.5, lid 6, Wet IB 2001 onder vele belastingverdragen slechts betekenis kan hebben indien tevens de vestigingsplaatsfictie van artikel 2, lid 4, Wet Vpb 1969 van toepassing is. Daarnaast wordt in het kader van de heffing over aanmerkelijkbelangdividend ook aandacht besteed aan de vestigingsplaatsfictie van artikel 1, lid 3, Wet Div.bel. 1965.
Ten aanzien van de gekozen onderwerpen wordt in de eerste plaats de regeling in de nationale wetgeving onderzocht, en voorts de verhouding tot de belastingverdragen, de BRK en – beperkt tot de heffing over vervreemdingsvoordelen – het EG-recht. Op het punt van met name de emigratieheffing en het aanmerkelijkbelangvoorbehoud wordt voorts een vergelijking gemaakt met Duitsland. Gekozen is voor Duitsland aangezien de Nederlandse aanmerkelijkbelangregeling is gebaseerd op de Duitse regeling en Duitsland als een van de eerste landen een emigratieheffing heeft ingevoerd. Deze emigratieheffing is bovendien naar aanleiding van kritiek door de Europese Commissie onlangs ingrijpend aangepast. Aan bod komen de regeling in het EStG en het AStG, aanmerkelijkbelangvoorbehouden in Duitse belastingverdragen en de verenigbaarheid van de huidige en de nieuwe Duitse regeling met het EG-recht.