Einde inhoudsopgave
De procesovereenkomst (BPP nr. XIII) 2012/4.2.3
4.2.3 Engels recht
M.W. Knigge, datum 24-10-2012
- Datum
24-10-2012
- Auteur
M.W. Knigge
- JCDI
JCDI:ADS390704:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijv. Peel 1998, p. 204.
Tham 2004, p. 59. Zie in deze zin bijv. ook Dicey, Morris & Collins 2006, p. 519, nr. 12-093; Bell 2003, p. 200-201, nr. 4.147; Merrett 2006, p. 316-317; Peel 1998, p. 204; zie voor een andere mening Ho 2003, p. 707-709.
Bell 2003, p. 200-201, nr.4.147; Mustill &Boyd 1989, p. 103; NorthCohen&Wessel 2001, p. 68; Av B & Ors [2007] 2 C.L.C. 203, § 16; Schiffahrtsgesellschaft Detlev von Appen GmbH v Voest Alpine Intertrading GmbH [1997] 2 Lloyd's Rep 279, p. 285 (L.J. Hobhouse).
Mustill & Boyd 1989, p. 154 met verwijzing naar Thompson v Charnock (1799) 8 Term Rep 139; Briggs 2008, p. 324-325, nr. 8.49; Doleman & Sons v Ossett Corporation [1912] 3 K.B. 257 (CA), m.n. p. 267 (L.J. Fletcher Moulton).
Bell 2003, p. 318, nr. 5.79; Dicey, Morris & Collins 2006, p. 538, nr. 12-128; Peel 1998, p. 187-188; Mustill & Boyd 1989, p. 8,14; Briggs 2008, p. 199, nr. 6.15, p. 216, nr. 6.45, p. 325, nr. 8.50.
Peel 1998, p. 204; Briggs 2008, p. 325, nr. 8.50.
Dicey, Morris & Collins 2006, p. 520, nr. 12-095. Deze bevoegdheid volgt o.a. uit art. PD 6Bpar. 3.1(6)(d) Civil Procedure Rules. Naar Engels recht hangt de bevoegdheid van de rechtbank om te oordelen over zaken 'in personam' af van de vraag of de verweerder geldig gedagvaard kan worden. Zie Dicey, Morris & Collins 2006 (en het supplement uit 2011), p. 306, nr. 11-003. Indien de verweerder zich niet op Engels grondgebied bevindt, is dagvaarding over het algemeen alleen mogelijk indien de rechtbank hiervoor toestemming geeft. Zie art. PD 6B, par. 3.1 aanhef en art. 6.36 Civil Procedure Rules. Zie ook Dicey, Morris & Collins 2006 (en het supplement uit 2011), p. 363 e.v., nr. 11-146 e.v. Uit art. PD 6B par. 3.1(6)(d) Civil Procedure Rules blijkt dat deze toestemming o.a. gegeven kan worden indien sprake is van een contract met een geldige overeenkomst tot forumkeuze waarbij Engeland als forum is aangewezen.
Dicey, Morris & Collins 2006, p. 520-521, nr. 12-095 - 12-096, p. 536-537, nr. 12-124 - 12-125. Dit geldt overigens niet alleen in geval de bevoegdheid berust op een forumkeuze. De rechter behoudt altijd een 'discretion' om zijn bevoegdheid niet uit te oefenen. Zie Dicey, Morris & Collins 2006, p. 463 e.v., nr. 12-002 e.v. De richtinggevende uitspraak op dit gebied is Spiliada Maritime Corp v Cansulex Ltd [1987] A.C. 460.
Dicey, Morris & Collins 2006, p. 536, nr. 12-124, p. 537, nr. 12-126; Peel 1998, p. 201. Zie bijv. L.J. Diplockin Unterweser Reederei G.M.B.H v Zapata Off-Shore Company (the Chaparral) [1968] 2 Lloyd's Rep. 158 (CA), p. 163-164.
Dicey, Morris & Collins 2006, p. 538, nr. 12-128; Merrett 2006, p. 317-318; Tan & Yeo 2003, p. 437, m.n. voetnoot 11. Ook kan de rechter de overeenkomst afdwingen door te weigeren toestemming te geven om de verweerder, die zich buiten Engels grondgebied bevindt, te dagvaarden. Dicey, Morris & Collins 2006, p. 520-521, nr. 12-095. Over het algemeen is toestemming van de rechter nodig om de verweerder die zich niet op Engels grondgebied bevindt, te dagvaarden. Zie art. PD 6B, par. 3.1 aanhef en art. 6.36 Civil Procedure Rules. Zie ook Dicey, Morris & Collins 2006 (en het supplement uit 2011), p. 363 e.v., nr. 11-146 e.v.
Zie Dicey, Morris & Collins 2006, p. 463 e.v., nr. 12-002 e.v.; Peel 1998, p. 185, 189 e.v. De richtinggevende uitspraak op dit gebied is Spiliada Maritime Corp v Cansulex Ltd [1987] A.C. 460.
Bell 2003, p. 318, nr. 5.79; Dicey, Morris & Collins 2006, p. 538, nr. 12-128; Yeo & Tan 2003, p. 404; Zie voor de richtinggevende uitspraak op dit gebied Owners of Cargo Lately Laden on Board the Ship or Vessel Eleftheria v The Eleftheria (Owners) (The Eleftheria) [1970] p. 94; [1969] 2. W.L.R. 1073. In deze uitspraak worden factoren genoemd die de rechter kan betrekken bij zijn overweging of hij zijn 'discretion' moet uitoefenen.
Zie bijv. Bell 2003, p. 319 e.v., nr. 5.80 e.v.; Peel 1998, p. 190 e.v.
Peel 1998, p. 190.
Tackaberry & Marriott 2003, p. 60, nr. 2-143; Peel 1998, p. 202; Dicey, Morris & Collins 2006, p. 736-737, nr. 16-066, p. 739, nr. 16-070.
Ook in het Engelse recht komt de figuur van een overeenkomst waarbij partijen zich verplichten tot bepaald procesgedrag voor. De overeenkomst tot forumkeuze en die tot arbitrage worden namelijk geconstrueerd als overeenkomsten die rechten en verplichtingen voor partijen ten opzichte van elkaar in het leven roepen.1 Zo houdt een exclusieve forumkeuze de verplichting voor partijen in om enkel bij het overeengekomen forum te procederen. De keuze voor een niet-exclusief forum brengt de verplichting voor partijen mee om geen bezwaar te maken tegen de bevoegdheid van dit forum.2 De overeenkomst tot arbitrage houdt de verplichting in om een geschil enkel aan arbitrage te onderwerpen en niet aan een ander forum voor te leggen.3
Interessant is dat, evenals in het Duitse recht, ook hier de figuur van de verplichtende overeenkomst is gebruikt om tot de erkenning van dergelijke overeenkomsten te kunnen komen. In Engeland wordt namelijk aangenomen dat partijen de Engelse rechter niet door middel van een overeenkomst zijn rechtsmacht kunnen ontnemen. Een overeenkomst waarin dit wordt beoogd is in strijd met de openbare orde.4 Aangenomen wordt echter dat een overeenkomst tot forumkeuze voor een buitenlandse rechter of een overeenkomst tot arbitrage niet op deze grond ongeldig is, aangezien dergelijke afspraken de Engelse rechter zijn bevoegdheid niet zouden ontnemen.5 Dergelijke overeenkomsten zouden slechts rechten en verplichtingen voor partijen ten opzichte van elkaar in het leven roepen.6
Overigens kunnen partijen door middel van een overeenkomst tot forumkeuze de Engelse rechter wel bevoegdheid geven.7De overeenkomst heeft echter niet tot gevolg dat de rechter ook verplicht is deze bevoegdheid uit te oefenen.8 Slechts indien hier sterke redenen voor zijn, zal de Engelse rechter besluiten geen gebruik te maken van zijn bevoegdheid.9
Hoewel de overeenkomst tot forumkeuze en tot arbitrage de Engelse rechter niet onbevoegd maken, maar enkel verplichtingen voor partijen meebrengen, hebben zij toch gevolgen in de primaire procedure. De Engelse rechter kan nakoming van deze verplichtingen onder andere afdwingen door een procedure te schorsen die in strijd met een dergelijke overeenkomst bij hem wordt aangebracht ('to grant a stay').10 De Engelse rechter is namelijk nooit verplicht om zijn bevoegdheid uit te oefenen. Hij heeft in dit verband een 'discretion', op grond waarvan hij kan besluiten een zaak niet in behandeling te nemen, maar deze te schorsen.11 In geval van een geldige forumkeuze dient de rechter van deze 'discretion' gebruik te maken, tenzij er sterke redenen zijn om dit niet te doen.12 Al neemt de rechter volgens sommige auteurs te makkelijk aan dat zich dergelijke 'sterke redenen' voordoen,13 meestal zal de rechter een in strijd met een forumkeuze begonnen zaak toch schorsen.14 In geval van een overeenkomst tot arbitrage die schriftelijk is aangegaan is de rechter zelfs verplicht om de procedure te schorsen, al zijn er enkele uitzonderingen. Dit blijkt uit artikel 9 Arbitration Act 1996. Oorspronkelijk gold deze verplichting tot schorsing enkel voor buitenlandse arbitrages, om te voldoen aan het Verdrag van New York. Onder de nieuwe Arbitration Act 1996 is de werking van deze verplichting uitgebreid tot binnenlandse arbitrages. De werking van de overeenkomst tot arbitrage in de primaire procedure is als gevolg hiervan dus versterkt.15
Partijen kunnen naar Engels recht kortom niet door middel van een overeenkomst rechtsmacht aan de Engelse rechter ontnemen. Deze overeenkomsten hebben echter toch het gewenste resultaat, doordat de Engelse rechter nakoming van de verplichtingen die uit deze overeenkomst voortvloeien over het algemeen zal afdwingen: hij zal een procedure die in strijd met de overeenkomst is begonnen, meestal schorsen. Zie nader over de werking van de overeenkomst tot forumkeuze en tot arbitrage naar Engels recht paragraaf 8.2 en hoofdstuk 11.