Verhuiszaken
Einde inhoudsopgave
Verhuiszaken (R&P nr. PFR11) 2025/8.3.1.4:8.3.1.4 Kind heeft gewoon verblijf in een ander land buiten de EU, niet zijnde een HKV 1996-staat
Verhuiszaken (R&P nr. PFR11) 2025/8.3.1.4
8.3.1.4 Kind heeft gewoon verblijf in een ander land buiten de EU, niet zijnde een HKV 1996-staat
Documentgegevens:
M.M. van Maanen en M. Groenleer, datum 10-03-2025
- Datum
10-03-2025
- Auteur
M.M. van Maanen en M. Groenleer
- JCDI
JCDI:BSD10982:1
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Als een kind zijn gewone verblijfplaats heeft in een land dat geen lidstaat is van de EU en ook niet is aangesloten bij het HKV 1996, dan ontbreekt een supranationale bron die de internationale bevoegdheid in verhuiszaken bepaalt. Dit betekent dat teruggevallen mag worden op het commune (nationale) recht, de regelingen zoals vastgelegd in art. 1-14 Rv. Op grond van het commune recht heeft de Nederlandse rechter evenmin rechtsmacht om van het verzoek van ouder 1 tot vervangende toestemming verhuizing kennis te nemen, tenzij sprake is van uitzonderlijke omstandigheden. Dat volgt uit art. 5 Rv. Daarover ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.