De aansprakelijkheid voor ongeschikte medische hulpzaken
Einde inhoudsopgave
De aansprakelijkheid voor ongeschikte medische hulpzaken (R&P nr. CA19) 2018/10.2:10.2 De aansprakelijkheid van de producent
De aansprakelijkheid voor ongeschikte medische hulpzaken (R&P nr. CA19) 2018/10.2
10.2 De aansprakelijkheid van de producent
Documentgegevens:
mr. J.T. Hiemstra, datum 01-07-2018
- Datum
01-07-2018
- Auteur
mr. J.T. Hiemstra
- JCDI
JCDI:ADS366264:1
- Vakgebied(en)
Gezondheidsrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
De complexiteit van een dergelijke vordering wordt versterkt indien hulpverleners niet bijdragen aan de informatievoorziening van patiënten die een vordering jegens de producent aanhangig wensen te maken. Zie Inspectie voor de Gezondheidszorg (2013), p. 19.
In het kader waarvan hij zal dienen aan te tonen dat het product niet de veiligheid biedt die men gerechtigd is te verwachten.
Mildred 2007, onder ‘Introduction’.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De belangrijkste conclusies uit de analyse van de aansprakelijkheid van de producent zijn in paragraaf 2.4 uiteengezet. Samengevat is in deze paragraaf het volgende naar voren gekomen. Hoewel de Richtlijn Productaansprakelijkheid een risicoaansprakelijkheid van de producent met zich brengt, is vanuit het perspectief van consumentenbescherming het een en ander aan te merken op deze Richtlijn. In de eerste plaats vanwege de doelstelling van de Richtlijn om maximumharmonisatie te bewerkstelligen. Dit heeft tot gevolg dat het nationale recht geen verdergaande aansprakelijkheden mag aannemen van actoren wier positie de Richtlijn reguleert; ook niet als hiermee een verdergaande bescherming van de consument wordt beoogd. Hiervan gaat een kanaliserende werking uit van de vordering van een gelaedeerde naar een onbekende derde op een buitencontractuele grondslag. Het is goed denkbaar dat dit niet bijdraagt aan de realisatie van verhaal van schade door patiënten. Een vordering jegens de producent kan door de patiënt als onwenselijk worden ervaren vanwege de complexiteit van een dergelijke vordering.1 Doordat de patiënt zal moeten achterhalen of zijn letsel het gevolg is van een gebrek in het medische product,2 een handeling van de hulpverlener of een natuurlijke ontwikkeling van zijn aandoening, is de aansprakelijkheid van de producent ‘notoriously hard to prove’.3
Daarnaast heeft het allesomvattende regime van de Richtlijn tot gevolg dat de bescherming van de gelaedeerde patiënt in het gedrang kan komen indien de producent insolvent is en het nationale privaatrecht niet kan voorzien in evenwaardige verhaalmogelijkheden jegens andere actoren dan de producent.
Tegelijkertijd strekt de maximumharmonisatie van de Richtlijn zich slechts uit tot de basis criteria voor aansprakelijkheid en laat de Richtlijn belangrijke leerstukken in de medische context, zoals de invulling van het vereiste van causaal verband en het recht op immateriële schadevergoeding, ongeregeld.
Tot slot is de vervaltermijn van de Richtlijn problematisch vanuit het oogpunt van consumentenbescherming. De vervaltermijn van tien jaren is geïntroduceerd met het oog op het belang van de producent en kan de gelaedeerde van producten waaraan het eigen is dat gebreken zich doorgaans pas op de lange termijn openbaren, zoals medicijnen en medische hulpzaken, in grote moeilijkheden brengen.