GHvJ, 23-10-2018, nr. HAR 57/18 MinJ 1713/16 en B7A/2017/1401/2238 en 2433
ECLI:NL:OGHACMB:2018:215
- Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Datum
23-10-2018
- Zaaknummer
HAR 57/18 MinJ 1713/16 en B7A/2017/1401/2238 en 2433
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:OGHACMB:2018:215, Uitspraak, Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 23‑10‑2018; (Eerste aanleg - meervoudig)
- Vindplaatsen
JERF Actueel 2019/1
Uitspraak 23‑10‑2018
Inhoudsindicatie
advies brieven van vaderschap toewijzing erfrechtelijke gevolgen
Partij(en)
BURGERLIJKE ZAKEN 2018 ADVIES NO.
Registratienr. HAR 57/18
Kenmerk adviesaanvrage Minister van Justitie, Veiligheid en Integratie van Aruba:
MinJ 1713/16 en B7A/2017/1401/2238 en 2433
Advies: 23 oktober 2018
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van
Bonaire, Sint Eustatius en Saba
advies op aanvraag van:
DE MINISTER VAN JUSTITIE, VEILIGHEID EN INTEGRATIE VAN ARUBA,
hierna te noemen: de minister,
Directie Wetgeving en Juridische Zaken,
Directeur: mr. G.G.M. Croes,
Schotlandstraat 53, Aruba,
inzake een verzoek van:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
procederende in persoon,
ter verkrijging van brieven van vaderschap ten behoeve van:
[het kind],
geboren [geboortedatum] 2006 in Curaçao,
hierna te noemen: het kind,
ter zake van het gestelde vaderschap van:
[de vader],
overleden op 6 juli 2005 in Curaçao.
hierna te noemen: [de vader].
1. Het verloop van de procedure
1.1.
De moeder heeft bij brief van 10 februari 2016, met producties, de minister verzocht ingevolge artikel 1:207 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (BWA) ten behoeve van het kind brieven van vaderschap te verlenen.
1.2.
Bij brief van 2 september 2016, met producties, heeft de minister overeenkomstig artikel 1:208 BWA het Hof om advies verzocht.
1.3.
Deze adviesaanvraag is in het ongerede geraakt. De minister heeft bij brieven van 12 mei 2017 en 18 december 2017, met producties, gerappelleerd.
1.4.
Op 31 augustus 2018 zijn in Curaçao woonachtige familieleden van de moeder in Curaçao gehoord ten overstaan van mr. J. de Boer, lid van het Hof. Gehoord zijn [naam 1], tante van de moeder, [naam 2], partner van de tante, en [naam 3], neef van de moeder.
1.5.
Op 17 september 2018 heeft in Aruba een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Verschenen zijn de moeder, het kind, [naam 4], grootmoeder van het kind aan moederszijde, en [naam 5], zuster van de moeder.
1.6.
De datum van het advies is bepaald op heden.
2. De beoordeling
2.1.
Het kind is sedert 18 januari 2007 woonachtig in Aruba. Naar het oordeel van het Hof is naar regels van interregionaal privaatrecht de minister bevoegd de brieven van vaderschap te verlenen, ook al woonden de moeder en [de vader] ten tijde van de verwekking en de geboorte van het kind in Curaçao, alwaar ook de geboorteakte van het kind zich bevindt.
2.2.
Gelet op het gestelde in het verzoekschrift, de producties daarbij (waaronder de verklaring van [naam 6], moeder van [de vader]) en gelet op de door de moeder en genoemde verwanten ter terechtzitting afgelegde verklaringen, heeft het Hof geen twijfel aan het verwekkerschap van [de vader]. De moeder en [de vader] leefden ten tijde van de verwekking samen op Brakkeput in Curaçao. Geen der verwanten heeft enige twijfel. Ter zitting heeft het Hof bovendien zich kunnen vergewissen van de gelijkenis tussen het kind en een foto van [de vader].
2.3. [
[de vader] is overleden op 6 juli 2005, dus tijdens de zwangerschap van het kind dat op [geboortedatum] 2006 is geboren. Het Hof acht het aannemelijk, gelet op de verklaring van [naam 6], grootmoeder van vaderszijde (productie 4 bij verzoek aan de minister), dat [de vader] van plan was het kind te erkennen of vóór de geboorte met de moeder te trouwen.
2.4.
Aan de voorwaarden van artikel 1:207 lid 1 BWA is derhalve voldaan. Het Hof zal daarom adviseren de verzochte brieven van vaderschap te verlenen.
2.5.
Het Hof zal tevens adviseren dat de minister op de voet van artikel 20e van boek 1 BWA onverwijld na de verlening een afschrift zal zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand in Curaçao, opdat een latere vermelding aan de geboorteakte van het kind wordt toegevoegd.
2.6.
De moeder heeft ter zitting verklaard geen naamkeuze te willen doen. Zij heeft verklaard dat nadat de Landsverordening van 23 september 2016 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (AB 1989 no. GT 100) in verband met een aantal onderwerpen die nog een regeling of aanpassing in het Burgerlijk Wetboek van Aruba behoeven (aanvulling Burgerlijk Wetboek van Aruba), AB 2016 no. 51, in werking zal zijn getreden, het kind zelf, bij het bereiken van de meerderjarige leeftijd, eventueel alsnog de naam van de vader kan kiezen (artikel 1:5e BWA [nog niet in werking]).
ADVIES:
Het Hof:
- adviseert de minister om de verzochte brieven van vaderschap, waarin wordt vastgesteld dat [de vader], overleden op 6 juli 2005 in Curaçao, de vader is van [het kind], geboren [geboortedatum] 2006 in Curaçao, te verlenen;
- adviseert de minister om na de verlening onverwijld een afschrift van de brieven van vaderschap te doen toekomen aan de ambtenaar van de burgerlijke stand in Curaçao, opdat een latere vermelding aan de geboorteakte van het kind wordt toegevoegd; en
- verzoekt de minister ook het Hof een afschrift te doen toekomen.
Dit advies is gegeven door mrs. J. de Boer, M.W. Scholte en F.W.J. Meijer, leden van het Hof, en op 23 oktober 2018 in het openbaar uitgesproken in Aruba, in tegenwoordigheid van de griffier.