NJ 1929, p. 1619
Pandbeslag door den verhuurder gelegd op buiten zijn toestemming vervoerde stoffeering van het gehuurde.
HR 28-06-1929, ECLI:NL:HR:1929:120
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
28 juni 1929
- Magistraten
Mrs. Fentener van Vlissingen, Kosters, Schepel, van Gelein Vitringa, Kirberger.
- Zaaknummer
[28061929/NJ_1929,_p._1619]
- Conclusie
Mr. Besier
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Vermogensrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1929:120, Uitspraak, Hoge Raad, 28‑06‑1929
- Wetingang
(BW art. 1188; Rv art. 758.)
Essentie
Pandbeslag door den verhuurder gelegd op buiten zijn toestemming vervoerde stoffeering van het gehuurde.
Samenvatting
De verhuurder kan op bovenbedoelde goederen geen pandbeslag leggen, tenzij voor verschenen huren. Ten onrechte heeft de Rechtb. het beslag van waarde verklaard.
Partij(en)
J. van der Reijden, wonende te 's-Gravenhage, eischer tot cassatie van het door de Rechtbank aldaar op 8 Januari 1929 tusschen partijen gewezen vonnis, advocaat Mr. G. A. Fijn van Draat, gepleit door Mr. D. Bijdendijk,
tegen:
1. Aaron van Leeuwen en zijne echtgenoote Duifje Schuijer, eerstgenoemde zoo voor zich als tot bijstand en machtiging zijner echtgenoote, beiden ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.