Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen
Einde inhoudsopgave
Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen (FM nr. 153) 2018/6.2.1.1:6.2.1.1 Historische ontwikkeling en ratio
Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen (FM nr. 153) 2018/6.2.1.1
6.2.1.1 Historische ontwikkeling en ratio
Documentgegevens:
dr. F.J. Elsweier, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
dr. F.J. Elsweier
- JCDI
JCDI:ADS399465:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Voor een uitgebreid historisch overzicht verwijs ik naar D.R. Post, De invloed van belangenwijzigingen op verliesverrekening, Fiscale wetenschappelijke reeks nr. 20, SDU, 2012, blz. 48-77 en voor een kort overzicht naar D.R. Post, Verliescompensatie en totaalwinst: meer dan een mythe? Een zoektocht naar de ratio van verliescompensatie, WFR 2006/433, paragraaf 3 en 6.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Lichamen kunnen niet alleen winst maken maar ook verlies lijden. Op grond van de totaalwinstgedachte (over de gehele levensduur van een lichaam niet meer en niet minder belasten dan de totale winst) zou opgemaakt kunnen worden dat verliezen steeds volledig dienen te kunnen worden verrekend met winsten. De wetgever heeft echter niet gekozen voor in de tijd onbeperkte terug- en vooruitwenteling van verliezen. De Nederlandse wetgever kent historisch gezien een gevarieerd beleid met betrekking tot de verliesverrekeningstermijnen (met name ten aanzien van de voorwaartse verliesverrekening). Onder de Wet Dividend – en Tantiemebelasting 1917 werden winsten van lichamen pas belast bij uitkering. Voorwaartse verliescompensatie was daardoor impliciet onbeperkt in de tijd.
Vanaf het Besluit Winstbelasting 1940 werd de bedrijfswinst van de lichamen als zelfstandig object in de belastingheffing betrokken en vanaf dat moment zijn de achterwaartse verliesverrekeningstermijnen (tussen geen en 3 jaar) en voorwaartse verliesverrekeningstermijnen (tussen 2 en onbeperkt) in de tijd diverse malen aangepast. Uit het door Post opgestelde historisch overzicht is op te maken dat de verliesverrekeningstermijnen in de loop van de geschiedenis ruimer zijn geworden tot aan de Wet werken aan winst. Per 1 januari 2007 zijn de verliesverrekeningstermijnen (die nu ook nog steeds geldend recht zijn) beperkt en constateert Post dat Nederland daarmee een stap terug zet in de tijd.1 Door de wetgever zijn in het verleden diverse argumenten aangevoerd om een beperking aan te brengen in de periode waarin verliezen verrekend kunnen worden. Deze zal ik nader toelichten in hoofdstuk 6.2.4.1.