Einde inhoudsopgave
Omzetting als rechtsvormwijziging (IVOR nr. 70) 2010/5.4.1
5.4.1 Algemeen
Mr. B. Snijder-Kuipers, datum 20-01-2010
- Datum
20-01-2010
- Auteur
Mr. B. Snijder-Kuipers
- JCDI
JCDI:ADS501406:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 7:186 BW. Een gift brengt een verrijking van de een ten koste van verarming van de andere teweeg. Een schenking (artikel 7:175 BW) is een vorm van gift. Verschil is gelegen in het feit dat een schenking altijd om niet plaatsvindt en de gift ook een andere rechtshandeling dan een overeenkomst kan omvatten. De bepalingen van schenking zijn van overeenkomstige toepassing op andere giften dan schenkingen voor zover de strekking van de betrokken bepalingen in verband met de aard van de handeling zich daartegen niet verzet, aldus artikel 7:186 lid 1 BW
HR 15 juni 1994, NI 1995, 577.
Kamerstukken II 1981/82, 17 213, nr. 3, p. 8.
Hiervoor ging het over de mogelijke gevolgen van rechtsvormwijziging bij wederkerige overeenkomsten tussen contractspartijen waarbij één contractspartij van rechtsvorm wordt gewijzigd. Aandacht is besteed aan de specifieke omstandigheden indien een contractspartij een overheidslichaam is. Er zijn ook andersoortige overeenkomsten. Een voorbeeld daarvan is een gift.1 Bij een schenking, een species van gift, is sprake van twee contractspartijen waarbij de ene contractspartij, de schenker, ten gunste van een andere contractspartij, de begiftigde, een rechtshandeling om niet verricht ten koste van het eigen vermogen van de schenker.
Een schenking wijkt af van een gewone overeenkomst. De schenker bevoordeelt de begiftigde zonder dat daar een tegenprestatie tegenover staat en zonder dat daartoe een rechtsplicht bestaat. In de tweede plaats is bij een schenking sprake van vrijgevigheid. De vrijgevigheid moet door de schenker zijn gewild. Het oogmerk, dat wil zeggen de bedoeling of het motief van de schenker, is irrelevant.2 Bij een gewone overeenkomst ontbreekt het vrijgevigheidsaspect.
Schenkers die een financieel voordeel doen toekomen aan een rechtspersoon, meestal een stichting, doen dit meestal vanwege de gedachte daarmee een maatschappelijk relevante, ideële, bestemming van dat vermogen te bewerkstelligen. De stichting zal dit geld besteden overeenkomstig het doel van de stichting. De schenker gaat ook uit van besteding overeenkomstig het doel van de begiftigde.
Belangrijk is dat het wettelijke stelsel van de stichting het doel van de stichting extra beschermt vanwege het feit dat het doel uitsluitend gewijzigd kan worden indien de statuten die mogelijkheid bieden. Een stichting is doelvermogen. Het doel neemt bij een stichting een centrale positie in, heeft een veel pregnantere positie dan bij de overige privaatrechtelijke rechtspersonen.
Onderzocht wordt of de bijzondere aspecten bij een schenking tot gevolg hebben dat vorenstaande over uitleg en de algemene leerstukken van het overeenkomstenrecht onverminderd van toepassing zijn op schenkingen en of deze specifieke omstandigheden (dienen te) leiden tot bijzondere bescherming van de schenker. De wetgever is van mening dat de schenker beschermd moet worden3:
`Het is begrijpelijk dat het recht de waarborg wil scheppen dat de schenking werkelijk door de schenker wordt gewild; het is de taak van de rechtsorde de schenker zo nodig te beschermen tegen zich zelf — eigen onnadenkendheid of overijling — alsmede tegen ongeoorloofde beïnvloeding van buitenaf'
Anders gezegd: Wat gebeurt er met schenkingen of testamentaire beschikkingen ten gunste van een stichting als deze stichting van rechtsvorm wordt gewijzigd. Komen toekomstige bevoordelingen zonder meer toe aan de van rechtsvorm gewijzigde rechtspersoon of vervallen deze door rechtsvormwijziging van de stichting? En maakt het daarbij verschil in welke rechtsvorm de stichting wordt gewijzigd? Die vragen staan hierna centraal.