Einde inhoudsopgave
Verordening (EU) 2024/2803 van 23 oktober 2024 inzake de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk europees luchtruim
Artikel 38 Netwerkbeheerder
Geldend
Geldend vanaf 01-12-2024
- Bronpublicatie:
23-10-2024, PbEU L 2024, 2024/2803 (uitgifte: 11-11-2024, regelingnummer: 2024/2803)
- Inwerkingtreding
01-12-2024
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
23-10-2024, PbEU L 2024, 2024/2803 (uitgifte: 11-11-2024, regelingnummer: 2024/2803)
- Vakgebied(en)
Vervoersrecht / Luchtvervoer
Vervoersrecht / Europees vervoersrecht
1.
Om de in artikel 37, lid 1, van deze verordening bedoelde doelstellingen te bereiken, ziet de Commissie, met ondersteuning van het Agentschap overeenkomstig Verordening (EU) 2018/1139, erop toe dat de netwerkbeheerder bijdraagt aan de uitoefening van de in artikel 37, lid 2, van deze verordening vermelde netwerkfuncties door de in lid 6 van dit artikel bedoelde taken uit te voeren. De Commissie ziet erop toe dat de taken van de netwerkbeheerder correct worden uitgevoerd.
2.
De Commissie benoemt een onafhankelijk, onpartijdig en bevoegd orgaan om de taken van de netwerkbeheerder uit te voeren.
3.
Daartoe stelt de Commissie een uitvoeringshandeling vast volgens de in artikel 48, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure.
Dit aanstellingsbesluit bevat de voorwaarden voor de aanstelling, met inbegrip van de financiering van de netwerkbeheerder.
4.
Om een eenvormige uitvoering en naleving van de in lid 2 bedoelde bepalingen te waarborgen, stelt de Commissie met het oog op de verwezenlijking van de in artikel 1 genoemde doelstellingen uitvoeringshandelingen vast met gedetailleerde bepalingen betreffende:
- a)
de voorwaarden en procedures voor de aanstelling;
- b)
de onafhankelijkheidsvereisten;
- c)
de vereisten inzake deskundigheid;
- d)
de financiering;
- e)
het toezicht van de Commissie op de uitoefening door de netwerkbeheerder van zijn taken;
- f)
de vereisten voor het meten van de prestaties van de netwerkbeheerder.
Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 48, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.
5.
De netwerkbeheerder voert zijn taken op onpartijdige en kostenefficiënte wijze uit, is onderworpen aan passende governance en heeft de onafhankelijkheidsplicht. Indien het als netwerkbeheerder benoemde bevoegde orgaan ook regelgevende functies heeft, wordt de organisatorische scheiding van die functies gewaarborgd. Bij de uitoefening van zijn taken houdt de netwerkbeheerder rekening met de behoeften van het gehele ATM-netwerk, onder vrijwaring van de defensievermogens, en betrekt hij ten volle alle operationele belanghebbenden.
6.
Bij de toepassing van de in lid 3 van dit artikel bedoelde uitvoeringshandeling draagt de netwerkbeheerder binnen de grenzen van artikel 37, lid 4, bij tot de uitvoering van de netwerkfuncties door middel van de volgende taken:
- a)
opstelling van het operationeel netwerkplan en opstelling van het netwerkstrategieplan;
- b)
ondersteuning van het ontwerp en de coördinatie van het gebruik van luchtruimstructuren;
- c)
facilitering van het delegeren van de verlening van luchtverkeersdiensten, wanneer dat door de betrokken lidstaten is goedgekeurd, door de betrokken lidstaten en verleners van luchtverkeersdiensten te ondersteunen, rekening houdend met de noodzakelijke overeenkomsten voor de coördinatie van het algemene en operationele luchtverkeer en met de noodzaak van het onderhouden van passende coördinatie in de betrokken luchtruimstructuren;
- d)
coördinatie en ondersteuning bij de levering van luchtverkeersleidingscapaciteit in het netwerk overeenkomstig de verbintenissen in het NOP, om te voldoen aan de eisen inzake operationele prestaties van het netwerk en lokale referentiewaarden;
- e)
coördinatie van en ondersteuning bij het beheer van netwerkcrises;
- f)
coördinatie van schaarse hulpbronnen binnen de luchtvaartfrequentiebanden, die door het algemene luchtverkeer worden gebruikt, met name radiofrequenties en coördinatie van radartranspondercodes;
- g)
coördinatie van de ATFM en levering, organisatie en werking van de centrale ATFM-eenheid;
- h)
ontwikkeling van procedures en organisatie van processen voor de toewijzing van ATFM-vertragingen door middel van coöperatieve besluitvorming;
- i)
coördinatie, monitoring en ondersteuning bij de planning en uitvoering van de uitrol van infrastructuur in het Europese ATM-netwerk in partnerschap met de operationele belanghebbenden om hun actieve deelname aan het beheer en de governance te waarborgen;
- j)
monitoring van de prestaties van de Europese ATM-netwerkinfrastructuur;
- k)
coördinatie met de ICAO en de ICAO-regio's met betrekking tot de uitoefening van de netwerkfuncties;
- l)
vaststelling van het werkprogramma en de begroting van de netwerkbeheerder;
- m)
verstrekking van gegevens over vluchtplannen in verband met Verordening (EG) nr. 2111/2005 van het Europees Parlement en de Raad (1) of andere veiligheids- en beveiligingsmaatregelen, en door middel van andere taken die noodzakelijk zijn voor en onlosmakelijk verbonden zijn met de bijdrage van de netwerkbeheerder aan de uitoefening van de netwerkfuncties, zoals gespecificeerd in de in lid 10 bedoelde uitvoeringshandelingen.
7.
De netwerkbeheerder draagt bij aan de uitoefening van de netwerkfuncties via ondersteunende maatregelen die gericht zijn op de veilige en efficiënte planning en werking van de belanghebbenden binnen het netwerk onder normale en crisisomstandigheden van het netwerk en via maatregelen die gericht zijn op de voortdurende verbetering van de netwerkactiviteiten in het gemeenschappelijk Europees luchtruim en op de algemene prestaties van het netwerk, met name wat betreft de uitvoering van de prestatieregeling, onder meer met betrekking tot het klimaat en het milieu. De maatregelen van de netwerkbeheerder houden rekening met de noodzaak om de luchthavens volledig te integreren in het netwerk en hebben tot doel de naleving van de prestatieplannen en prestatiedoelstellingen van de aangewezen verleners van luchtverkeersdiensten te waarborgen.
8.
De netwerkbeheerder werkt nauw samen met de Commissie om mogelijk te maken dat de in artikel 21 bedoelde prestatiedoelstellingen voldoende worden weerspiegeld in de algehele capaciteitsplanning, alsook in de capaciteit die door individuele verleners van luchtverkeersdiensten moet worden geleverd en die tussen de netwerkbeheerder en die verleners van luchtverkeersdiensten in het NOP is overeengekomen.
9.
De netwerkbeheerder:
- a)
stelt door middel van coöperatieve besluitvorming operationele maatregelen vast en stelt op dezelfde wijze corrigerende maatregelen voor die operationele belanghebbenden moeten nemen om bij te dragen aan de verwezenlijking van de Uniewijde prestatiedoelstellingen en bindende lokale prestatiedoelstellingen, met inachtneming van regionale en lokale omstandigheden, alsook aan de uitvoering van de operationele prestatievereisten en lokale referentiewaarden van het netwerk, zoals vermeld in het NOP, en verstrekt advies over klimaatgeoptimaliseerde vliegroutes; de operationele belanghebbenden kunnen besluiten of er voorgestelde corrigerende maatregelen moeten worden uitgevoerd en stellen de netwerkbeheerraad in kennis van de redenen om die niet uit te voeren;
- b)
verstrekt in coördinatie met de betrokken partijen advies aan de Commissie en verstrekt de PBR relevante informatie over de uitrol van de ATM-netwerkinfrastructuur in overeenstemming met het Europees ATM-masterplan, met name om vast te stellen welke investeringen nodig zijn voor het netwerk.
10.
Om een eenvormige uitvoering van de in de leden 6 tot en met 9 van dit artikel bedoelde bepalingen te waarborgen stelt de Commissie, met het oog op de verwezenlijking van de in artikel 1 genoemde doelstellingen, uitvoeringshandelingen vast met gedetailleerde regels voor de uitvoering van de taken van de netwerkbeheerder, zoals vastgelegd in die leden.
Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 48, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.
11.
Bij de uitoefening van zijn taken neemt de netwerkbeheerder maatregelen via coöperatieve besluitvorming. Partijen bij de coöperatieve besluitvorming handelen zo veel mogelijk met het oog op verbetering van de werking en de prestaties van het netwerk, onder meer wat betreft de verwezenlijking van de Uniewijde prestatiedoelstellingen in het kernprestatiegebied klimaat en milieu. De coöperatieve besluitvorming bevordert de belangen van het netwerk, rekening houdend met essentiële veiligheids- en defensiebelangen en andere lokale of regionale omstandigheden, zoals geografische, topografische en meteorologische omstandigheden.
De lidstaten worden volledig betrokken bij beslissingen van strategisch belang, met name bij de vormgeving van het netwerkstrategieplan.
12.
De in lid 11 bedoelde coöperatieve besluitvorming is met name gebaseerd op een raadplegingsproces van operationele belanghebbenden, luchthavenslotcoördinatoren, lidstaten en, in voorkomend geval, het Agentschap en de Commissie, op werkregelingen en operationele processen en op afwikkelingsmechanismen waarbij de netwerkbeheerraad indien nodig wordt betrokken.
Indien deze besluitvorming de soevereiniteit van een lidstaat over zijn luchtruim betreft, is de instemming van die betrokken lidstaat vereist.
13.
Om een eenvormige uitvoering en naleving van de in de leden 11 en 12 bedoelde voorschriften te waarborgen, stelt de Commissie met het oog op de verwezenlijking van de in artikel 1 genoemde doelstellingen, uitvoeringshandelingen vast met gedetailleerde bepalingen betreffende de coöperatieve besluitvorming, onder meer met betrekking tot:
- a)
een proces ter raadpleging van operationele belanghebbenden, luchthavenslotcoördinatoren, lidstaten en, indien van toepassing, het Agentschap en de Commissie;
- b)
werkregelingen en operationele processen;
- c)
de betrokkenheid van de autoriteiten van de lidstaten indien nodig;
- d)
afwikkelingsmechanismen waarbij, zo nodig, de netwerkbeheerraad wordt betrokken;
- e)
alle andere maatregelen die nodig zijn met betrekking tot de besluitvormingsprocessen.
Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 48, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.
14.
Er wordt een netwerkbeheerraad opgericht om te zorgen voor een passende governance van de uitoefening van de netwerkfuncties.
De netwerkbeheerraad heeft de volgende taken:
- a)
goedkeuring of bekrachtiging van door de netwerkbeheerder genomen of voorgestelde maatregelen overeenkomstig de in lid 15 bedoelde uitvoeringshandeling;
- b)
goedkeuring van de specificaties voor de raadpleging en de in de leden 12 en 13 bedoelde gedetailleerde werkafspraken;
- c)
goedkeuring van het NOP;
- d)
bekrachtiging van het NSP, na raadpleging en rekening houdend met het advies van de lidstaten, en voordat het door de Commissie wordt goedgekeurd;
- e)
monitoring van de uitvoering van netwerkfuncties en verstrekking van adviezen of aanbevelingen over specifieke onderwerpen, en
- f)
alle andere maatregelen die nodig zijn voor de uitvoering van de governancemechanismen.
De goedkeuring door de Commissie van het NSP geschiedt in de vorm van een uitvoeringshandeling. Die uitvoeringshandeling wordt volgens de in artikel 48, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.
De netwerkbeheerraad telt stemgerechtigde en niet-stemgerechtigde leden. Hij is samengesteld uit vertegenwoordigers van de operationele belanghebbenden, van de Commissie, van de netwerkbeheerder en van Eurocontrol.
15.
Om een eenvormige uitvoering en naleving van de in lid 14 van dit artikel bedoelde bepalingen te waarborgen, stelt de Commissie met het oog op de verwezenlijking van de in artikel 1 genoemde doelstellingen uitvoeringshandelingen vast met gedetailleerde regels met betrekking tot de netwerkbeheerraad, met name voor:
- a)
de samenstelling van de netwerkbeheerraad;
- b)
de werking en verantwoordelijkheden van de netwerkbeheerraad, zoals vastgelegd in lid 14;
- c)
de netwerkgovernancemechanismen.
Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 48, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.
16.
Onverminderd artikel 37, lid 2, punt a), van deze verordening en de artikelen 44 en 46 van Verordening (EU) 2018/1139 en de op grond daarvan vastgestelde gedelegeerde en uitvoeringshandelingen, zijn de lidstaten volledig bevoegd voor de ontwikkeling, goedkeuring en vaststelling van de routes en luchtruimstructuren voor het luchtruim dat onder hun verantwoordelijkheid valt. Daarbij houden de lidstaten rekening met de behoeften van het luchtverkeer, met seizoensgebondenheid en de complexiteit van het luchtverkeer en van de prestatieplannen. Alvorens een besluit te nemen over deze aspecten, houden de lidstaten naar behoren rekening met de behoeften van de betrokken luchtruimgebruikers of met groepen die dergelijke luchtruimgebruikers vertegenwoordigen, en met de militaire autoriteiten, naargelang het geval.
Voetnoten
Verordening (EG) nr. 2111/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2005 betreffende de vaststelling van een communautaire lijst van luchtvaartmaatschappijen waaraan een exploitatieverbod binnen de Gemeenschap is opgelegd en het informeren van luchtreizigers over de identiteit van de exploiterende luchtvaartmaatschappij, en tot intrekking van artikel 9 van Richtlijn 2004/36/EG (PB L 344 van 27.12.2005, blz. 15).