NJB 2018/602
Appellant was niet op de hoogte van de WW-uitkering van appellante waarvan hem, gelet op de feiten en omstandigheden van dit geval, geen verwijt kan worden gemaakt. Bij het ontbreken van enige verwijtbaarheid had het college appellant geen boete mogen opleggen
CRvB 30-01-2018, ECLI:NL:CRVB:2018:538
- Instantie
Centrale Raad van Beroep
- Datum
30 januari 2018
- Magistraten
Mrs. Bel, Van Straalen, Zimmerman
- Zaaknummer
16/3524 PW
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Sociale zekerheid werkloosheid / Algemeen
Bestuursrecht algemeen / Handhaving algemeen
Sociale zekerheid bijstand / Algemene bijstand
- Brondocumenten
ECLI:NL:CRVB:2018:538, Uitspraak, Centrale Raad van Beroep, 30‑01‑2018
- Wetingang
Essentie
Appellant was niet op de hoogte van de WW-uitkering van appellante waarvan hem, gelet op de feiten en omstandigheden van dit geval, geen verwijt kan worden gemaakt. Bij het ontbreken van enige verwijtbaarheid had het college appellant geen boete mogen opleggen
Uitspraak
(…)
Overwegingen
4.2.
De Raad begrijpt het hoger beroep aldus dat tussen partijen niet in geschil is dat sprake is van schending van de inlichtingenverplichting. Partijen houdt verdeeld het antwoord op de vraag of de schending van de inlichtingenverplichting aan appellanten kan worden verweten.
4.3.1.
Appellante heeft aangevoerd dat haar geen verwijt kan worden gemaakt ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.