Op zoek naar de heilige graal
Einde inhoudsopgave
Op zoek naar de heilige graal (FM nr. 174) 2022/4.3.5:4.3.5 Werking
Op zoek naar de heilige graal (FM nr. 174) 2022/4.3.5
4.3.5 Werking
Documentgegevens:
Dr. mr. M. Tydeman-Yousef, datum 01-12-2021
- Datum
01-12-2021
- Auteur
Dr. mr. M. Tydeman-Yousef
- JCDI
JCDI:ADS633621:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Persoonsgebonden aftrek
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Schenk- en erfbelasting / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 2003/04, 29614, nr. 2, p. 25, 26.
Kamerstukken II 1975/76, 13873, nr. 7, p. 8 en 9.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Grondrechten hebben in de eerste plaats een verticale werking, in de verhouding tussen overheid en burgers. Daarnaast heeft de grondwetgever bij de grondwetsherziening van 1983 de horizontale werking van grondrechten erkend: doorwerking van de grondrechten in rechtsverhoudingen tussen burgers onderling.1 De meest vergaande doorwerking lijkt te bestaan bij artikel 6 GW (vrijheid van godsdienst en levensbeschouwing), artikel 7 GW (vrijheid van meningsuiting) en artikel 8 GW (vrijheid van vereniging).
Vrijheidsrechten (klassieke grondrechten) hebben zowel een negatieve als een positieve component. De negatieve component houdt in dat de staat zich moet onthouden van ongeoorloofde inmenging en beïnvloeding (passieve opstelling van de overheid). De positieve, of sociale, component vereist een actief optreden van de overheid omdat de overheid onder bijzondere omstandigheden de taak kan hebben te voorkomen dat de daadwerkelijke uitoefening van grondrechten illusoir wordt. Zo moet de overheid waar nodig voorwaarden scheppen voor een reëel functioneren van de vrijheidsrechten en dus zorg dragen voor een klimaat waarin de vrijheidsrechten optimaal kunnen worden genoten.2