Sfeerovergangen in de winstsfeer
Einde inhoudsopgave
Sfeerovergangen in de winstsfeer (FM nr. 172) 2022/6.1:6.1 Inleiding
Sfeerovergangen in de winstsfeer (FM nr. 172) 2022/6.1
6.1 Inleiding
Documentgegevens:
Mr. dr. B.F.M. Coebergh, datum 01-11-2021
- Datum
01-11-2021
- Auteur
Mr. dr. B.F.M. Coebergh
- JCDI
JCDI:ADS630390:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Heffingsbevoegdheid
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Inkomstenbelasting / Winst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
De sfeerovergangen bij objectvrijstellingen komen in dit hoofdstuk niet aan de orde, omdat hiervoor wel andere regels gelden.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de vorige hoofdstukken ben ik ingegaan op het theoretische kader. Daaruit bleek dat als er sprake is van een sfeerovergang niet de winst die gedurende het gehele bestaan van het lichaam wordt genoten, belast is. De totaalwinst bij een sfeerovergang is namelijk beperkt tot de winst die toerekenbaar is aan de belaste periode. Er dient daarom eerst te worden bepaald in welke sfeer een onderneming zich bevindt; de onbelaste of belaste sfeer. Zodra een onderneming of lichaam zich in de belaste sfeer bevindt, kan er sprake zijn van totaalwinst. De regels voor het bepalen van de totaalwinst bij een sfeerovergang zijn tot ontwikkeling gekomen in de jurisprudentie. Het uitgangspunt van de Hoge Raad is dat bij aanvang van de belastingplicht een fiscale openingsbalans wordt opgesteld waar de vermogensbestanddelen worden gewaardeerd op de waarde in het economische verkeer. De discussie gaat vervolgens meestal over de vraag hoe de waarde in het economische verkeer van individuele vermogensbestanddelen moet worden bepaald. Het doel van de waardering van de vermogensbestanddelen op de openingsbalans is de totaalwinst op de juiste wijze vast te stellen. In het licht van deze doelstelling zou naar mijn mening per vermogensbestanddeel moeten worden nagegaan wat een goede (waarderings)grondslag is om de totaalwinst te bepalen. In dit hoofdstuk onderzoek ik eerst welke consequenties waardering tegen de waarde in het economische verkeer heeft voor de winstbepaling in een aantal casus. Als blijkt dat sprake is van een ongewenste uitkomst, dan zal ik vervolgens in het navolgende hoofdstuk onderzoeken of een alternatieve methode/waardering leidt tot een betere uitkomst. Ik zal dit onderzoeken aan de hand van de volgende vermogensbestanddelen:
Verhuurd vastgoed (paragraaf 6.3.1)
Onrendabele investeringen (paragraaf 6.3.2)
Schuldverhouding (paragraaf 6.3.3)
Overeenkomst van opdracht (paragraaf 6.3.4)
Subsidies (paragraaf 6.3.5)
Voorzieningen voor anticipatieposten (paragraaf 6.3.6)
De focus ligt in dit hoofdstuk op de sfeerovergang van de onbelaste naar de belaste sfeer, omdat uit de eerdere hoofdstukken bleek dat hierbij de meeste complicaties zich voordoen. Aangezien in hoofdstuk 4 geconcludeerd is dat voor elke sfeerovergang in beginsel dezelfde methode geldt (waardering tegen waarde in het economische verkeer, tenzij er sprake is van een heffingslek), zal ik in dit hoofdstuk geen onderscheid maken naar de aard van de sfeerovergang, tenzij expliciet anders benoemd.1 De volgende subonderzoeksvraag staat in dit hoofdstuk centraal: Voldoen de regels voor de sfeerovergang aan de kwaliteitseisen van een goede fiscale regelgeving?
De keuze voor deze vermogensbestanddelen zal ik later bij de bespreking van de casus toelichten. In het algemeen kan worden gezegd dat deze onderwerpen representatief zijn voor de problematiek vanwege de praktische en theoretische relevantie. Voor de toetsing heb ik een toetsingskader gemaakt dat ik in de navolgende paragraaf zal toelichten.