Sfeerovergangen in de winstsfeer
Einde inhoudsopgave
Sfeerovergangen in de winstsfeer (FM nr. 172) 2022/5.1:5.1 Inleiding
Sfeerovergangen in de winstsfeer (FM nr. 172) 2022/5.1
5.1 Inleiding
Documentgegevens:
Mr. dr. B.F.M. Coebergh, datum 01-11-2021
- Datum
01-11-2021
- Auteur
Mr. dr. B.F.M. Coebergh
- JCDI
JCDI:ADS630627:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Heffingsbevoegdheid
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Inkomstenbelasting / Winst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Voor een uitzetting van de compartimenteringsleer bij toepassing van de deelnemingsvrijstelling in Duitsland verwijs ik naar Elsweier 2018, paragraaf 8.3.6.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Sfeerovergangen bij ondernemingen zijn niet een exclusief Nederlands fiscaal probleem. In dit hoofdstuk is een rechtsvergelijking opgenomen met de fiscale regels die gelden in Duitsland, België en het Verenigd Koninkrijk bij een sfeerovergang. Het doel van deze rechtsvergelijking is te onderzoeken wat de fiscale consequenties van sfeerovergangen in het buitenland zijn en of er in het buitenland oplossingen bestaan voor de tekortkomingen in het Nederlandse systeem. De volgende subonderzoeksvraag staat in dit hoofdstuk centraal: Hoe wordt in Duitsland, België en het Verenigd Koninkrijk het resultaat van de belaste periode bepaald indien de onderneming niet vanaf het moment van oprichting aan de heffing van een winstbelasting is onderworpen? En bieden deze systemen oplossingen voor de tekortkomingen in het Nederlandse systeem?
Ik heb gekozen voor Duitsland, België en het Vereniging Koninkrijk vanwege de diversiteit. Deze landen hanteren alle drie namelijk andere uitgangspunten bij de bepaling van de winst ingeval sprake is van een sfeerovergang. Het Duitse systeem kent, net als Nederland, een verplichte herwaardering bij aanvang van de belastingplicht. De systemen in België en het Verenigd Koninkrijk zijn niet vergelijkbaar met het systeem in Nederland en kennen andere uitgangspunten. Mijn onderzoeksvraag richt zich primair op de binnenlandse sfeerovergang die optreedt omdat een onderneming belastingplichtig wordt. Deze sfeerovergang komt in de praktijk het meeste voor. Bij de rechtsvergelijking zal ik summier ingaan op de grensoverschrijdende sfeerovergang, omdat door de implementatie van de ATAD-richtlijn in de verschillende lidstaten de regels uiteindelijk grotendeels zijn geharmoniseerd. Een uitgebreide rechtsvergelijking heeft dan minder zin, omdat de (resterende) knelpunten veel overeenkomsten zullen vertonen. Een onderzoek naar de toepassing van sfeerovergangen bij de toepassing van objectieve vrijstellingen zou ook een inventarisatie en onderzoek vergen naar de objectieve vrijstellingen in de verschillende landen. Een dergelijke veelomvattende rechtsvergelijking gaat de vraagstelling van dit onderzoek en de doelstelling van deze rechtsvergelijking te boven. Ik heb de objectieve vrijstellingen daarom in de rechtsvergelijking buiten beschouwing gelaten.1
In dit hoofdstuk zal ik de systemen van deze landen analyseren langs dezelfde lijnen als ik het Nederlandse systeem heb geanalyseerd, te weten:
Hoe wordt de fiscale winst bepaald?
Welke (algemene) regels gelden bij een sfeerovergang?
Nadat ik de systemen heb onderzocht, zal ik analyseren of de systemen oplossingen bieden voor de tekortkomingen in het Nederlandse systeem en binnen het toetsingskader passen.