De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland
Einde inhoudsopgave
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/6.9.7:6.9.7 Conclusies en aanbevelingen
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/6.9.7
6.9.7 Conclusies en aanbevelingen
Documentgegevens:
Mr. J.E. van den Brink, datum 13-12-2012
- Datum
13-12-2012
- Auteur
Mr. J.E. van den Brink
- JCDI
JCDI:ADS400748:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In deze paragraaf is ingegaan op de mogelijk knelpunten die zich voordoen in het kader van de rechtsbescherming die openstaat tegen beslissingen van nationale uitvoeringsorganen die zij nemen ter uitvoering van de Europese subsidieregelgeving, in relatie tot het beginsel van effectieve rechtsbescherming en het verdedigingsbeginsel.
Het verdient aanbeveling dat in de Wet inzake Europese subsidies wordt neergelegd dat een hoorplicht geldt indien een voor de eindontvanger van een Europese subsidie bezwarend besluit wordt genomen en indien aan een aanvrager van een Europese subsidie een administratieve sanctie wordt opgelegd.
Vervolgens is besproken in hoeverre rechtsbescherming openstaat tegen beslissingen van andere organen dan het subsidieverstrekkende orgaan bij de beoordeling van de subsidieaanvragen. Hoewel niet altijd duidelijk is of sprake is van een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb, is wel voldaan aan het beginsel van effectieve rechtsbescherming nu altijd rechtsbescherming bij de burgerlijke rechter openstaat. Problemen bestaan wel in het kader van het EGF waarvoor geldt dat de honorering van de aanvraag door de minister van szw afhankelijk is van goedkeuring door de Europese Commissie. De nationale aanvrager van de Europese subsidie kan hoogstwaarschijnlijk geen beroep instellen tegen de weigering van de Europese Commissie om een goedkeuring te verlenen, nu dat besluit is gericht tot de lidstaat Nederland. In dat geval dient de nationale aanvrager beroep in te stellen bij de nationale rechter tegen het nationale afwijzingsbesluit en daarbij de geldigheid van de weigering van de goedkeuring van de Europese Commissie betwisten. Op deze wijze is toch gewaarborgd dat de aanvrager effectieve rechtsbescherming geniet. Wat betreft de beslissingen omtrent de hoogte van de jaarvergoedingen in het kader van de ELFPO-subsidies staat zonder twijfel bestuursrechtelijke rechtsbescherming open.
Voorts is geconcludeerd dat de Nederlandse rechter doorgaans terughoudend is in het stellen van prejudiciële vragen. De Nederlandse rechter neemt nogal eens aan dat sprake is van een 'acte clair', terwijl over het antwoord op de gerezen vraag de nodige twijfel kan bestaan. Deze nationale praktijk heeft als voordeel dat Europese subsidiezaken weinig vertraging oplopen. Het risico bestaat echter dat de door de nationale rechter gekozen interpretatie onjuist is. Uiteindelijk is het immers het Hof van Justitie dat bevoegd is om de Europese subsidieregelgeving te interpreteren. Het achterwege laten van het stellen van prejudiciële vragen kan dan ook tot gevolg hebben dat eindontvangers Europese subsidies mislopen. Zij kunnen het stellen van prejudiciële vragen echter niet afdwingen. In dat opzicht bestaat het risico dat het gemengd bestuur tot gevolg heeft dat afbreuk wordt gedaan aan de effectieve rechtsbescherming van de eindontvanger van de Europese subsidie. Het is uiteraard ook mogelijk dat het achterwege laten van het stellen van prejudiciële vragen tot gevolg heeft dat een eindontvanger ten onrechte de Europese subsidie mag behouden. Het gemengd bestuur kan in dat geval erin resulteren dat afbreuk wordt gedaan aan de bescherming van de financiële belangen van de EU. Waarschijnlijker is dat het nationale uitvoeringsorgaan de desbetreffende subsidie uit eigen zak moet betalen.
De Nederlandse regels omtrent ambtshalve toetsing en het ambtshalve aanvullen van de rechtsgronden voldoen aan de daaraan door het Hof van Justitie gestelde eisen. Wel is de zorg uitgesproken dat de nationale rechter niet altijd ambtshalve beziet of een nationaal uitvoeringsorgaan bevoegd is om de Europese subsidie te verstrekken dan wel een Europese administratieve nationale sanctie op te leggen. Het gevaar bestaat dat de wetgever onvoldoende wordt gestimuleerd om de bevoegdheden van nationale uitvoeringsorganen op nationaal niveau afdoende te regelen.