Bedrijfsopvolging bij natuurlijke personen
Einde inhoudsopgave
Bedrijfsopvolging bij natuurlijke personen (FM nr. 141) 2013/6.1:6.1 Inleiding
Bedrijfsopvolging bij natuurlijke personen (FM nr. 141) 2013/6.1
6.1 Inleiding
Documentgegevens:
Dr. Y.M Tigelaar-Klootwijk, datum 01-09-2013
- Datum
01-09-2013
- Auteur
Dr. Y.M Tigelaar-Klootwijk
- JCDI
JCDI:ADS351620:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de hoofdstukken 4 en 5 is de aanvaardbaarheid van de door de overheid tot stand gebrachte fiscale bedrijfsopvolgingsfaciliteiten getoetst. Dit is gedaan op basis van de in paragraaf 1.4 opgenomen toetsingscriteria. Per type bedrijfsopvolgingsfaciliteit zijn in tussenconclusies de bevindingen in schema’s samengevat. Deze bevindingen vormen de basis voor mijn aanbevelingen (deelvraag 11). Ik heb ervoor gekozen twee voorstellen te formuleren. Het eerste voorstel is opgenomen in paragraaf 6.2 en is een first-best voorstel.
Dit voorstel bevat fiscale bedrijfsopvolgingsfaciliteiten waarop natuurlijke personen, die geconfronteerd worden met een uit een overdracht voortvloeiende belastingclaim, een beroep zouden moeten kunnen doen. Dit voorstel wijkt, zowel wat betreft de faciliteiten gericht op de IB-claim als wat betreft de faciliteiten gericht op de schenk- en erfbelasting, sterk af van de huidige faciliteiten. Indien het niet mogelijk en/of niet wenselijk is direct over te stappen naar een nieuw systeem, zou gedurende een aantal jaren een tussenfase kunnen worden gehanteerd die ik aanduid als de second-best oplossing. Een dergelijke overgangsfase kan ook gebaseerd worden op de omstandigheid dat ten aanzien van lopende of binnenkort startende bedrijfsopvolgingen het onwenselijk kan zijn ineens uit te gaan van een geheel nieuw systeem omdat daarmee door partijen geen rekening is gehouden; dit is vooral van belang omdat bedrijfsopvolgingen in het algemeen een lange periode beslaan, zowel wat betreft voorbereiding, uitvoering en veelal ook nog wat betreft de afwikkeling. Derhalve is in paragraaf 6.3 een second-best voorstel geformuleerd waarin verbeteringen zijn voorgesteld ten aanzien van de huidige faciliteiten teneinde te komen tot een verbetering van de toetsingsresultaten uit hoofdstuk 4 en 5. Het uitgangspunt was daarbij de huidige faciliteiten te behouden, tenzij de toetsing noodzaakt tot het zo spoedig mogelijk laten vervallen van een faciliteit. Ik ben van mening dat het second-best voorstel in een overgangsfase op basis van bovenstaande argumenten voor een beperkt aantal jaren kan worden verdedigd. Overigens is deze overgangsfase niet noodzakelijk en kan desgewenst, hetgeen mijn voorkeur heeft, ook direct worden overgegaan op de first-best oplossing.
In zowel paragraaf 6.2 als paragraaf 6.3 wordt een onderscheid gemaakt tussen de faciliteiten gericht op de IB-claim en de faciliteiten die gericht zijn op de heffing van schenk- en erfbelasting. Tevens wordt voor het first-best voorstel in paragraaf 6.2.3 onderzocht of er mogelijkheden zijn om met een fiscaal instrument financieringsproblemen bij de overnemer te verminderen.