JWB 2016/237
Insolventierecht
HR 24-06-2016, ECLI:NL:HR:2016:1296
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
24 juni 2016
- Zaaknummer
16/00632
- Vakgebied(en)
Insolventierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2016:1296, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 24‑06‑2016
ECLI:NL:PHR:2016:441, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 26‑04‑2016
- Wetingang
Art. 80a lid 1 RO, 354 Fw
Essentie
Insolventierecht
Samenvatting
Casus
Aanleiding voor deze procedure is de beëindiging van een WSNP zonder schone lei.
Rechtsvraag
Is verzoeker niet-ontvankelijk in het cassatieberoep?
Beslissing
De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen, omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden; in dit verband wordt verwezen naar het standpunt van de Procureur-Generaal onder 3 - 7. De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.