HR, 13-10-2017, nr. 17/00800
ECLI:NL:HR:2017:2609
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
13-10-2017
- Zaaknummer
17/00800
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:HR:2017:2609, Uitspraak, Hoge Raad, 13‑10‑2017; (Artikel 81 RO-zaken, Cassatie)
In cassatie op: ECLI:NL:GHSHE:2017:76
- Wetingang
- Vindplaatsen
NTFR 2017/2574
FutD 2017-2536
Viditax (FutD) 2017101325
Uitspraak 13‑10‑2017
Inhoudsindicatie
HR: art. 81.1 RO.
Partij(en)
13 oktober 2017
nr. 17/00800
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 12 januari 2017, nrs. 10/00626, 10/00633, 10/00634 en 10/00635, op de hoger beroepen van belanghebbende tegen uitspraken van de Rechtbank te Breda (nrs. AWB 08/4812, AWB 08/4813 en AWB 08/4814) betreffende de aan belanghebbende opgelegde navorderingsaanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over de jaren 1995 en 2002 en in de vermogensbelasting over het jaar 1996, alsmede de daarbij gegeven boetebeschikkingen dan wel beschikkingen inzake een verhoging en de daarbij gegeven beschikkingen inzake heffingsrente.
1. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
2. Beoordeling van de klachten
De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
4. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.A. Fierstra als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 13 oktober 2017.