NJ 2024/319
OM-cassatie. 1. Ingevolge art. 241c Sv geen cassatieberoep mogelijk tegen beschikking rechtbank in hoger beroep op vordering OvJ ex art. 181 Sv. 2. Over de verhouding tussen de vordering ex art. 181 Sv en de vordering om toepassing te geven aan art. 98 Sv.
HR 12-03-2024, ECLI:NL:HR:2024:377, m.nt. P.A.M. Mevis
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
12 maart 2024
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, A.L.J. van Strien, T. Kooijmans
- Zaaknummer
23/03439
- Conclusie
A-G mr. A.E. Harteveld
- Noot
P.A.M. Mevis
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS985253:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Rechtsmiddelen
Strafprocesrecht / Voorfase
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:377, Uitspraak, Hoge Raad, 12‑03‑2024
ECLI:NL:PHR:2023:1162, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 19‑12‑2023
Beroepschrift, Hoge Raad, 09‑10‑2023
- Wetingang
Essentie
OM-cassatie. 1. Op grond van art. 241c Sv staat geen cassatieberoep open tegen een beschikking van de rechtbank gegeven op het hoger beroep ingesteld door het openbaar ministerie tegen een beschikking van de rechter-commissaris op een vordering van het openbaar ministerie ex art. 181 Sv. 2. Art. 181 Sv verzet zich er niet tegen dat de officier van justitie een vordering doet aan de rechter-commissaris dat deze ten aanzien van inbeslaggenomen voorwerpen dan wel bij een doorzoeking vastgelegde gegevens toepassing geeft aan art. 98 Sv.
Samenvatting
- 1.
Op grond van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.