BNB 2011/139
De werknemer is de belastingplichtige in gevallen waarin loonbelasting anders dan bij wege van eindheffing wordt geheven, ook al wordt die belasting nageheven van de inhoudsplichtige. Een uit de naheffing voortvloeiende verhaalschuld wordt aangemerkt als een eigen, uit de belastingwet voortvloeiende verplichting van de werknemer (2001; A-G Niessen, noot Mertens)
HR 04-02-2011, ECLI:NL:PHR:2011:BN6299, m.nt. A.L. Mertens
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
4 februari 2011
- Magistraten
Mrs. Van den Berge, Schaap, Tijnagel, Heisterkamp, Feteris
- Zaaknummer
09/02399
09/02400
- Conclusie
A.G. mr. Niessen
- Noot
A.L. Mertens
- LJN
BN6299
- JCDI
JCDI:ADS49075:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Inkomstenbelasting (V)
Loonbelasting (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2011:BN6299, Uitspraak, Hoge Raad, 04‑02‑2011
ECLI:NL:PHR:2011:BN6299, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 04‑02‑2011
- Wetingang
Art. 5.3, derde lid, Wet IB 2001; Wet LB 1964
Essentie
Schuld van werknemer aan werkgever wegens verhaal van nageheven loonbelasting is een niet-aftrekbare belastingschuld voor box 3
Samenvatting
Het Hof heeft geoordeeld dat een schuld die een werknemer heeft aan zijn werkgever omdat deze een naheffingsaanslag loonbelasting op hem heeft verhaald, bij het bepalen van de rendementsgrondslag niet in aanmerking wordt genomen.
HR: Verplichtingen die voortvloeien uit een belastingwet waarop de AWR van toepassing is worden niet als schuld in aanmerking genomen bij het bepalen van de rendementsgrondslag. De ingevolge de Wet LB 1964 geheven loonbelasting is een belasting die van rijkswege door ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.