Het beheerplan voor Natura 2000-gebieden
Einde inhoudsopgave
Het beheerplan voor Natura 2000-gebieden (SteR nr. 17) 2014/8.5:8.5 HET INRICHTINGSPLAN IN RELATIE TOT ARTIKEL 6 HRL
Het beheerplan voor Natura 2000-gebieden (SteR nr. 17) 2014/8.5
8.5 HET INRICHTINGSPLAN IN RELATIE TOT ARTIKEL 6 HRL
Documentgegevens:
mr. drs. S.D.P. Kole, datum 31-01-2014
- Datum
31-01-2014
- Auteur
mr. drs. S.D.P. Kole
- JCDI
JCDI:ADS442468:1
- Vakgebied(en)
Natuurbeschermingsrecht / Algemeen
Natuurbeschermingsrecht / Gebiedsbescherming
Natuurbeschermingsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In paragraaf 8.3.4 is geconcludeerd dat het inrichtingsplan onder bepaalde voorwaarden kan worden gebruikt voor de bescherming van kwalificerende habitats en soorten in Natura 2000-gebieden. In dat verband kan worden gewezen op de mogelijkheden om met behulp van een dergelijk plan het (toekomstig) gebruik van gronden en bouwwerken te sturen. Door een gebied op een bepaalde wijze in te richten is het in beginsel mogelijk om activiteiten met (mogelijke) verslechterende of significante verstorende effecten op de kwalificerende natuurwaarden in of in de nabijheid van Natura 2000-gebieden te weren. Het inrichtingsplan lijkt in het bijzonder geschikt voor het treffen van passende maatregelen in de zin van artikel 6, eerste lid Hrl. Dit kan onder meer door het vastleggen – al dan niet in de vorm van een voorziening van openbaar nut – van de aanleg van houtwallen, natuurvriendelijke oevers en amfibiëenpoelen in het inrichtingsgebied. Het is echter niet verplicht om een inrichtingsplan vast te stellen. Om die reden vormt het inrichtingsplan geen volledige implementatie van artikel 6, eerste lid Hrl. Een inrichtingsplan bevat in tegenstelling tot een bestemmingsplan geen algemeen verbindende voorschriften en werkt evenmin door in andere plannen of besluiten. De uitvoering van het inrichtingsplan is afhankelijk van andere juridische instrumenten, in het bijzonder het bestemmingsplan. Vanwege deze beperking is het inrichtingsplan niet geschikt voor het voorkomen van mogelijke verslechterende of significant verstorende effecten op de kwalificerende habitats en soorten in Natura 2000-gebieden. Het inrichtingsplan is voldoet om die reden ook niet aan de vereisten van artikel 6, tweede, derde en vierde lid Hrl.