NJB 2014/630:Bedreiging van Geert Wilders in raplied: ook indien de rap als kunstwerk zou moeten gelden in de zin van art. 10 EVRM, biedt die enkele omstandigheid geen rechtvaardiging voor bedreigingen tegen het leven gericht als bedoeld in art. 285 Sr. Dat het hof de stelling dat een Tweede Kamerlid ‘een dikkere huid’ dient te hebben en meer kritiek dient te aanvaarden onbesproken heeft gelaten, maakt dit in casu niet anders