AB 2025/142
Salduz. Het nemo tenetur-beginsel geldt voorafgaand aan de criminal charge. Het cautiemoment en het recht op verhoorbijstand vangen aan vóór het boeteverhoor en dat is gewoonlijk voordat sprake is van criminal charge. Navolging Hoge Raad.
ABRvS 24-12-2024, ECLI:NL:RVS:2024:5293, m.nt. R. Stijnen
- Instantie
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
- Datum
24 december 2024
- Magistraten
Mrs. C.J. Borman, M. Soffers, J. Schipper-Spanninga
- Zaaknummer
202207230/1/V6
- Noot
R. Stijnen
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD9453:1
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Vreemdelingenrecht / Bijzondere onderwerpen
Bestuursrecht algemeen / Handhaving algemeen
Bestuursrecht algemeen / Toezicht
Bestuursprocesrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2024:5293, Uitspraak, Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, 24‑12‑2024
- Wetingang
Essentie
Salduz. Het nemo tenetur-beginsel geldt voorafgaand aan de criminal charge. Het cautiemoment en het recht op verhoorbijstand vangen aan vóór het boeteverhoor en dat is gewoonlijk voordat sprake is van criminal charge. Navolging Hoge Raad.
Samenvatting
In navolging van het arrest van de Hoge Raad van 6 september 2024, is de Afdeling van oordeel dat de rechtbank terecht heeft overwogen dat appellant recht heeft op bijstand door een raadsman en dat hij hierover door de arbeidsinspecteurs had moeten worden geïnformeerd. Dit recht vloeit voort uit art. 6 EVRM. De Afdeling acht verder van belang ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.