NTM/NJCM-bull. 2006, p. 213
DE ONDRAAGLIJKE ZWAARTE VAN DE HOOFDDOEK: HET EVRM BEVESTIGT DAT EEN HOOFDDOEKVERBOD AAN DE TURKSE UNIVERSITEITEN GEOORLOOFD IS
EHRM 10-11-2005, ECLI:CE:ECHR:2005:1110JUD004477498, m.nt. Titia Loenen & Ashley Terlouw (Sahin/Turkije)
- Instantie
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
- Datum
10 november 2005
- Zaaknummer
44774/98
- Noot
Titia Loenen & Ashley Terlouw
- LJN
AV1508
- Roepnaam
Sahin/Turkije
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS918119:1
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
- Brondocumenten
ECLI:CE:ECHR:2005:1110JUD004477498, Uitspraak, Europees Hof voor de Rechten van de Mens, 10‑11‑2005
Essentie
DE ONDRAAGLIJKE ZWAARTE VAN DE HOOFDDOEK: HET EVRM BEVESTIGT DAT EEN HOOFDDOEKVERBOD AAN DE TURKSE UNIVERSITEITEN GEOORLOOFD IS
Samenvatting
Op 10 november oordeelde de zeventienkoppige Grote Kamer van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens in de zaak Sahin dat het verbod op het dragen van een hoofddoek door de geneeskunde faculteit van de Universiteit van Istanbul gerechtvaardigd is. Het verbod is volgens het EHRM niet in strijd met de vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst, noch met het recht op onderwijs. De uitspraak komt sterk overeen met die van vorig jaar in dezelfde zaak door ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.