De huwelijksgemeenschap en verkrijgingen krachtens erfrechtelijke titel en gift
Einde inhoudsopgave
De huwelijksgemeenschap en verkrijgingen krachtens erfrechtelijke titel en gift (R&P nr. PFR10) 2024/9.4.3.1:4.3.1 Inleidende opmerkingen
De huwelijksgemeenschap en verkrijgingen krachtens erfrechtelijke titel en gift (R&P nr. PFR10) 2024/9.4.3.1
4.3.1 Inleidende opmerkingen
Documentgegevens:
Mr. T.M. Subelack, datum 02-01-2024
- Datum
02-01-2024
- Auteur
Mr. T.M. Subelack
- JCDI
JCDI:ADS948041:1
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
573. In de vorige paragraaf zijn op hoofdlijnen de belangrijkste punten geschetst van de regeling van zaaksvervanging bij de tweetrapserfstelling. Daarbij is in de inleiding van deze paragraaf al aangegeven dat de werking en toepassing van deze regels van zaaksvervanging ook gevolgen hebben voor de omvang van de huwelijksgemeenschap waarin de bezwaarde en verwachter zijn gehuwd. Van nieuwe goederen die worden verkregen omdat de bezwaarde bevoegdelijk over goederen van het tweetrapsvermogen heeft beschikt, zal beoordeeld moeten worden of deze wel of niet in de huwelijksgemeenschap vallen waarin de bezwaarde en verwachter zijn gehuwd. Bovendien is in paragraaf 4.2.2 duidelijk geworden dat er bij de vervanging van goederen van het tweetrapsvermogen vergoedingsrechten en -plichten kunnen ontstaan, zowel wanneer de vervangende goederen niet krachtens zaaksvervanging tot het tweetrapsvermogen gaan behoren, als wanneer goederen krachtens zaaksvervanging daar juist wél toe zijn gaan behoren. Ook dit kan gevolgen hebben voor de omvang en samenstelling van de huwelijksgemeenschap waarin de bezwaarde en/of verwachter zijn gehuwd. In deze paragraaf zal dit alles nader worden uitgewerkt. Daarbij zullen verschillende situaties worden onderscheiden. De eerste situatie is de eenvoudigste en komt in paragraaf 4.3.2 aan de orde. Dat is de situatie dat de tegenprestatie voor de verkrijging van het vervangende goed volledig met tweetrapsvermogen is gefinancierd. De tweede situatie is ingewikkelder. Dat betreft die gevallen waarin de tegenprestatie voor de verkrijging van het vervangende goed deels wel, en deels niet, ten laste van het tweetrapsvermogen is gekomen. In dat geval zijn verschillende scenario’s denkbaar, die in paragraaf 4.3.3 nader zullen worden uitgewerkt. In paragraaf 4.3.4 zal tot slot worden ingegaan op die gevallen waarin de tweetrapsgoederen niet door één bezwaarde, maar door meerdere bezwaarden zijn verkregen, die vervolgens overgaan tot verdeling van het gemeenschappelijke tweetrapsvermogen.
574. Ter inleiding op dit alles zij verder nog het volgende opgemerkt. Hiervóór is in paragraaf 4.2.3 reeds uiteengezet dat de regeling van zaaksvervanging bij het fideï-commis óók geldt wanneer het vervangende goed een registergoed is. Al hetgeen in deze paragraaf wordt opgemerkt over de verhouding tussen de vervanging in het tweetrapsvermogen enerzijds, en de huwelijksgemeenschap van de bezwaarde en/of verwachter anderzijds, geldt dus óók wanneer het vervangende goed een registergoed betreft. De tweede opmerking heeft betrekking op de situatie dat de bezwaarde in verband met de verwerving van een goed een schuld is aangegaan, welk goed op grond van analoge toepassing van artikel 3:213 BW jo. 1:95 lid 1 BW tot het fideï-commissaire vermogen is gaan behoren. Op die situatie is in paragraaf 3.4 reeds ingegaan, waar de positie van fideï-commissaire schulden in verhouding tot de omvang van de huwelijksgemeenschap van de bezwaarde en verwachter aan de orde kwam. Op deze situatie zal in deze paragraaf dus niet meer worden ingegaan. Volstaan wordt met een verwijzing naar hetgeen daarover in paragraaf 3.4.2 (positie huwelijksgemeenschap bezwaarde) en paragraaf 3.4.3 (positie huwelijksgemeenschap verwachter) reeds is opgemerkt.