type:coll:
Rb. Overijssel, 09-12-2020, nr. C/08/239490 / HA ZA 19-495
ECLI:NL:RBOVE:2020:4471
- Instantie
Rechtbank Overijssel
- Datum
09-12-2020
- Zaaknummer
C/08/239490 / HA ZA 19-495
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:RBOVE:2020:4471, Uitspraak, Rechtbank Overijssel, 09‑12‑2020; (Eerste aanleg - enkelvoudig)
ECLI:NL:RBOVE:2020:4469, Uitspraak, Rechtbank Overijssel, 22‑07‑2020; (Eerste aanleg - enkelvoudig)
- Vindplaatsen
Uitspraak 09‑12‑2020
Inhoudsindicatie
Eindvonnis. Geen duurovereenkomst, maar afzonderlijke overeenkomsten. Weliswaar steeds dezelfde contactpersoon, maar bij verschillende (rechts)personen/handelspartners. Met de laatste in de rij van handelspartners is steeds onderhandeld over de voorwaarden van een samenwerking, maar dat heeft niet tot overeenstemming geleid. Van een bestendige handelsrelatie die is uitgegroeid tot een duurovereenkomst is in de relatie met deze handelsrelatie dan ook geen sprake, zodat evenmin sprake is van een gebondenheid aan met eerdere handelspartners gemaakte afspraken over onder meer afdracht van provisie.
Partij(en)
vonnis
RECHTBANK OVERIJSSEL
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Almelo
Vonnis in de hoofdzaak en in het incident van 9 december 2020
in de zaak met zaaknummer / rolnummer: C/08/239490 / HA ZA 19-495 van
1. [eiseres] ,
wonende te [woonplaats] ,
2. [eiser],
wonende te [woonplaats] ,
eisers,
advocaat mr. E.H. Groen te Amsterdam,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
SERV-RD B.V.,
gevestigd te Haaksbergen,
gedaagde,
advocaat mr. R. Kroon te Almelo.
Partijen zullen hierna [eiseres] , [eiser] en Serv-RD genoemd worden.
1. De procedure in de hoofdzaak en in het incident
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
het vonnis van 22 juli 2020, waarin alsnog een mondelinge behandeling is gelast zowel in de hoofdzaak als in het incident;
- -
het proces-verbaal van de op 21 oktober 2020 gehouden mondelinge behandeling.
1.2.
Ten slotte is weer vonnis bepaald waarvan de uitspraak is bepaald op heden.
2. De beoordeling zowel in de hoofdzaak als in het incident
2.1.
De rechtbank verwijst naar en handhaaft hetgeen bij tussenvonnis is overwogen.
2.2.
Aan de orde is hoe de relatie/samenwerking van [eiseres] en Serv-RD juridisch moet worden gekwalificeerd. In geschil is allereerst of deze contractuele relatie gekwalificeerd moet worden als duurovereenkomst, die – al dan niet met in achtneming van een opzegtermijn – door Serv-RD kon worden opgezegd en of [eiseres] en/of [eiser] uit dien hoofde jegens Serv-RD aanspraak kan maken op een provisie van 10% van de omzet uit de meetkabels voor Eaton en een toeslag van 10% over de daarvoor bij Cellpack aangeschafte stekkersets. [eiseres] c.s. stelt zich op het standpunt dat de afspraken die met betrekking tot de provisie en de opslag mondeling met [X] namens de aan hem gelieerde ondernemingen BIM zijn gemaakt, ook zijn gaan gelden voor Serv-RD omdat sprake is van (continuering van) een duurovereenkomst. Serv-RD betwist dat en stelt dat “slechts” sprake is geweest van afzonderlijke overeenkomsten tussen Serv-RD en [eiseres] , dat [eiser] daarbij geen partij is en dat die overeenkomsten losstaan van de voorgaande overeenkomsten tussen [eiseres] en BIM.
2.3.
Ter onderbouwing van haar standpunt dat wel sprake is c.q. moet zijn van een duurovereenkomst wijst [eiseres] erop dat sprake is van een bestendige handelsrelatie. De rechtbank begrijpt het standpunt van [eiseres] aldus dat zij stelt dat [eiseres] mondeling met [X] namens BIM een overeenkomst heeft gesloten over de 10% provisie en opslag, dat [X] als (middellijk) bestuurder ook Serv-RD aan die overeenkomst heeft gebonden en dat de op die overeenkomst gebaseerde handelwijze steeds, ook door Serv-RD en ook ná het overlijden van [X] , ongewijzigd is voortgezet. De rechtbank begrijpt ook dat, voor zover Serv-RD - anders dan [eiseres] - meent dat geen sprake is van overgang van onderneming tussen BIM Beheer B.V. en Serv-RD, [eiseres] zich subsidiair op het standpunt stelt dat sprake is van een stilzwijgende inbreng in Serv-RD van de overeenkomst die Jocombi c.s. met BIM had, waarmee in feite sprake is van contractsvernieuwing.
2.4.
De rechtbank begrijpt het standpunt van Serv-RD aldus, dat Serv-RD allereerst betwist dat sprake is van een duurovereenkomst waaraan Serv-RD door (middellijk) bestuurder [X] rechtsgeldig is gebonden. Voorts stelt Serv-RD dat, zo onverhoopt wel sprake mocht zijn van een duurovereenkomst, deze inmiddels is geëindigd. Serv-RD legt aan haar stelling dat van een duurovereenkomst geen sprake is ten grondslag dat de contractuele relatie tussen [X] (c.q. de aan hem gelieerde ondernemingen BIM) met [eiseres] in mei 2016 is geëindigd. [X] kan op dat moment Serv-RD niet rechtsgeldig hebben gebonden aan het voorzetten van deze overeenkomst, ten eerste omdat Serv-RD op dat moment nog niet was opgericht en ten tweede omdat [X] daartoe op grond van de statuten zonder instemming van de algemene vergadering van aandeelhouders (AVA) niet bevoegd was. Deze instemming is nooit gegeven. Ook betwist Serv-RD dat zij de handelwijze zoals deze bestond in de relatie tussen [eiseres] en BIM ongewijzigd heeft voortgezet: voor zover haar bekend heeft [eiseres] geen werk aan Serv-RD uitbesteed en verrichte Serv-RD geen werkzaamheden in opdracht van [eiseres] . Het klopt dat [eiser] [X] destijds bij Eaton heeft geïntroduceerd en het aldus ontstane contact uiteindelijk via [X] voor Serv-RD bij Eaton een ingang heeft opgeleverd, maar dit leidt niet tot aanspraken van [eiseres] op Serv-RD dan wel verplichtingen van Serv-RD jegens [eiseres] . Nadat [X] Serv-RD in contact had gebracht met Eaton is er een contractuele relatie tussen Serv-RD en Eaton tot stand gekomen, op grond waarvan Serv-RD vanaf 8 juni 2017 meetkabels is gaan leveren aan Eaton. [eiseres] speelde bij de (totstandkoming van de) contractuele relatie tussen Serv-RD en Eaton geen enkele rol, althans niet anders dan als leverancier die in opdracht van Serv-RD stekkers leverde, aldus Serv-RD. [eiseres] leverde Serv-RD geen meetkabels, die kocht (en koopt) Serv-RD elders, zo stelt laatstgenoemde. Serv-RD betwist dat [Y] zou hebben erkend dat [eiseres] van Serv-RD provisie ontvangt voor meetkabelorders die Eaton bij Serv-RD plaatst en Serv-RD overzichten van leveringen aan [eiseres] verschaft. Serv-RD heeft tot ná het overlijden van [X] meerdere keren Cellpackstekkers gekocht bij [eiseres] . Dit is in de visie van Serv-RD echter niet gebeurd op basis van een duurovereenkomst, maar op basis van steeds afzonderlijke overeenkomsten/opdrachten. Toen [Y] zich na het overlijden van [X] met de in- en verkoop van de stekkers/meetkabels ging bemoeien, ontdekte hij dat [eiseres] duur was en dat daardoor de marge op de meetkabels verdampte. Omdat [Y] de toegevoegde waarde van inkoop via [eiseres] niet in zag heeft Serv-RD besloten om de stekkers elders (te weten rechtstreeks bij Cellpack) in te kopen. Daar heeft zij [eiseres] naar haar zeggen van in kennis gesteld.
2.5.
De rechtbank oordeelt als volgt.
Zoals reeds eerder is overwogen is Jocombi de eenmanszaak van [eiseres] . Dat maakt dat [eiseres] en niet [eiser] in dit geschil partij is. Dat alle contacten van de eenmanszaak via [eiser] liepen en dat hij als gevolmachtigde van [eiseres] optrad, maakt niet dat hij thans een zelfstandig rechtens te honoreren belang heeft bij toewijzing van enig deel van het gevorderde/verzochte. Ook als zou worden aangenomen dat [eiser] de uitvinder van de meetkabels is, kan [eiser] daaraan in dit geschil geen rechtens te honoreren belang ontlenen en als partij optreden. Bij gelegenheid van de behandeling ter terechtzitting is zulks door de rechtbank aan [eiser] voorgehouden voor inhoudelijke reactie, met als resultaat dat hij daartegen niets (meer) heeft ingebracht.
Hieruit volgt dat de vorderingen voor zover die door [eiser] in de hoofdzaak en in het incident zijn ingesteld, moeten worden afgewezen.
2.6.
Kern van het geschil tussen de resterende partijen is of de samenwerking tussen deze partijen kan worden gekwalificeerd als duurovereenkomst. Ter onderbouwing van haar standpunt dat daarvan sprake is heeft [eiseres] onder meer verwezen naar een vonnis van de rechtbank Midden Nederland van 15 juli 2015, ECLI:NL:RBMNE:2015:5334. Serv-RD erkent dat dit vonnis - en naar de rechtbank begrijpt meer specifiek het daarin gehanteerde toetsingskader - relevant is, maar is van mening dat de stellingen van [eiseres] door dat vonnis niet worden “aangekleed”.
2.7.
Het kader dat in die zaak is neergezet is naar het oordeel van de rechtbank ook in deze zaak van belang: het belangrijkste kenmerk van duurovereenkomsten is dat deze niet verplichten tot eenmalige, voorbijgaande prestaties, maar – gedurende bepaalde of onbepaalde tijd – tot prestaties die gedurende zekere tijd voortduren, herhaald worden of elkaar opvolgen (bijvoorbeeld huur, arbeidsovereenkomst, verzekering). Van belang is dat een duurovereenkomst ook een ‘raamovereenkomst’ kan zijn, waarbinnen partijen steeds aflopende overeenkomsten sluiten (bijv. een distributieovereenkomst). Langdurige (handels)relaties vallen in beginsel niet onder het begrip duurovereenkomst, maar kunnen wel een overeenkomstige juridische betekenis hebben, bijvoorbeeld als basis van vertrouwen of toepassing van de door partijen jegens elkaar in acht te nemen redelijkheid en billijkheid. Zoals elke overeenkomst, komt een duurovereenkomst in beginsel tot stand door aanbod en aanvaarding (elk al dan niet stilzwijgend). Voor de totstandkoming van een duurovereenkomst is echter niet steeds vereist dat sprake is van een als
zodanig aanwijsbaar (al dan niet stilzwijgend) aanbod en een als zodanig aanwijsbare (al dan niet stilzwijgende) aanvaarding. Het antwoord op de vraag of een duurovereenkomst is tot stand gekomen, is afhankelijk van hetgeen partijen over en weer hebben verklaard en uit elkaars verklaringen hebben afgeleid en in de gegeven omstandigheden redelijkerwijze mochten afleiden. Zo kan, onder omstandigheden, een langdurige handelsrelatie in het kader waarvan opeenvolgende transacties worden verricht, na verloop van tijd uitgroeien tot een
duurovereenkomst (raamovereenkomst) voor onbepaalde tijd. Voor de beantwoording van de vraag of er (al) sprake is van een duurovereenkomst of (nog steeds) slechts van een reeks losse contracten blijken in de feitenrechtspraak als relevante omstandigheden onder meer te worden aangemerkt: de duur van de relatie, de exclusiviteit van de samenwerking, de intensiteit van het overleg c.q. contact, de afspraak tot het gebruik van telkens dezelfde standaardovereenkomst en jaarlijkse prijsonderhandelingen terwijl leveranties doorlopen op grond van oude prijzen.
2.8.
[eiseres] baseert het bestaan van de door haar gestelde duurovereenkomst waaraan zij bescherming wenst te ontlenen op - kort gezegd - het bestaan van een langdurige handelsrelatie dan wel een bestendige samenwerking volgens jarenlang ongewijzigde afspraken. Daarbij miskent zij echter dat Serv-RD pas vanaf april 2017 de handelspartner van [eiseres] is. Dat sprake is geweest van een overgang van onderneming tussen BIM Beheer B.V. en Serv-RD is indachtig de desbetreffende tegenspraak van Serv-RD niet adequaat (nader) gesteld noch is van het bestaan van die overgang anderszins gebleken, zodat in rechte moet worden aangenomen Serv-RD geen rechtsopvolger is op wie mogelijke verplichtingen uit hoofde van een (duur)overeenkomst tussen [eiseres] en BIM Beheer B.V. van rechtswege zijn overgegaan. Het enkele feit dat de heer [X] de contactpersoon van [eiseres] is geweest namens zowel BIM Beheer B.V, als (tot zijn overlijden) namens Serv-RD, is in dit kader niet voldoende te noemen.
2.9.
Evenmin is naar het oordeel van de rechtbank sprake van contractsovername. De ingevolge artikel 6:159 Burgerlijk Wetboek voor overdracht van de/een overeenkomst vereiste akte tussen BIM Beheer B.V. als overdragende partij en Serv-RD als overnemende partij, ontbreekt. Van contractsvernieuwing zou sprake kunnen zijn als aan een laatstelijk tussen [eiseres] en BIM Beheer B.V. gesloten overeenkomst uitvoering wordt gegeven door Serv-RD in plaats van BIM Beheer B.V. Dat laatste wordt door [eiseres] c.s. gesteld en door Serv-RD gemotiveerd betwist, waarbij door [eiseres] niet adequaat – immers slechts in algemene zin - bewijslevering is aangeboden. Ambtshalve zal de rechtbank [eiseres] hier niet met bewijslevering belasten.
2.10.
Tussen partijen is niet in geschil dat [eiseres] nimmer een schriftelijke overeenkomst met betrekking tot de meetkabels voor Eaton en de daarvoor benodigde stekkersets heeft gesloten; niet met BIM HJ, niet met BIM Beheer B.V. en ook niet met Serv-RD. Dat een dergelijke overeenkomst mondeling tot stand is gekomen en dat de inhoud van die overeenkomst is geweest zoals door [eiseres] is geschetst (zie rechtsoverweging 2.3 en 2.4 van het in deze zaak gewezen vonnis van 22 juli 2020) is indachtig de gemotiveerde tegenspraak van Serv-RD naar het oordeel van de rechtbank niet genoegzaam in rechte komen vast te staan. Weliswaar heeft [eiseres] lange tijd in de verhouding met BIM gehandeld zoals hiervoor beschreven, maar niet is gebleken dat deze samenwerking meer was dan een samenwerking die met het sluiten van steeds afzonderlijke overeenkomsten / transacties werd voortgezet zolang de betrokken partijen vonden dat de voorwaarden waaronder werd gehandeld recht deden aan de manier waarop de handel tot stand was gekomen en steeds tot stand kwam.
2.11.
Meer in het bijzonder is niet gebleken dat sprake was van een verplichting om deze handelwijze voor een bepaalde tijd voort te zetten. Evenmin is gebleken dat exclusiviteit van de samenwerking is overeengekomen. [eiseres] heeft daar waar het gaat om de meetkabels voor Eaton in elk geval twee verschillende handelspartners (BIM HJ en BIM Beheer B.V.) gehad bij wie zij na de ontvangst van een inkoopopdracht van Eaton een inkooporder plaatste, waarna zijn Eaton een factuur met een opslag van 10% stuurde. In haar visie is [eiseres] in de relatie met Serv-RD eveneens gerechtigd een factuur met een opslag van 10% aan Eaton te sturen. Dat is er vanwege gebrek aan medewerking aan de kant van Serv-RD niet van gekomen. Serv RD weigert immers aan [eiseres] de gegevens te verstrekken op basis waarvan [eiseres] een opslag van 10% kan berekenen. Ook de door [eiseres] bij Cellpack ten behoeve van de meetkabels van Eaton ingekochte stekkersets factureerde zij door aan drie verschillende (rechts)personen, te weten BIM HJ, BIM Beheer B.V. en Serv-RD. Dat [X] bevoegd was deze (rechts)personen te vertegenwoordigen, waaronder mede ingevolge het bepaalde ex artikel 2:240 Burgerlijk Wetboek het op 8 april 2016 opgerichte Serv-RD, maakt niet dat in deze genegeerd kan worden dat [eiseres] wel degelijk te maken had met een andere (rechts)personen als handelspartner. Dit bezien naast de in de loop der tijd gewijzigde werkwijze, als gevolg waarvan [eiseres] als tussenschakel verdween en Eaton rechtstreeks orders plaatste bij BIM Beheer B.V. en later bij Serv-RD, maakt indachtig al het hiervoor overwogene dat in dit geval van een duurovereenkomst geen sprake kan zijn.
2.12.
Voor dit oordeel is ook steun te vinden in het volgende. Serv-RD is als laatste in de rij van de handelspartners van [eiseres] al snel, namelijk vóór het overlijden van [X] , met [eiseres] het gesprek aangegaan om de voorwaarden van de samenwerking te bespreken. Bij dit gesprek waren namens Serv-RD [X] en [Y] aanwezig en was [eiser] aanwezig als vertegenwoordiger van [eiseres] . Uit de e-mail van 5 januari 2018 van [Y] aan [eiser] blijkt dat toen is uitgesproken dat ‘(…) we oude relaties respecteren zoals ze zijn. Het is niet de bedoeling om jou brood uit de mond te stoten maar om samen de business te bouwen. Wij zijn inmiddels drukdoende om met alternatieve leveranciers te praten voor het maken van de stekersets zodat rendementen zullen stijgen’.
2.13.
Uit de e-mail van 14 november 2017 blijkt dat [Y] en [eiser] kort ná het overlijden van [X] een gesprek hebben gehad over de productie van Eaton kabelsets. Daarbij is – zo is onweersproken gesteld – namens [Y] namens Serv-RD aangegeven:
‘(…) dat met het huidige prijs- en kostenniveau, de bijdrage van de sets voor Serv-RD dusdanig laag is dat der momenteel geld bij moet. (…)
Op dit moment krijgt Jocombi een provisie van 10% over de bruto verkoopprijs. Daarnaast verdient Hollander met het assembleren van de sets. Conclusie is dat iedereen er aan verdient behalve Serv-RD. Feit is dat de aantallen sets toenemen dus iedereen gaat meer verdienen en wij gaan meer verliezen. (…) Wij realiseren ons dat jij als persoon erg belangrijk bent geweest bij het initialiseren van deze handel. Dat willen wij ook niet bagatelliseren en ere wie ere toekomt. Toch willen wij jou voorstellen om het verdienmodel iets te gaan wijzingen. Zoals gezegd stijgen de aantallen, dus onder aan de streep zal je er niet minder aan overhouden. Ons voorstel is om Jocombi voor 2018 een provisie uit te keren van 10% over de totale inkoopprijs i.p.v. de bruto verkoopprijs. (…) Ons rendement gaat dan iets omhoog met ca. 2,5%. (…) Donderdag hebben wij een afspraak met Cellpack. Daarbij bespreken wij om een aantal van onze mensen te trainen voor het vervaardigen van Cellpack kabelsets. Daarnaast zullen we het houden van voorraden bespreken en willen wij graag rechtstreeks inkopen bij Cellpack.’.
2.14.
Uit de e-mail van 29 januari 2019 van [eiser] aan de heer [B] van Cellpack blijkt dat er op 16 november 2017 een gesprek heeft plaatsgevonden tussen de vertegenwoordigers van [eiseres] , Serv-RD en Cellpack. Volgens [eiser] is bij die gelegenheid afgesproken dat Serv-RD vanaf dat moment rechtstreeks inkopen doet bij Cellpack (zonder tussenkomst van [eiseres] ) behoudens de bestellingen die worden gedaan ten behoeve van onderdelen die voor het produceren van kabels voor Eaton bestemd zijn. Die bestellingen dienen via [eiseres] te (blijven) lopen.
Op verzoek van [Y] weigert de heer [B] aan [eiser] het van deze bijeenkomst gemaakte gespreksverslag toe te zenden.
2.15.
In een e-mail van 2 januari 2018 schrijft [Y] aan [eiser] :
‘Zoals gezegd kunnen we naar Eaton de prijzen geleidelijk aan verhogen, echter zal dit met 3-4% per jaar gaan. (…) De prijsopzet van [X] destijds bevatte een aantal componenten niet: (…) Feit blijft dat de kosten en het risico aan de zijde van Serv-RD liggen. Bij Cellpack geef jij aan dat Jocombi een toeslag berekent op iedere bestelde stekkerset. Indien een dergelijke marge binnen de verkoopprijs van kabelsets mogelijk is, heb ik daar geen enkele moeite mee. Echter dat is niet het geval en berekenen we dus marge op marge. Dat is niet fair. Dus vraag: hoeveel bereken jij nu over de stekersets van Cellpack? Is dat inderdaad 10% zoals je in Almere vertelde?’
2.16.
Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit het voorgaande dat Serv-RD zich (meteen) niet heeft willen conformeren aan de voorwaarden van de samenwerking, welke voorwaarden in dit geval in feite zijn te herleiden tot de prijs. De twee 10% afspraken die in de verhouding tussen [eiseres] en BIM HJ en B.V. hebben gegolden zijn door Serv-RD niet (daar waar het gaat om de 10% over de meetkabels), dan wel slechts kort (daar waar het gaat om de 10% over de stekkersets) geaccepteerd. Toen onderhandelingen over aanpassing van deze voorwaarden tot niets leidden, mocht Serv-RD beslissen voortaan stekkersets bij een ander / rechtstreeks bij Cellpack in te kopen. Nu Serv-RD de handelspartner is waarmee Eaton op dit moment (afzonderlijke) overeenkomsten sluit over de aanschaf van meetkabels, is zij niet verplicht om een percentage daarover af te dragen aan [eiseres] . Daarvoor bestaat geen juridische grondslag nu van een overgenomen (duur)overeenkomst geen sprake is, zodat Serv-RD niet op die grond aan de destijds met BIM gemaakte afspraken kan zijn gebonden.
2.17.
Van een bestendige handelsrelatie die is uitgegroeid tot een duurovereenkomst tussen [eiseres] en Serv-RD is naar het oordeel van de rechtbank evenmin sprake. Niet alleen bestaat die relatie daarvoor te kort, maar ook is van bestendigheid geen sprake nu partijen continu (zonder tastbaar resultaat) in overleg zijn geweest over de voorwaarden van een samenwerking. In dat overleg heeft het verleden meegewogen in die zin dat Serv-RD niet onwelwillend heeft gestaan tegenover het waarderen van de rol die [eiser] heeft gespeeld in de ontwikkeling van de meetkabels en de introductie via [X] bij Eaton, maar een aangepaste waardering was kennelijk voor [eiseres] niet bespreekbaar. Nu voormelde correspondentie de door Serv-RD ingenomen standpunten op juistheid onderschrijft en de door [eiseres] ingenomen standpunten voldoende gemotiveerd weerlegt, wordt aan bewijslevering aan de zijde van [eiseres] niet toegekomen. Daarvoor is te weinig (nader) gesteld. Ook hier geldt dat de rechtbank [eiseres] niet ambtshalve in de gelegenheid zal stellen om bewijs bij te brengen.
2.18.
Nu [eiseres] de door [eiser] in de meetkabels geïnvesteerde kennis niet (zo al mogelijk) door middel van een intellectueel eigendomsrecht heeft beschermd, stond Serv-RD juridisch niets in de weg aan het verbreken van de banden [eiseres] . Nu (dus) sprake is geweest van afzonderlijke overeenkomsten is het in acht nemen van een opzegtermijn niet aan de orde, en kan het achterwege laten van een opzegtermijn niet worden verweten.
2.19.
De consequentie van het voorgaande is dat ook alle vorderingen van [eiseres] , zowel in de hoofdzaak als in het incident, moeten worden afgewezen.
2.20.
Hetgeen overigens door partijen is aangevoerd behoeft geen bespreking meer.
2.21.
De kosten van dit geding aan de zijde van Serv-RD, zowel in de hoofdzaak als in het incident, komen voor rekening van [eiseres] en [eiser] gezamenlijk als de in het ongelijk gestelde partij en worden als volgt begroot:
- griffierecht 1.992,00
- salaris advocaat 2.172,00 (4 punten voor de conclusie
van antwoord in de hoofdzaak, de conclusie van antwoord in het incident, de conclusie van dupliek en het bijwonen van de comparitie x tarief € 543,00
Totaal € 4.164,00
3. De beslissing zowel in de hoofdzaak als in het incident
De rechtbank
3.1.
wijst af het in de hoofdzaak en in het incident gevorderde,
3.2.
veroordeelt [eiseres] en [eiser] gezamenlijk in de proceskosten in de hoofdzaak en in het incident gevallen aan de zijden van Serv-RD, met bepaling dat indien deze kosten niet binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis zijn betaald, daarover de wettelijke rente is verschuldigd vanaf dat moment tot aan de dag der algehele voldoening. De kosten aan de zijde van eiseres worden in de hoofdzaak en in het incident tot op deze uitspraak begroot op in totaal € 4.164,00,
3.3.
veroordeelt [eiseres] en [eiser] gezamenlijk voorts in de nakosten van deze procedure ten bedrage van respectievelijk € 131,-- zonder betekening en € 199,-- in geval van betekening, indien en voor zover [eiseres] en [eiser] gezamenlijk niet binnen een termijn van veertien dagen na aanschrijving aan dit vonnis hebben voldaan, met bepaling dat indien deze kosten niet binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis zijn betaald, daarover de wettelijke rente is verschuldigd vanaf dat moment tot aan de dag der algehele voldoening,
3.4.
verklaart de dictumonderdelen 3.2 en 3.3 uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.L.J. Koopmans en in het openbaar uitgesproken op
9 december 2020.1.
Voetnoten
Voetnoten Uitspraak 09‑12‑2020
Uitspraak 22‑07‑2020
Inhoudsindicatie
Tussenvonnis. Sprake van een duurovereenkomst?
Partij(en)
vonnis
RECHTBANK OVERIJSSEL
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Almelo
Vonnis in de hoofdzaak en in het incident van 22 juli 2020
in de zaak met zaaknummer / rolnummer: C/08/239490 / HA ZA 19-495 van
1. [eiseres] ,
wonende te [woonplaats] ,
2. [eiser],
wonende te [woonplaats] ,
eisers,
advocaat mr. E.H. Groen te Amsterdam,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
SERV-RD B.V.,
gevestigd te Haaksbergen,
gedaagde,
advocaat mr. R. Kroon te Almelo.
Partijen zullen hierna [eiseres] , [eiser] en Serv-RD genoemd worden.
1. De procedure in de hoofdzaak en in het incident
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
het vonnis van 18 maart 2020 waarin een mondelinge behandeling is gelast zowel in de hoofdzaak als in het incident;
- -
de e-mail van 25 maart 2020 van de rechtbank waarin partijen is meegedeeld dat de rechter heeft besloten dat er vanwege Corona geen zitting komt, maar dat de zaak verder schriftelijk verloopt;
- -
de conclusie van repliek met producties;
- -
de conclusie van dupliek met producties;
- -
de akte uitlaten producties aan de zijde van [eiseres] en [eiser] .
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
2.1.
[eiseres] handelt onder de naam Jocombi (eenmanszaak), welke bedrijfsuitoefening bij de Kamer van Koophandel te boek staat als een groothandel in verlichtingsartikelen, maar die feitelijk ook heeft te gelden als een elektrotechnisch installatiebureau. [eiser] is door [eiseres] gevolmachtigd om voor haar op te treden.
2.2.
Serv-RD heeft een onderneming die zich bezig houdt met onder meer de ontwikkeling en engineering van electrotechnische oplossingen voor hoog-midden en laagspanning toepassingen, die op 8 april 2016 door de heer [X] en de heer [Y] is opgericht. Na het overlijden van [X] op [2017] is Backbone Holding B.V. enig bestuurder en aandeelhouder Serv-RD. [Y] is enig bestuurder en enig aandeelhouder van Backbone Holding B.V.
2.3.
Voor de oprichting van Serv-RD was [X] verbonden aan [A] B.V., dreef hij de eenmanszaak BIM-HJ en richtte hij BIM Beheer B.V. op, waarvan hij enig bestuurder en aandeelhouder was. BIM-HJ en BIM Beheer B.V. worden hierna, voor zover het onderscheid niet van belang is, allebei aangeduid als BIM. Deze (rechts)personen speelden een rol in de levering van meetkabels door [eiseres] aan Eaton. De handel was sinds april 2016 als volgt georganiseerd:
- 1.
Eaton stuurt aan [eiseres] een inkooporder met de hoeveelheid en het type meetkabels die zij wil afnemen;
- 2.
[eiseres] plaatst aan de hand van de inkoopopdrachten van Eaton een inkooporder, laatstelijk bij BIM;
- 3.
BIM besteedt de productie van de meetkabels uit aan Hollander;
- 4.
BIM levert de meetkabels feitelijk af bij Eaton;
- 5.
BIM stuurt vervolgens een factuur van haar werkzaamheden aan [eiseres] ;
- 6.
[eiseres] stuurt een factuur voor de meetkabels aan Eaton met 10% provisie op de prijs van BIM.
2.4.
Voor de fabricage van de meetkabels benodigde stekkersets nam [eiseres] af bij Cellpack en verkocht deze vervolgens met een opslag van 10% door aan BIM en later aan Serv-RD. Daarbij werd als volgt te werk gegaan:
- 1.
Serv-RD stuurt de inkooporder voor producten van Cellpack naar [eiseres] ;
- 2.
[eiseres] stuurt de inkooporder voor de stekkers naar Cellpack;
- 3.
Cellpack levert feitelijk de stekkers af bij Hollander die de meetkabels daadwerkelijk produceert;
- 4.
Cellpack factureert aan [eiseres] ;
- 5.
[eiseres] factureert aan Serv-RD en rekent daarbij een opslag van 10%.
2.5.
In mei 2016 zijn ( [eiser] namens) [eiseres] en ( [X] namens) BIM mondeling overeen gekomen dat het efficiënter is als Eaton de inkooporders voor meetkabels rechtstreeks bij BIM plaatst. [eiseres] zou daarbij aanspraak blijven maken op de provisie van 10% van de omzet van BIM uit de meetkabels voor Eaton en de toeslag van 10% over de daarvoor bij Cellpack aangeschafte stekkersets.
2.6.
Bij e-mail van 10 april 2017 heeft ( [X] namens) Serv-RD aan [eiseres] verzocht om een nieuwe order van Eaton in de administratie te vermelden als een Serv-RD order. Vanaf 8 juni 2017 lopen de orders van Eaton niet langer via BIM, maar plaatst Eaton de orders rechtstreeks bij Serv-RD, van wie [X] op dat moment naast [Y] (indirect) bestuurder en aandeelhouder was.
2.7.
[eiseres] brengt bij Serv-RD een opslag van 10% in rekening van de door [eiseres] bij Cellpack afgenomen stekkersets die werden gebruikt voor het maken van de meetkabels voor Eaton. De facturen waarmee deze 10% bij Serv-RD in rekening worden gebracht, zijn (steeds) door Serv-RD betaald. Na het overlijden van [X] zijn door Serv-RD aan [eiseres] nog 46 facturen betaald, voor een totaal van € 76.124,36.
2.8.
Na het overlijden van [X] is [Y] zich binnen Serv-RD gaan bezighouden met de in- en verkoop van stekkers en meetkabels. [Y] heeft bij mail van 514 november 2017 contact opgenomen met [eiser] . In die mail schrijft hij voor zover hier van belang:
‘Enige tijd geleden hebben wij kort na het overlijden van [X] een gesprek gehad over de productie van de Eaton kabelsets. Daarbij is door ons aangegeven dat met het huidige prijs- en kostenniveau, de bijdrage van de sets voor Serv-RD dusdanig laag is dat er momenteel geld bij moet. (…)
Op dit moment krijgt Jocombi een provisie van 10% over de bruto verkoopprijs. Daarnaast verdient Hollander met het assembleren van de sets. Conclusie is dus dat iedereen eraan verdient behalve SERV-RD. (…) Wij realiseren ons dat jij als persoon erg belangrijk bent geweest bij het initialiseren van deze handel. Dat willen wij ook niet bagatelliseren en ere wie ere toekomt. Toch willen wij jou voorstelen om het verdienmodel iets te gaan wijzigen. (…). Ons voorstel is om Jocombi voor 2018 een provisie uit te keren van 10% over de totale inkoopprijs i.p.v. de bruto verkoopprijs. (…) Donderdag hebben wij een afspraak bij Cellpack. Daarbij willen wij bespreken om een aantal van onze mensen te trainen voor het vervaardigen van Cellpack kabelsets. Daarnaast zullen we het houden van voorraden bespreken en willen wij graag rechtstreeks inkopen bij Cellpack. (…).’
2.9.
Donderdag 16 november 2017 heeft er een gesprek plaatsgevonden tussen [Y] namens Serv-RD, [eiser] namens [eiseres] en de heer [B] van Cellpack. Van het gesprek is een gespreksverslag gemaakt dat [eiser] heeft opgevraagd, maar dat hem niet is verstrekt. Dit blijkt uit mailcorrespondentie. In een mail van 4 oktober 2018 schrijft [eiser] voor zover hier van belang aan [B] :
‘Bij deze bevestig ik naar aanleiding van ons telefoongesprek van gisteravond dat je van [Y] geen toestemming hebt gekregen om het gespreksverslag naar mij door te sturen. Dat is jammer omdat het een gesprek tussen ons drieën was. Ook had ik je een overzicht van de door [Y] geplaatste orders door te sturen. Zie onderstaande mail. Wil je dat alsnog doen? (…).’
Daarop heeft [B] diezelfde dag per mail gereageerd:
‘Ook dit heb ik overlegd met [Y] en hij geeft aan dat dit ook niet verstuurd mag worden. [Y] heeft jou uitgenodigd voor een één op één gesprek. Ik stel voor dat jij dit bij [Y] rechtsreeks opvraagt.’
Bij mail van 29 januari 2019 heeft [eiser] [B] nogmaals tevergeefs om een afschrift van het gespreksverslag verzocht.
2.10.
Op 2 januari 2018 mailt [Y] – voor zover hier van belang - aan [eiser] :
‘(…) Om die reden willen we daar zelf meer controle over hebben door een deel van de stekkers zelf of in eigen beheer te gaan monteren.
De prijsopzet van [X] destijds bevatte een aantal componenten niet:
- -
Transport en aflevering naar Eaton
- -
Verpakking
- -
Handleiding vanuit SERV-RD (werkvoorbereiding, bestellen materialen, contact naar klant, transport naar montagefaciliteit, afhandeling etc.)
- -
Garantie en risico ) retouren, defecten etc.)
Het feit blijft dat de kosten en het risico aan de zijde van SERV-RD liggen.
Bij Cellpack geef jij aan dat Jocombi een toeslag berekent op iedere bestelde stekkerset. Indien een dergelijke marge binnen de verkoopprijs van kabelsets mogelijk is, heb k daar geen enkele moeite mee. Echter dat is niet het geval en berekenen we dus marge op marge. Dat is niet fair. Dus vraag: hoeveel berekend jij nu over de stekkersets van Cellpack? Is dit inderdaad 10% zoals je in Almere vertelde? (…).’
2.11.
Op 5 januari 2018 mailt [Y] - voor zover hier van belang - aan [eiser] :
‘(…) Ik vind het wel jammer dat je blijkbaar moeilijk in beweging wilt komen. [Y] , de insteek van SERV-RD is altijd geweest dat we elkaar vooruithelpen. Op deze basis is [X] ook met het bedrijf begonnen met ondersteuning van een aantal personen. En op die basis willen wij het bedrijf ook voortzetten, dat is zijn gedachtengoed.
Toen [X] nog leefde, hebben we met zijn 3-en al om tafel gezeten en uitgesproken dat we oude relaties respecteren zoals ze zijn. Het is dus niet onze intentie om jou brood uit de mond te stoten maar om samen de business uit te bouwen.
Wij zijn inmiddels drukdoende om met alternatieve leveranciers te praten voor het maken van de stekkersets zodat rendementen zullen stijgen. Middels het stroomlijnen van processen zijn we uiteindelijk allemaal gebaat bij een continue en winstgevend orderproces. Uiteindelijk zal dit leiden tot een hogere bijdrage voor iedereen. De aantallen nemen toe aldus Eaton, dus ook jouw inkomsten zullen daarmee toenemen. Afijn, dat is een van de dingen welke ik met je zou willen bespreken. Laten we met elkaar in gesprek blijven, dat is altijd het beste uitgangspunt. (…).’
2.12.
Op enig moment is Serv-RD de stekkersets benodigd voor de meetkabels van Eaton rechtstreeks bij Cellpack gaan bestellen. Daarvan is [eiseres] op de hoogte geraakt doordat Cellpack haar informeerde over deze bestellingen door het sturen van een factuur als bedoeld onder stap 4 genoemd in 2.4, die door [eiseres] ook aan Cellpack is betaald. Daarna heeft [eiseres] met de factuur van 20 juni 2018 ten bedrage van € 3.578,39 10% opslag over de door Serv-RD rechtstreeks bij Cellpack bestelde stekkersets in rekening gebracht. Deze factuur heeft Serv-RD niet betaald.
2.13.
Serv-RD heeft [eiseres] geen inzicht (meer) gegeven in de meetkabelorders die Eaton bij Serv-RD heeft geplaatst, zodat [eiseres] niet in staat was om 10% provisie over die orders te berekenen en aan Serv-RD te factureren.
2.14.
Sinds 8 juni 2018 heeft de advocaat van [eiseres] en [eiser] Serv-RD meermaals gewezen op het bestaan van de overeenkomst tussen [eiseres] en Serv-RD en Serv-RD tevergeefs verzocht en gesommeerd om inzage te verstrekken in de na het overlijden van [X] door Eaton bij Serv-RD geplaatste orders en om de factuur van
20 juni 2018 te betalen, waarna uiteindelijk is overgegaan tot het dagvaarden van Serv-RD.
3. Het geschil
in de hoofdzaak
3.1.
Eisers vorderen bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:
- 1.
veroordeling van Serv-RD tot betaling van € 3.578,39 uit hoofde van de niet betaalde factuur, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 4 juli 2018 tot aan de dag van volledige betaling;
- 2.
te verklaren voor recht dat Serv-RD gehouden is de verplichtingen voortvloeiend uit de tussen partijen lopende duurovereenkomst na te komen en in de toekomst te blijven nakomen totdat de overeenkomst rechtsgeldig zal zijn geëindigd, door aan Jocombi te betalen, een percentage van 10% van de omzet die Serv-RD heeft behaald met de verkoop en levering van meetkabels aan Eaton, over de periode vanaf 1 mei 2018 (voor zover niet reeds is betaald) tot aan de dag van het rechtsgeldig einde van de overeenkomst tussen Jocombi en Serv-RD, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf de datum van opeisbaarheid van de diverse bedragen tot aan de dag van algehele betaling;
- 3.
te verklaren voor recht dat Serv-RD gehouden is aan Jocombi te betalen een percentage van 10% boven op de inkoopsprijs van de totale inkompen van Serv-RD bij Cellpack van onderdelen die gebruikt zijn bij het vervaardigen van de meetkabels ten behoeve van Eaton, vanaf 1 mei 2018 (voor zover niet reeds is betaald) tot aan de dag van het rechtsgeldig einde van de overeenkomst tussen Jocombi en Serv-RD, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente;
- 4.
Serv-RD te veroordelen tot betaling van de (na)kosten van dit geding, te vermeerderen met de wettelijke rente en de buitengerechelijke incassokosten.
3.2.
Serv-RD voert gemotiveerd verweer.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna en/of in vervolgvonnissen, voor zover van belang, nader ingegaan.
in het incident
3.4.
Eisers vorderen - samengevat - bij vonnis voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad dat Serv-RD op straffe van verbeurte van een dwangsom wordt veroordeeld om binnen 14 dagen na het te wijzen vonnis aan eisers de navolgende (fotokopieën van) bescheiden, te verstrekken, al dan niet door deponering ter griffie:
- 1.
alle bescheiden die betrekking hebben op de door Eaton bij Serv-RD bestelde meetkabels vanaf 1 mei 2018 tot aan de dag van het vonnis, waaronder, maar niet beperkt tot alle OOB’s en bestelorders van Eaton en alle door Serv-RD aan Eaton verzonden facturen betreffende deze meetkabels, almede bankafschriften van Serv-RD met betrekking tot alle door Eaton verrichte betalingen aan Serv-RD over de genoemde periode;
- 2.
alle bescheiden die betrekking hebben op de door Serv-RD bij Cellpack bestelde onderdelen ten behoeve van het vervaardigen van de meetkabels voor Eaton vanaf
1 mei 2018 tot aan de dag van ht vonnis, waaronder maar niet beperkt tot alle bestelorders van Serv-RD aan Cellpack, alle door Cellpack aan Serv-RD verzonden facturen en/of bonnen van contante betalingen.
3.5.
Serv-RD voert ook hier gemotiveerd verweer.
3.6.
Op de stellingen van partijen wordt hierna en/of in vervolgvonnissen, voor zover van belang, nader ingegaan.
4. De overwegingen
4.1.
De rechtbank ziet aanleiding om alsnog een mondelinge behandeling te bevelen als bedoeld in artikel 87 Rv. De mondelinge behandeling zal betrekking hebben op zowel het geschil in de hoofdzaak als het geschil in het incident.
4.2.
De rechtbank acht aan beide zijden de aanwezigheid bij de mondelinge behandeling wenselijk van personen die inhoudelijk van de zaak op de hoogte zijn alsmede van personen die bevoegd zijn om een regeling te treffen.
4.3.
Een partij die zich tijdens de mondelinge behandeling wil beroepen op stukken die nog niet zijn overgelegd, moet die stukken uiterlijk tien dagen voor de mondelinge behandeling hebben ingebracht door (tijdige) toezending aan de rechtbank en de wederpartij.
4.4.
De rechtbank wijst erop dat zij uit een niet verschijnen van een partij op de mondelinge behandeling de gevolgtrekkingen ook in het nadeel van die partij kan maken die zij geraden acht.
5. De beslissing zowel in de hoofdzaak als in het incident
De rechtbank
5.1.
beveelt een mondelinge behandeling als bedoeld in artikel 87 Rv,
5.2.
partijen moeten, bijgestaan door hun advocaten, verschijnen op de mondelinge behandeling door mr. M.L.J. Koopmans in het gerechtsgebouw aan de Egbert Gorterstraat 5 op een door de rechtbank vast te stellen datum en tijd,
5.3.
bepaalt dat partijen in persoon aanwezig moeten zijn, dan wel (indien het een rechtspersoon betreft) vertegenwoordigd moeten zijn door iemand die van de zaak op de hoogte is en hetzij rechtens hetzij op grond van een bijzondere schriftelijke volmacht bevoegd is deze partij te vertegenwoordigen,
5.4.
verwijst de zaak naar de rolzitting van 26 augustus 2020 voor het bepalen van dag en tijdstip waarop de mondelinge behandeling zal plaatsvinden. Partijen hoeven niet aanwezig te zijn bij deze rolzitting. Partijen kunnen tot uiterlijk vrijdag voordien schriftelijk 20 verhinderdata (of 40 verhinderingsdagdelen) opgeven voor de drie maanden volgend op de genoemde rolzitting,
5.5.
bepaalt dat bij gebreke van de gevraagde opgave(n) de rechtbank het tijdstip van de mondelinge behandeling zelfstandig zal bepalen, alsmede dat bij de planning geen rekening zal worden gehouden met de verhinderingen van een partij die meer verhinderingen heeft opgegeven dan hiervoor onder 5.4. genoemd,
5.6.
bepaalt dat de mondelinge behandeling in beginsel niet zal worden uitgesteld nadat daarvoor een dag en het tijdstip zijn bepaald,
5.7.
wijst partijen er op, dat voor de mondelinge behandeling anderhalf uur zal worden uitgetrokken,
5.8.
wijst partijen er op dat zij eventuele nadere stukken ten behoeve van de mondelinge behandeling tot uiterlijk tien dagen voor de mondelinge behandeling in het geding kunnen brengen;
5.9.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.L.J. Koopmans en in het openbaar uitgesproken op
22 juli 2020.1.
Voetnoten
Voetnoten Uitspraak 22‑07‑2020
type:coll: