AB 2012/203
Rentevordering. Verordening (EG) nr. 2988/95 inzake de bescherming van de financiële belangen van de EU staat er niet aan in de weg dat wanneer het EU recht niet eist dat bij het nemen van een terugvorderingsbesluit ook rente wordt geheven, dit gebeurt op grond van het nationale recht, dat tevens de modaliteiten en voorwaarden voor de rentevordering vaststelt.
HvJ EU 29-03-2012, ECLI:EU:C:2012:190, m.nt. C.A. Geleijnse en W. den Ouden
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Unie
- Datum
29 maart 2012
- Magistraten
J.-C. Bonichot, K. Schiemann, L. Bay Larsen, C. Toader, E. Jarašiūnas
- Zaaknummer
C-564/10
- Noot
C.A. Geleijnse en W. den Ouden
- JCDI
JCDI:ADS911651:1
- Vakgebied(en)
EU-recht / Rechtsbescherming
EU-recht (V)
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:2012:190, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Unie, 29‑03‑2012
- Wetingang
Essentie
Verordening (EG) nr. 2988/95 inzake de bescherming van de financiële belangen van de EU staat er niet aan in de weg dat wanneer het EU recht niet eist dat bij het nemen van een terugvorderingsbesluit ook rente wordt geheven, dit gebeurt op grond van het nationale recht, dat tevens de modaliteiten en voorwaarden voor de rentevordering vaststelt. De verjaring van de rentevordering valt niet onder art. 3 Verordening (EG) nr. 2988/95.
Samenvatting
Aangezien er geen sectorale regeling bestaat die voorziet in de heffing van rente, rijst bijgevolg in het hoofdgeding de vraag of het Unierecht, en ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.