De ex-werknemer
Einde inhoudsopgave
De ex-werknemer (MSR nr. 83) 2023/5.8:5.8 Conclusies
De ex-werknemer (MSR nr. 83) 2023/5.8
5.8 Conclusies
Documentgegevens:
Vincent Gerlach, datum 10-11-2022
- Datum
10-11-2022
- Auteur
Vincent Gerlach
- JCDI
JCDI:ADS687230:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De rechtsverhouding met de ex-werknemer is niet bevroren. Noch de Pw, noch het Burgerlijk Wetboek, noch enig algemeen rechtsbeginsel bevat een dergelijk verbod. Of wijziging na het einde van de arbeidsovereenkomst nog mogelijk is, is niet meer dan een kwestie van uitleg. Daarmee laat de wetgever de wijzigbaarheid van de postcontractuele rechtsverhouding voor een groot deel aan de partijen zelf, namelijk door invulling van het contract.
Indien wijzigbaar, moet een wijziging altijd plaatsvinden via de toepasselijke spelregels. Zo is wijziging mogelijk op grond van instemming, die soms ondubbelzinnig of welbewust moet zijn; daarin verschillen de spelregels voor een ex-werknemer niet ten opzichte van een werknemer. De relatieve eenvoud van de spelregels houdt daar op. Voor alle overige wijzigingsmethoden worden de regels namelijk mistig: doordat het systeem niet is berekend op de ex-werknemer, komt steeds de vraag op of normen moeten worden opgerekt om ook de postcontractuele rechtsverhouding te omvatten, met alle onzekerheid voor de praktijk. Zo is onzeker in hoeverre een ex-werknemer aan een cao kan worden gebonden en of een cao met terugwerkende kracht een ex-werknemer kan binden die op dat moment nog in dienst was. Een dergelijke onzekerheid kan een package deal waarin de voors en tegens zijn afgewogen, en waarbij wellicht zelfs een vereniging van gepensioneerden een plaats aan de onderhandelingstafel had afgedwongen, ineens doen kapseizen. Vrij onomstreden daarentegen is dat artikel 6:248 BW en artikel 6:258 BW van toepassing blijven op de rechtsverhouding met de ex-werknemer. Dat geldt dan weer niet voor een beroep op de artikelen 7:611 BW, 7:613 BW en 19 Pw, al zal artikel 19 Pw met de Wtp worden uitgebreid tot ex-werknemers.
Wijziging van een pensioenregeling is ook mogelijk door het pensioenfondsbestuur als het reglement is geïncorporeerd in de arbeidsovereenkomst en er sprake is van een pensioenfonds als uitvoerder. Op deze manier is het mogelijk om een ex-werknemer te binden aan een wijziging. Bij wijziging van een pensioenregeling vraagt daarnaast de uitvoeringsovereenkomst met de uitvoerder bijzondere aandacht. Wanneer een (ex-)werknemer middels een derdenbeding partij is geworden bij de uitvoeringsovereenkomst, is dat niet zonder gevolgen. Ook opzegging van de uitvoeringsovereenkomst kan gevolgen hebben voor de ex-werknemer, met name ten aanzien van indexatie. Onder omstandigheden kan opzeggen in strijd zijn met goed (ex-)werkgeverschap.
Tot slot resulteert ook het invaren van bestaande pensioenaanspraken en -rechten naar aanleiding van de Wtp voor ex-werknemers in een belangrijke wijziging. Het afschaffen van het bezwaarrecht voor interne collectieve waardeoverdracht verzwakt hun rechtsbescherming. Het besluit tot invaren wordt in het arbeidsvoorwaardenoverleg genomen, terwijl ex-werknemers in dat overleg geen rol spelen. De door de wetgever gekozen waarborgen om dat te ondervangen hebben helaas de nodige tekortkomingen.