Rb. Den Haag, 22-04-2015, nr. SGR 14/9123
ECLI:NL:RBDHA:2015:4707
- Instantie
Rechtbank Den Haag
- Datum
22-04-2015
- Zaaknummer
SGR 14/9123
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:RBDHA:2015:4707, Uitspraak, Rechtbank Den Haag, 22‑04‑2015; (Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak)
Hoger beroep: ECLI:NL:GHDHA:2016:126, Bekrachtiging/bevestiging
- Vindplaatsen
Uitspraak 22‑04‑2015
Inhoudsindicatie
In de bezwaarfase heeft verweerder de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen van eiser voor het jaar 2012 vastgesteld op nihil en is teruggaaf verleend van het gehele bedrag aan ingehouden loonheffing. Onder deze omstandigheden kan het beroep eiser niet in een betere positie brengen. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een belang.
Rechtbank DEN HAAG
Team belastingrecht
zaaknummer: SGR 14/9123
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 april 2015 in de zaak tussen
[eiser], wonende te [woonplaats], eiser
en
de inspecteur van de Belastingdienst/Belastingen, kantoor buitenland, verweerder.
De bestreden uitspraak op bezwaar
De uitspraak van verweerder van 23 september 2014 op het bezwaar van eiser tegen de voor het jaar 2012 aan eiser opgelegde aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (de aanslag).
Zitting
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 februari 2015.
Eiser is daar in persoon verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [persoon A].
Tijdens de behandeling ter zitting heeft eiser verzocht om wraking van de rechter. De rechter heeft daarop het onderzoek ter zitting geschorst.
Bij beslissing van 26 februari 2015 heeft de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank Den Haag (wrakingnummer 2015/6) het verzoek tot wraking afgewezen.
De rechtbank heeft vervolgens het vooronderzoek hervat.
Het nadere onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 april 2015.
Eiser is daar in persoon verschenen. Verweerder is, met bericht van verhindering, niet verschenen.
De rechtbank heeft op 8 april 2015, na sluiting van het onderzoek, nog een stuk van eiser ontvangen. De rechtbank ziet hierin geen aanleiding het onderzoek te heropenen. Het stuk zal aan eiser worden geretourneerd.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Overwegingen
1. Over het belastingjaar 2012 is een bedrag van € 3.076 aan loonheffing ingehouden op het inkomen van eiser.
2. Met dagtekening 24 juni 2014 heeft verweerder de aanslag opgelegd waarbij het bedrag aan verschuldigde inkomstenbelasting is berekend op nihil.
3. Verweerder is bij de hier bestreden uitspraak op bezwaar tegemoetgekomen aan het bezwaar van eiser tegen de aanslag. Verweerder heeft de aanslag vastgesteld op nihil en een teruggaaf verleend van € 3.076 aan ingehouden loonheffing.
4. Nu verweerder de aanslag reeds naar nihil heeft verminderd en teruggaaf heeft verleend van het gehele bedrag aan ingehouden loonheffing kan het beroep eiser niet in een betere positie brengen en is het beroep wegens het ontbreken van een belang niet-ontvankelijk verklaard.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.A. de Hek, rechter, in aanwezigheid van mr. T. Blauw, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 22 april 2015.
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (belastingkamer), Postbus 20021,
2500 EA Den Haag.
Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:
1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.
2. het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. een dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;
d. de gronden van het hoger beroep.