NJB 2023/989:Europees aanhoudingsbevel (EAB) en de ontvankelijkheid van het OM in de vervolging (in een zaak over onttrekken van een baby aan het bevoegd toezicht): in casu is het OM ontvankelijk. - Uitvaardiging door rechterlijke autoriteit? Het is niet aan de rechter in de strafzaak om te beoordelen of het EAB is uitgevaardigd door een autoriteit die kan worden aangemerkt als een rechterlijke autoriteit i.d.z.v. art. 6 lid 1 Kaderbesluit EAB, aangezien die beoordeling plaatsvindt in de overleveringsprocedure in de uitvoerende lidstaat. - Uitvoering door rechterlijke autoriteit? In geval de verdachte wordt vervolgd voor een feit dat de reden tot overlevering is geweest, is de rechter in de strafzaak niet ambtshalve gehouden te onderzoeken of de beslissing tot overlevering van de verdachte is genomen door een uitvoerende rechterlijke autoriteit i.d.z.v. art. 6 lid 2 Kaderbesluit EAB. Dit is slechts anders als door of namens de verdachte gemotiveerd wordt aangevoerd dat de beslissing tot overlevering niet is genomen door zo’n uitvoerende rechterlijke autoriteit. - De Hoge Raad zet uiteen dat de rechter, wanneer hij oordeelt dat de overlevering van de verdachte niet is genomen door een ‘uitvoerende rechterlijke autoriteit’, kan pogen dat gebrek te doen herstellen door alsnog de juiste instemming te verkrijgen. Als dat niet lukt verklaart de rechter het openbaar ministerie in de lopende strafzaak niet-ontvankelijk in de vervolging voor het feit waarvoor de overlevering heeft plaatsgevonden. Die beslissing staat niet zonder meer aan een latere vervolging voor dat feit in de weg, bijvoorbeeld als die instemming nadien alsnog wordt verkregen. - In casu is de beslissing tot instemming met de overlevering van de verdachte niet door het Duitse openbaar ministerie, maar door een Duitse rechter is genomen. Het hof kon oordelen dat over de overlevering van de betrokkene is beslist door een uitvoerende rechterlijke autoriteit i.d.z.v. art. 6 lid 2 Kaderbesluit.