AB 2015/335
Mag slechts de bestuursrechter beoordelen of een persoon misbruik van bestuursprocesrecht maakt?
Rb. Den Haag 03-06-2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:6380, m.nt. T. Barkhuysen en L.M. Koenraad
- Instantie
Rechtbank Den Haag
- Datum
3 juni 2015
- Magistraten
Mrs. L. Alwin, J.W. Bockwinkel, M.C. Ritsema van Eck-van Drempt
- Zaaknummer
C-09-450178 - HA ZA 13-997
- Noot
T. Barkhuysen en L.M. Koenraad
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS921743:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Bestuursrecht algemeen / Overheid en privaatrecht
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Verbintenissenrecht / Onrechtmatige daad
Bestuursprocesrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBDHA:2015:6380, Uitspraak, Rechtbank Den Haag, 03‑06‑2015
- Wetingang
Essentie
Is het oordeel over misbruik van recht bij het doen van een aan een bestuursorgaan gericht verzoek en (daartegen) ingesteld bezwaar en beroep in beginsel uitsluitend voorbehouden aan de bestuursrechter?
Samenvatting
De Awb kent geen bepaling waarin staat dat degene aan wie een bevoegdheid toekomt, haar niet kan inroepen, voor zover hij haar misbruikt. Die regel is wel neergelegd in het Burgerlijk Wetboek (BW), in artikel 3:13 BW. Ingevolge artikel 3:15 BW vindt deze regel ook toepassing buiten het vermogensrecht, tenzij de aard van de rechtsbetrekking zich daartegen verzet. (…). Deze artikelen verzetten zich ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.