RFR 2023/47
Welk onderdeel van de vruchtbaarheidsbehandeling waar de levensgezel mee heeft ingestemd moet worden aangemerkt als de daad die de verwekking tot gevolg kan hebben gehad?
Hof Arnhem-Leeuwarden 01-12-2022, ECLI:NL:GHARL:2022:10411
- Instantie
Hof Arnhem-Leeuwarden
- Datum
1 december 2022
- Magistraten
Mrs. W. Schoo, E.B.E.M. Rikaart-Gerard, M.A.F. Veenstra
- Zaaknummer
200.310.219/01
200.310.219/02
200.310.286/01
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS691297:1
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht / Afstamming en adoptie
Personen- en familierecht / Gezag en omgang
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHARL:2022:10411, Uitspraak, Hof Arnhem-Leeuwarden, 01‑12‑2022
- Wetingang
Art. 1:204 lid 4 BW
Essentie
Welk onderdeel of welke onderdelen van de vruchtbaarheidsbehandeling waar de levensgezel van de moeder mee heeft ingestemd moet worden aangemerkt als de daad die de verwekking tot gevolg kan hebben gehad?
Samenvatting
De voormalige vrouwelijke partner van de moeder verzocht vervangende toestemming voor de erkenning van het kind dat gedurende de relatie was verwekt met behulp van kunstmatige inseminatie (en zij verzocht gezamenlijk gezag en omgang). De moeder was op het moment dat beide vrouwen hun relatie begonnen al jarenlang bezig met een ivf-traject. Een maand voordat de twee vrouwen een relatie kregen, gaf de moeder ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.