Forumkeuze in het Nederlandse internationaal privaatrecht
Einde inhoudsopgave
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/16.5.3.5:16.5.3.5 Commuun internationaal privaatrecht
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/16.5.3.5
16.5.3.5 Commuun internationaal privaatrecht
Documentgegevens:
mr. P.H.L.M. Kuypers, datum 29-02-2008
- Datum
29-02-2008
- Auteur
mr. P.H.L.M. Kuypers
- JCDI
JCDI:ADS418033:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Voor de vraag of reflexwerking van art. 22 EEX-V°/16 Verdrag moet worden aangenomen, verwijs ik naar par. 16.5.2.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Twee situaties moeten worden onderscheiden: (1) het onroerend goed ligt in een EG of verdragsluitende staat of (2) daarbuiten. Zodra het onroerend goed is gelegen in een EG of verdragsluitende staat, is art. 22 EEX-V°/16 Verdrag van toepassing. Voor het commune internationaal privaatrecht is in deze situatie geen plaats.1 Voor bijv. art. 6 sub f Rv is dan ook in beginsel geen ruimte. In de tweede situatie is art. 22 sub 1 EEX-V°/22 sub 1 Verdrag niet van toepassing.2 Art. 6 sub f Rv en de overeenkomstige bepalingen van commuun internationaal privaatrecht in de andere staten zijn evenmin van toepassing, omdat zij naar hun aard slechts betrekking hebben op onroerende goederen gelegen in de betreffende staat. Het nationale recht verschilt wel over de vraag of de nationale rechter bevoegd is betreffende een zakelijk recht op een in het buitenland gelegen onroerend goed of een huur- of pacht overeenkomst betreffende een buitenlands onroerend goed. Hierover lopen de regels in de onderzochte rechtsstelsels uiteen. In het Nederlandse commune internationaal privaatrecht gaat het in beginsel in art. 6 sub f Rv om een alternatieve bevoegdheid die geen exclusiviteit beoogt.3 In het Belgische recht heeft art. 85 WIPR slechts betrekking op zakelijke rechten op een (onroerend) goed in België, maar vermeldt huur- en pachtovereenkomsten van onroerende goederen niet. De bevoegdheid van art. 85 WIPR is niet exclusief. Op huur of pacht van onroerende zaken zijn de algemene regels van art. 5 e.v. WIPR van toepassing. De Belgische rechter kan dus bevoegd zijn inzake geschillen die gaan over zakelijke rechten op buitenlandse onroerende goederen en huur- of pachtovereenkomsten betreffende in het buitenland gelegen onroerende goederen.
Het commune internationaal privaatrecht wijkt derhalve ten dele af van art. 22 sub 1 EEX-V°/16 sub 1 Verdrag, omdat in Nederland en België het forum rei sitae een niet exclusieve bevoegdheid behelst. Geen van beide rechtsstelsels kent een bijzondere regeling voor vakantieverhuur.4 Ook voor deze overeenkomsten blijven de regels over huur- en pachtovereenkomsten van toepassing, tenzij het gaat om gemengde overeenkomsten.