Einde inhoudsopgave
De invloed van het EVRM op het ondernemingsrecht (IVOR nr. 91) 2012/5.2.1
5.2.1 De beschermingsomvang van art. 6 EVRM
mr. A.J.P. Schild, datum 06-11-2012
- Datum
06-11-2012
- Auteur
mr. A.J.P. Schild
- JCDI
JCDI:ADS388878:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
De strafrechtelijke vervolging van rechtspersonen betreft een onderwerp dat buiten het ondernemingsrecht ligt.
Vgl. HR 17 januari 1990, VN 1990, 894, rov. 2: “Het tweede middel, dat terecht vooropstelt dat de in artikel 6 EVRM neergelegde waarborgen niet alleen voor natuurlijke personen, doch ook voor rechtspersonen gelden (…)”.
EHRM 17 januari 1970, appl. nr. 2689/65 (Delcourt t. België), § 25: “In a democratic society within the meaning of the Convention, the right to a fair administration of justice holds such a prominent place that a restrictive interpretation of Article 6 para. 1 (art. 6-1) would not correspond to the aim and the purpose of that provision (see, mutatis mutandis, the Wemhoff judgment of 27th June 1968, 'As to the Law' paragraph 8).”
Art. 6 EVRM waarborgt het recht op een eerlijk proces. Het artikel heeft nooit gebrek aan aandacht gekend. Het betreft het artikel waar het meeste over wordt geklaagd bij het EHRM. Het is tevens ook het artikel dat het vaakst geschonden wordt bevonden. Voor een groot deel betreffen dit klachten over overschrijding van de redelijke termijn waarbinnen zaken dienen te worden berecht.
Art. 6 EVRM is van toepassing steeds wanneer iemand een strafbaar feit ten laste wordt gelegd en in rechtsgedingen die de vaststelling van burgerlijke rechten of verplichtingen betreffen, zo bepaalt het eerste lid van art. 6 EVRM. Aldus heeft het twee belangrijke toepassingsgebieden: het strafrecht en het civiele recht. De betekenis van art. 6 EVRM op het strafproces blijft hier verder onbesproken.1 Dat zowel natuurlijke als rechtspersonen rechtswaarborgen aan art. 6 EVRM kunnen ontlenen is onomstreden.2
De fundamentele betekenis van het recht op een eerlijk proces in een democratische rechtsstaat rechtvaardigt een extensieve interpretatie zo heeft het EHRM overwogen in Delcourt t. België.3 In het verleden heeft het EHRM door art. 6 EVRM extensief te interpreteren de reikwijdte van dit artikel aanmerkelijk vergroot. Ik illustreer dat aan de hand van twee uitspraken van het EHRM:Golder t. Verenigd Koninkrijk en Hornsby t. Griekenland. In beide zaken verdedigt het EHRM de door hem voorgestane ruime uitleg van art. 6 EVRM door te overwegen dat een andere – niet functionele maar meer letterlijke – interpretatie zich niet verdraagt met het legaliteitsbeginsel zoals neergelegd in de preambule van het EVRM.