Einde inhoudsopgave
De fraudebestrijdende faillissementscurator (R&P nr. InsR23) 2024/6.3
6.3 Verwante regelingen
Mr. R.E. de Vries, datum 01-07-2024
- Datum
01-07-2024
- Auteur
Mr. R.E. de Vries
- JCDI
JCDI:ADS979171:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
In deze paragraaf wordt geen aandacht besteed aan de mogelijkheid voor de curator om op grond van art. 2:346 lid 4 BW een enquêteverzoek in te dienen. Mijns inziens is het enquêterecht geen geschikt instrument voor de curator om informatie te verkrijgen die kan bijdragen aan het redresseren van schuldeisersbenadeling c.q. de bestrijding van faillissementsfraude. Dit komt doordat de curator in de enquêteprocedure de controle verliest, waardoor hij het onderzoek nauwelijks kan sturen. De curator kan niet voorkomen dat ook andere zaken in het onderzoek worden betrokken en heeft geen invloed op de kosten, die aanzienlijk kunnen zijn. In geval van een lege boedel draait de curator zelf op voor deze kosten. In verband hiermee heeft Broere (zie onder meer Broere 2020) voorgesteld de GSR uit te breiden tot financiering van een enquêteprocedure door de curator. Ik acht het echter niet waarschijnlijk dat de wetgever de reikwijdte van de GSR op die manier zal verruimen gelet op het feit dat de GSR in beginsel een kostenneutrale regeling is (waarover Lennarts & De Vries 2020).
Ook ketenpartners bij de bestrijding van faillissementsfraude kunnen de curator voorzien van waardevolle informatie. In deze paragraaf wordt achtereenvolgens ingegaan op: de netwerktekening van de dienst Justis, (verhaals)informatie van de Belastingdienst, internationale verhaalsinformatie uit buitenlandse activaregisters, strafvorderlijke gegevens van het OM en informatie voortkomend uit een opsporingsonderzoek van de politie of de FIOD.1
6.3.1 Netwerktekening Justis6.3.2 (Verhaals)informatie Belastingdienst6.3.3 Asset tracing6.3.4 Strafrechtelijke gegevens opvragen bij OM6.3.5 Informatie uit opsporingsonderzoek van politie of FIOD