Einde inhoudsopgave
Het voorlopig getuigenverhoor (BPP nr. XVII) 2015/99
99 Voorwaarden voor dwingende bewijskracht
Mr. E.F. Groot, datum 01-01-2015
- Datum
01-01-2015
- Auteur
Mr. E.F. Groot
- JCDI
JCDI:ADS457010:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Bewijs
Voetnoten
Voetnoten
Aan een strafdossier wordt geen dwingende bewijskracht toegekend. Asser Procesrecht/Asser 3 2013/63 met verwijzing naar HR 17 december 2004, ECLI:NL:HR:2004:AR3634 (impliciet).
Hieronder valt ook de strafrechter van de Nederlandse Antillen. PG Herziening Rv 2002, p. 355.
In HR 12 december 2003, ECLI:NL:HR:2003:AK8281, NJ 2004, 102 en JBPr 2004, 19, m.nt. P. Smits oordeelde de Hoge Raad dat art. 161 Rv niet in strijd is met art. 6 EVRM. De Hoge Raad hecht daarbij vooral aan de gelegenheid van de verdachte om in de strafprocedure zijn standpunt over het strafbare feit naar voren te brengen en het vrijstaan van tegenbewijs in de civiele procedure.
HR 20 juni 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF7682, NJ 2003, 487.
HR 3 december 2004, ECLI:NL:HR:2004:AQ8089, NJ 2005, 160, m.nt. M.M. Mendel.
HR 9 januari 1998, ECLI:NL:HR:1998:ZC2543, NJ 1999, 413, m.nt. H.J. Snijders.
HR 12 december 2003, ECLI:NL:HR:2003:AK8281, NJ 2004, 102 en JBPr 2004, 19, m.nt. P. Smits; Asser Procesrecht/Asser 3 2013/224.
Beenders 2014 (T&C Rv), art. 161, aant. 3.
Een in kracht van gewijsde gegaan strafvonnis1 dat op tegenspraak is gewezen en waarbij de Nederlandse2 rechter een feit bewezen heeft verklaard, levert in een civiele procedure dwingende bewijskracht op van dat feit (art. 161 Rv).3 Als niet aan deze drie voorwaarden is voldaan, bijvoorbeeld als het strafvonnis niet onherroepelijk4 is of als de verdachte is vrijgesproken,5 heeft een strafvonnis vrije bewijskracht. Dwingende bewijskracht van een feit houdt in dat de rechter in een civiele procedure verplicht is dat betreffende feit voor waar aan te nemen, hoewel tegenbewijs mag worden geleverd (art. 151 Rv). Het is niet nodig een voldoende gespecificeerd tegenbewijsaanbod te doen,6 maar de partij die het tegenbewijsaanbod doet moet wel voldoende feiten stellen en ook moet het aanbod ter zake dienend zijn.7 Deze dwingende bewijskracht geldt ook tegenover derden.8