Lokale democratische innovatie
Einde inhoudsopgave
Lokale democratische innovatie (R&P nr. DR2) 2021/5.2:5.2 De doelstellingen van de Sociale Raad
Lokale democratische innovatie (R&P nr. DR2) 2021/5.2
5.2 De doelstellingen van de Sociale Raad
Documentgegevens:
mr. drs. J. Westerweel , datum 01-03-2020
- Datum
01-03-2020
- Auteur
mr. drs. J. Westerweel
- JCDI
JCDI:ADS248495:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Staatsrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Raadsvoorstel 2014-111 (Instellen werkgroep Sociale Raad Peel en Maas), vastgesteld in de raadsvergadering van 11 november 2014, p. 2.
Raadsvoorstel 2014-111 (Instellen werkgroep Sociale Raad Peel en Maas), vastgesteld in de raadsvergadering van 11 november 2014, p. 2.
Van Reybrouck 2015, p. 55.
Van Reybrouck 2015, p. 103-108.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De gemeenteraad van Peel en Maas besloot in november 2014 tot het instellen van een raadswerkgroep die moest onderzoeken hoe een gelote burgerraad vormgegeven zou kunnen worden. Deze burgerraad had twee doelstellingen: het verbeteren van de besluitvorming van de gemeenteraad en het betrekken van burgers bij het openbaar bestuur. De eerste doelstelling moest bereikt worden door de burgerraad besluitbare vraagstukken voor te leggen waarover een oordeel aan de gemeenteraad zou worden gegeven. De gedachte was dat dit oordeel tot een bredere en kwalitatief betere besluitvorming van de raad zou leiden. De tweede doelstelling moest worden bereikt door deelnemers niet te benoemen of te kiezen, maar door ze te loten. Loting was hét kernelement van het experiment. Het moest ervoor zorgen dat ‘de niet bij de politiek betrokken inwoner, die wel degelijk een mening heeft op familiebijeenkomsten, feestjes, op de (sport) vereniging, in het gemeenschapshuis, in het café, en die tegelijkertijd ook meebetalende inwoner is’ bij de besluitvorming over het sociaal domein betrokken zou raken.1
Het idee om de burgerraad te loten, was gebaseerd op het gedachtegoed van David van Reybrouck.2 In zijn boek Tegen verkiezingen pleit Van Reybrouck voor het introduceren van gelote volksvertegenwoordigingen als aanvulling op de traditionele gekozen volksvertegenwoordigingen. Volgens hem worden hedendaagse representatieve organen te veel beheerst door verkiezingskoorts, waar langetermijnbeleid en het algemeen belang sterk onder te lijden hebben.3 Een raad die geloot wordt, kent dat probleem niet omdat de leden door het lot worden aangewezen. Loting zou daarnaast leiden tot meer diversiteit in vertegenwoordigende organen. Aan deze stelling ligt een statistisch principe ten grondslag. Als de steekproef van een populatie groot genoeg is, kunnen daaruit leden van een burgerraad worden geloot die een representatieve afspiegeling zijn van de populatie als geheel. Hierdoor zouden besluiten van gelote organen meer legitimiteit genieten in de ogen van de bevolking.4
Met de invoering van gelote burgerraden hangt het tweede punt samen waar Van Reybrouck voor pleit, namelijk de omvorming van de electorale democratie in een deliberatieve democratie. Daarmee bedoelt Van Reybrouck een democratie ‘waarbij collectieve beraadslaging centraal staat en waarin deelnemers aan de hand van informatie en argumentatie concrete, rationele oplossingen formuleren voor maatschappelijke uitdagingen’. Burgers spreken in deze opzet met elkaar en met experts en hebben zodoende een onderbouwde mening over kwesties. Het oordeel van een deliberatieve burgerraad komt idealiter niet tot stand door een stemming over voorstellen, maar door dialoog en de kracht van rationele argumenten. Deze opzet lijkt het meeste weg te hebben van het model van de participatiedemocratie zoals dat beschreven is in hoofdstuk twee. Burgers zijn immers direct betrokken van de besluitvorming en dienen op integratieve wijze tot een besluit te komen. Toch sluit de opzet van Van Reybrouck niet helemaal op dit model aan. Dat komt doordat niet alle burgers kunnen deelnemen aan de besluitvorming, maar alleen diegenen die worden ingeloot. Samen moeten de deelnemers een afspiegeling vormen van de gehele bevolking, waardoor er in feite toch sprake is van een vorm van vertegenwoordiging, zij het impliciet. Hierdoor kan ook betoogd worden dat de opzet van Van Reybrouck aansluit op het model van de consensusdemocratie. Dit gegeven is reden te meer om na te gaan hoe men met de Sociale Raad precies uitvoering probeerde te geven aan de ideeën van Van Reybrouck.