V-N 2013/50.11
Antimisbruikbepaling tegen handel in HIR-lichamen niet van toepassing en, indien wel, van toepassing bij ontvoegde dochtermaatschappij (III)
HR (Parket) 25-06-2013, ECLI:NL:PHR:2013:606, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad (Parket)
- Datum
25 juni 2013
- Zaaknummer
12/05645
- Conclusie
A-G Wattel
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- JCDI
JCDI:ADS23998:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Inkomstenbelasting / Winst
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2013:606, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 25‑06‑2013
- Wetingang
Essentie
A-G Wattel concludeert dat art. 15e Wet VPB aan de hand van de duidelijke tekst moet worden uitgelegd. X bv hoeft de HIR niet vrij te laten vallen.
Samenvatting
B bv, een gevoegde dochtermaatschappij van belanghebbende X bv, beschikt over een herinvesteringsreserve (HIR). Op 23 april 2004 koopt B bv in overleg met H bv bij notariële akte de economische eigendom van een Zwitsers hotel. Enkele minuten later volgt een notariële akte waarbij de aandelen in B bv aan H bv worden geleverd. De inspecteur corrigeert de VPB-aangifte van X bv, de moedermaatschappij van de fiscale ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.