Einde inhoudsopgave
Splitsing in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (FM nr. 171) 2021/11.6.5
11.6.5 Splitsingen tussen buiten Nederland gevestigde rechtspersonen waarbij een Nederlandse onderneming (vi) overgaat
Mr. dr. G.C. van der Burgt, datum 29-11-2021
- Datum
29-11-2021
- Auteur
Mr. dr. G.C. van der Burgt
- JCDI
JCDI:ADS491591:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie onderdeel 11.3 respectievelijk onderdeel 11.4. Voor zover functioneel aan de vi toerekenbare vermogensbestanddelen het bereik van de Wet VPB 1969 verlaten, is fiscale begeleiding niet mogelijk (standaardvoorwaarde 1).
Zie onderdeel 11.4.5.11. Het gaat hier uitsluitend over verliesaanspraken die samenhangen met de Nederlandse onderneming. Voor de lotgevallen van subjectgebonden fiscale aanspraken in het geval van een fiscaal gefaciliteerde zuivere splitsing verwijs ik naar onderdeel 11.6.2.2 en de daar gemaakte verwijzingen.
Dat kan een GOS zijn, maar dat hoeft niet. Het kan namelijk ook gaan over een splitsing die zich civielrechtelijk geheel binnen hetzelfde (buiten)land voltrekt. Het punt is dat het Nederlandse civiele recht in deze gevallen geen rol speelt.
Zie onderdeel 11.4.3.3.
In deze variant is de splitsende rechtspersoon vóór de splitsing vennootschapsbelastingplichtig omdat hij een Nederlandse onderneming (vi) drijft. Deze vi gaat in het kader van de splitsing over naar een buiten Nederland gevestigde verkrijgende rechtspersoon. Ik illustreer dit met een voorbeeld van een afsplitsing.
De Nederlandse onderneming gaat in het kader van de afsplitsing over van de afsplitsende rechtspersoon (AS) naar de verkrijgende rechtspersoon (V). De afsplitser (AS) is vóór de afsplitsing buitenlands belastingplichtig ex art. 3 jo. art. 17, lid 3, onderdeel a, Wet VPB 1969. Op grond van art. 18, lid 1, Wet VPB 1969 kan worden geopteerd voor de wettelijke doorschuifregeling of, wanneer niet aan alle daarvoor geldende eisen kan worden voldaan, de doorschuifregeling op verzoek. Onder verwijzing naar de eerdere analyses in dit hoofdstuk, volsta ik met drie opmerkingen:1
De toepassing van de wettelijke doorschuifregeling vereist dat voor het bepalen van de winst van de splitsingspartners dezelfde bepalingen van toepassing zijn. Die toets moet hier worden aangelegd op het niveau van de vi. Het buitenlandse winstbelastingregime dat op de splitser respectievelijk de verkrijger van toepassing is, doet niet ter zake.
Als gevolg van de afsplitsing kan de vennootschapsbelastingplicht van de buiten Nederland gevestigde afsplitser eindigen. In de beleidsmatige sfeer is voor moeder-dochterafsplitsingen zoals in het voorbeeld onder voorwaarden goedgekeurd dat (i) verliezen van de afsplitser kunnen overgaan naar de verkrijger(s) of dat (ii) het winstverleden van de afsplitser beschikbaar blijft.2
Ook als de splitsing op basis van buitenlands civiel recht tot stand komt,3 is terugwerkende kracht van het (af)splitsingstijdstip mogelijk.4