Zie onder meer HR 16 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1964; HR 20 september 2022, ECLI:NL:HR:2022:1248 en HR 26 september 2023, ECLI:NL:HR:2023:1156. Zie ook HR 2 maart 2021, ECLI:NL:HR:2021:243, waarin de Hoge Raad deze vaste jurisprudentie tevens toepast in het geval dat de steller van het cassatiemiddel in hoger beroep zelf als raadsman is opgetreden en in cassatie niet is geklaagd over een (eventueel) verzuim van het gerechtshof om te reageren op (eventueel) in appel gedane verzoeken, gevoerde verweren en/of ingenomen standpunten waarvan (alleen) de pleitnota blijk geeft.
HR, 01-04-2025, nr. 22/04017
ECLI:NL:HR:2025:473
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
01-04-2025
- Zaaknummer
22/04017
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:HR:2025:473, Uitspraak, Hoge Raad, 01‑04‑2025; (Cassatie)
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2025:59
ECLI:NL:PHR:2025:59, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 21‑01‑2025
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2025:473
- Vindplaatsen
SR-Updates.nl 2025-0131
Uitspraak 01‑04‑2025
Inhoudsindicatie
Aanwezig hebben van hennep(toppen) en hasjiesh (art. 3B Opiumwet) en voorhanden hebben van vuurwapen en munitie (art. 26.1 WWM). Ontbrekende pleitnota in hoger beroep. HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Pleitnota die in p-v van tz. in h.b. is vermeld, ontbreekt bij stukken die aan HR zijn gezonden. Raadsman heeft o.g.v. art. 4.3.6.3 Procesreglement HR verzocht om toezending van afschrift van deze pleitnota. Griffier hof heeft bij brief aan HR bericht dat pleitnota kennelijk in het ongerede is geraakt en daarom niet meer kan worden aangeleverd. HR kan daardoor niet nagaan of ttz. meer verweren zijn gevoerd dan wel of daar meer uitdrukkelijk onderbouwde standpunten naar voren zijn gebracht dan die in ‘s hofs uitspraak zijn vermeld. Dit verzuim strijdt zozeer met behoorlijke procesorde dat het, nu het blijkens bij hof ingewonnen informatie onherstelbaar is, nietigheid van onderzoek en naar aanleiding daarvan gedane uitspraak meebrengt. Volgt vernietiging en terugwijzing.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 22/04017
Datum 1 april 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 20 oktober 2022, nummer 21-002700-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967,
hierna: de verdachte.
1. Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R. Zilver, advocaat in Utrecht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het hof Arnhem-Leeuwarden, teneinde op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
2. Beoordeling van het derde cassatiemiddel
2.1
Het cassatiemiddel klaagt dat het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en de naar aanleiding daarvan gedane uitspraak nietig zijn, omdat de pleitnota die op de terechtzitting in hoger beroep door de raadsman van de verdachte aan het hof is overgelegd, zich niet bij de stukken bevindt.
2.2
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 2.2 tot en met 2.4.
3. Beoordeling van de overige cassatiemiddelen
Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het eerste en het tweede cassatiemiddel niet nodig.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 april 2025.
Conclusie 21‑01‑2025
Inhoudsindicatie
Conclusie AG. De pleitnota die in hoger beroep aan het hof is overgelegd is in het ongerede geraakt en kan niet aan de Hoge Raad worden aangeleverd, waardoor in cassatie niet meer valt na te gaan welke verweren daarin zijn gevoerd. Dit onherstelbare verzuim brengt nietigheid van het onderzoek en de naar aanleiding daarvan gedane uitspraak mee. De conclusie strekt tot vernietiging en terugwijzing naar het hof.
Partij(en)
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 22/04017
Zitting 21 januari 2025
CONCLUSIE
T.N.B.M. Spronken
In de zaak
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967,
hierna: de verdachte
1. Het cassatieberoep
1.1
De verdachte is bij arrest van 20 oktober 2022 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem wegens (1) “opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod” en (2) “handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van acht maanden. Daarnaast heeft het hof een geldbedrag verbeurd verklaard.
1.2
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte en R. Zilver, advocaat in Utrecht, heeft drie middelen van cassatie voorgesteld.
2. Het derde middel
2.1
Ik bespreek eerst het derde voorgestelde middel, waarin wordt geklaagd dat het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep en de naar aanleiding daarvan gedane uitspraak nietig zijn, omdat de pleitnota die op de terechtzitting in hoger beroep door de raadsman aan het hof is overgelegd zich niet bij de stukken van het geding bevindt en daardoor niet valt na te gaan of ter terechtzitting meer verweren zijn gevoerd dan de in het bestreden arrest genoemde dan wel of aldaar uitdrukkelijk onderbouwde standpunten naar voren zijn gebracht.
2.2
Volgens het proces-verbaal van de terechtzitting van het hof heeft de raadsman van de verdachte het woord tot verdediging gevoerd. In het proces-verbaal is opgenomen:
“De verdachte en de raadsman voeren het woord tot verdediging, waarbij de raadsman het woord voert overeenkomstig zijn pleitnota, die aan het hof is overgelegd en aan dit proces-verbaal is gehecht.”
2.3
De in het proces-verbaal vermelde pleitnota ontbreekt bij de stukken die aan de Hoge Raad zijn gezonden. De raadsman heeft op 24 februari 2023 (en dus tijdig) via het webportaal op grond van art. 4.3.6.3 van het Procesreglement Hoge Raad der Nederlanden verzocht om toezending van een afschrift van deze pleitnota. Op dezelfde datum is namens de griffier van de Hoge Raad aan het hof verzocht om de pleitnota aan de strafadministratie van de Hoge Raad te doen toekomen. Bij brief van 13 maart 2023 is door de griffier bij het hof aan de Hoge Raad bericht dat deze pleitnota kennelijk in het ongerede is geraakt en daarom niet meer kan worden aangeleverd.
2.4
Nu de pleitnota ontbreekt, valt niet na te gaan of ter terechtzitting meer verweren zijn gevoerd dan wel of aldaar meer uitdrukkelijk onderbouwde standpunten naar voren zijn gebracht dan de in de bestreden uitspraak genoemde. Dit verzuim strijdt zozeer met een behoorlijke procesorde dat het, nu het blijkens bij het hof ingewonnen informatie onherstelbaar is, nietigheid van het onderzoek en de naar aanleiding daarvan gedane uitspraak meebrengt.1.
2.5
Het middel slaagt.
3. De overige middelen
3.1
Het voorgaande betekent dat het eerste en tweede middel buiten bespreking kunnen blijven.
4. Ambtshalve opmerking over de redelijke termijn
4.1
Ambtshalve wijs ik op het volgende. Namens de verdachte is op 28 oktober 2022 cassatieberoep ingesteld. Dit betekent dat de Hoge Raad niet binnen twee jaar na het instellen van het cassatieberoep uitspraak doet en dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6 EVRM is overschreden. Na terugwijzing kan dit tijdsverloop bij de nieuwe behandeling van de zaak bij het hof aan de orde worden gesteld.
5. Conclusie
5.1
Het derde middel slaagt. De overige middelen behoeven daarom geen bespreking.
5.2
Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
5.3
Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het hof Arnhem-Leeuwarden, teneinde op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Voetnoten
Voetnoten Conclusie 21‑01‑2025