Deze zaak hangt samen met de zaak 10/04338 ([medeverdachte]), waarin ik vandaag ook concludeer.
HR (P-G), 21-06-2011, nr. 10/04522
ECLI:NL:PHR:2011:BR2096
- Instantie
Hoge Raad (Procureur-Generaal)
- Datum
21-06-2011
- Zaaknummer
10/04522
- Conclusie
Mr. Machielse
- LJN
BR2096
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:PHR:2011:BR2096, Conclusie, Hoge Raad (Procureur-Generaal), 21‑06‑2011
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2011:BR2096
Conclusie 21‑06‑2011
Mr. Machielse
Partij(en)
Conclusie inzake:
[Verdachte]1.
1
Het Gerechtshof te Amsterdam heeft verdachte bij arrest van 2 april 2010 voor 1. ‘poging tot diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen’, 2. ‘medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III en medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie’ en 3. ‘diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen’ veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaar en zes maanden. Voorts heeft het hof benadeelde partij [benadeelde partij 1] niet ontvankelijk verklaard, de vordering van benadeelde partij [benadeelde partij 2] toegewezen en aan verdachte twee betalingsverplichtingen opgelegd ten behoeve van de benadeelde partijen, een en ander zoals nader bepaald in het arrest.
2
Mr. Sassen, advocaat te Amsterdam, heeft namens verdachte beroep in cassatie ingesteld.
3
De aanzegging van art. 435 lid 1 Sv is op 27 oktober 2010 aan verdachte uitgereikt. Er is echter binnen de in art. 437 lid 2 Sv genoemde termijn van twee maanden geen schriftuur in deze zaak ontvangen.
Het cassatieberoep is daarom niet ontvankelijk.
4
Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
Voetnoten
Voetnoten Conclusie 21‑06‑2011