Mandeligheid
Einde inhoudsopgave
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/11.4:11.4 Conclusie
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/11.4
11.4 Conclusie
Documentgegevens:
mr. J.G. Gräler, datum 01-10-2006
- Datum
01-10-2006
- Auteur
mr. J.G. Gräler
- JCDI
JCDI:ADS481167:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Burenrecht en mandeligheid
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Berger 2001, p. 203.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Mede-eigendom van een onroerende zaak gaat vooraf aan mandeligheid ex contractu. Het betreft hier een ‘gewone’ mede-eigendom. Deze kan ontstaan op de in de wet aangegeven wijzen. Op welke wijze de mede-eigendom ontstaat is voor mandeligheid – zoals hierna nog zal blijken – niet van belang. Van de twee bijzondere wijzen van ontstaan van mandeligheid zoals die in het Ontwerp-Meijers voorkwamen is er een geheel vervallen. De aanvankelijk gewenste informele wijze van ontstaan van mandeligheid is vervangen door een formele wijze van ontstaan (art. 5:60). Art. 5:76 lid 6 – ook een bijzondere wijze van ontstaan van mede-eigendom en mandeligheid – heeft ten onrechte de eindstreep gehaald. Deze bepaling is volstrekt overbodig.1