Einde inhoudsopgave
Richtlijn arbeidsvoorwaarden stagiaires (inclusief salarissen)
Tekst
Geldend
Geldend vanaf 30-05-2008
- Redactionele toelichting
De datum van afkondiging is de datum van het Advocatenblad.
- Bronpublicatie:
30-05-2008, Internet 2008, www.advocatenorde.nl (uitgifte: 30-05-2008, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Inwerkingtreding
30-05-2008
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
30-05-2008, Internet 2008, www.advocatenorde.nl (uitgifte: 30-05-2008, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Juridische beroepen / Advocaat
Algemeen
1
De Algemene Raad en de Jonge Balie Nederland zijn van mening dat de verhouding tussen enerzijds de stagiaire en anderzijds zijn patroon en overige kantoorgenoten niet in voor de stagiaire ongunstige zin behoort af te wijken van de in deze richtlijn genoemde voorwaarden.
2
Deze richtlijn treedt in de plaats van eventuele reeds vastgestelde richtlijnen over dit onderwerp.
3
De stageverordening blijft onverminderd van toepassing op de verhouding patroon/stagiaire.
4
De stagiaire is in loondienst van de patroon of het kantoor, tenzij op andere wijze geassocieerd. In geval van associatie garandeert de associatie de stagiaire een gemiddelde bruto-vergoeding — rekening houdend met de noodzakelijke verschillen, zoals het feit dat de stagiaire niet is verzekerd ingevolge de sociale verzekeringen — tenminste gelijk aan de hierna genoemde vergoedingen en wordt deze richtlijn voorts zoveel mogelijk overeenkomstig toegepast.
5
Het kantoor bevordert, dat de nog niet beëdigde stagiaire zo spoedig mogelijk na indiensttreding wordt beëdigd.
6
Het verdient aanbeveling bestaande verhoudingen zoveel mogelijk — mits in positieve zin — aan te passen aan deze richtlijn.
De arbeidsovereenkomst
7
De op de verhouding met de stagiaire toepasselijke voorwaarden worden, vóór het ogenblik waarop de indiensttreding of de samenwerking begint, schriftelijk vastgelegd. In geval van een arbeidsovereenkomst wordt aangeraden daarvoor bijgaand modelcontract te gebruiken.
8
De arbeidsovereenkomst wordt aangegaan:
- —
voor onbepaalde tijd zonder proeftijd of
- —
voor bepaalde tijd voor de duur van drie jaar en drie maanden.
Het vorengaande laat onverlet hetgeen met betrekking tot beëindiging van het patronaat is voorgeschreven in artikel 9, eerste lid, sub c Stageverordening 1988.(2)
Vergoedingen
9
Het bruto-maandsalaris van de stagiaire die een volledige werkweek werkt bedraagt met ingang van 1 januari 2010, exclusief vakantiebijslag, onkostenvergoeding e.d. tenminste:(3)
- —
gedurende het eerste jaar: € 2.058 (was € 2.050)
- —
gedurende het tweede jaar: € 2.345 (was € 2.336)
- —
gedurende het derde jaar: € 2.605 (was € 2.595)
Het salaris wordt in geval van parttime arbeid naar evenredigheid berekend.
10
Bovengenoemde bedragen worden overeenkomstig de consumentenprijsindex (CPI-werknemers laag, afgeleid*) geïndexeerd.
11
Daarnaast heeft de stagiaire aanspraak op een vergoeding van de bijzondere kosten, die hij in redelijkheid maakt in verband met de uitoefening van zijn beroep. Te denken valt aan: reis- en verblijfkosten waaronder ingeval van een autokostenvergoeding een zodanig bedrag dat daarin de kosten van de cascoverzekering zijn begrepen, kosten verbonden aan activiteiten van Jonge Balie en Orde, kosten verbonden aan de in artikel 22 genoemde activiteiten. Voorzover[lees: Voor zover] niet uitdrukkelijk anders is overeengekomen blijven de cursuskosten verbonden aan de Beroepsopleiding advocatuur ten laste van de stagiaire. De kosten van de overige opleidingsmaatregelen, waaronder VSO-cursussen, komen ten laste van de werkgever.
12
(vervallen)(4)
13
Alle door de stagiaire verworven praktijkinkomsten vloeien in de kantoorkas. De stagiaire is niet gehouden tot enige bijdrage in de kantoorkosten.
Arbeidstijd en vakantie
14
Arbeid buiten normale kantooruren wordt niet vergoed. Van de stagiaire mag worden verwacht, dat hij, indien nodig, buiten normale kantooruren werkzaamheden verricht, en dat hij zijn kennis van het recht zelf zoveel mogelijk op peil houdt en verdiept, onder andere door het bijhouden van literatuur en jurisprudentie. Arbeid buiten normale kantooruren dient echter binnen redelijke grenzen te blijven.
15
De stagiaire heeft per jaar recht op vakantie van tenminste 23 werkdagen met behoud van salaris. Hij kan daarvan tenminste 15 werkdagen aaneengesloten opnemen.
16
De vakantiebijslag bedraagt 8% van het bruto-jaarsalaris.
Concurrentiebeding
17
Een concurrentiebeding wordt niet dan na goedkeuring door de Raad van Toezicht en slechts onder voorwaarde dat die Raad als arbiter of bindend adviseur bij gerezen geschillen wordt aangewezen, in de arbeidsovereenkomst opgenomen. Een goedkeuring wordt slechts verleend indien en voorzover[lees: voor zover] specifieke locale omstandigheden zulks, naar het oordeel van de Raad van Toezicht, rechtvaardigen.(5)
Verzekeringen
18
1
Vervallen.(6)
2
Het kantoor verplicht zich om in geval van ziekte van de stagiaire gedurende tenminste de eerste 26 weken het salaris voor 100% door te betalen.(7)
19
Het kantoor draagt er zorg voor dat de stagiaire adequaat verzekerd is voor aansprakelijkheid wegens beroepsfouten, welke gemaakt kunnen worden met betrekking tot alle werkzaamheden, die door de wet of het kantoor worden opgedragen. Indien aan vorengenoemde verzekering een bedrag aan eigen risico is verbonden, dan wel indien de schadesom de verzekerde som te boven gaat, dient de patroon c.q. het kantoor deze bedragen voor zijn rekening te nemen.
Begeleiding en opleiding
20
De patroon c.q. het kantoor draagt zorg voor de nodige variatie in de door de stagiaire te behandelen zaken.
Vroegtijdige specialisatie wordt vermeden voor zover zij ten koste zou gaan van de noodzakelijke algemene praktijkervaring. Het is verder van belang dat de stagiaire inzicht krijgt in de organisatorische en administratieve (boekhoudkundige) gang van zaken op een kantoor.
21
De stagiaire heeft recht op een behoorlijke begeleiding. Zijn patroon is voor overleg beschikbaar. Lopende zaken worden regelmatig met de stagiaire doorgenomen. Op zijn verzoek krijgt de stagiaire een werkbeoordeling. Het kantoor bevordert in zijn algemeenheid dat de stagiaire wordt opgeleid tot een advocaat, die zelfstandig kan optreden.
22
De stagiaire wordt in de gelegenheid gesteld de door de Jonge Balie en de landelijke en plaatselijke Orden georganiseerde activiteiten en een redelijk aantal andere voor zijn opleiding nuttige activiteiten tijdens kantoortijd bij te wonen en voor te bereiden en wordt daartoe aangemoedigd door zijn patroon. Hieronder vallen met name het bijwonen en voorbereiden van de Beroepsopleiding advocatuur en andere verplichte opleidingsmaatregelen. In dit verband dient de stagiaire in de gelegenheid te worden gesteld bestuurslid van de Jonge Balie te worden of een andere functie binnen de balie te aanvaarden en die functie naar behoren te vervullen.
De aan een en ander verbonden extra kosten en tijd komen, mits gebruikelijk en redelijk, voor rekening van de patroon c.q. het kantoor. Hiervan zijn uitgezonderd de cursuskosten van de Beroepsopleiding advocatuur, waarvoor geldt het bepaalde in artikel 11 laatste zin.
23
De stagiaire dient de beschikking te krijgen over passende kantoorruimte en voldoende assistentie van kantoorpersoneel.
Beëindiging dienstverband
24
Uiterlijk 2,5 jaar na aanvang van zijn stage dient de stagiaire te vernemen of, en zo ja onder welke voorwaarden, hij na beëindiging van zijn stage als advocaat op hetzelfde kantoor kan blijven.
25
Bij beëindiging van de dienstbetrekking c.q. de samenwerking wordt de stagiaire in de gelegenheid gesteld om vanaf het ogenblik, waarop die beëindiging bekend is, binnen kantoortijd te solliciteren en/of andere met het vinden van een andere werkkring verband houdende maatregelen te nemen, alles mits binnen redelijke grenzen.
Voetnoten
Deze bepaling is hetzelfde gebleven in de Stageverordening 2005.
In deze bedragen is opgenomen een wettelijk bruteringspercentage van 1,9% (met een maximum van € 792 per jaar) dat per 1 januari 2001 geldt vanwege het verdwijnen van de overhevelingstoeslag per die datum.Indien werkgever (patroon) en werknemer (stagiaire) vóór 1 januari 2001 echter zelf nadere afspraken hebben gemaakt over de wijze waarop het verdwijnen van de overhevelingstoeslag wordt opgevangen, dan gelden met ingang van 1 januari 2001 de volgende (geïndexeerde) bruto-maandsalarisbedragen zònder bruteringspercentage:
- —
gedurende het eerste jaar: € 1.713
- —
gedurende het tweede jaar: € 1.951,25
- —
gedurende het derde jaar: € 2.171,33
Zie ook Adv.bl. 2000, 965.
voor 2010: CPI-alle huishoudens, afgeleid (2006 = 100), peildatum oktober
Artikel 12 vervalt met ingang van 1 juni 2008 (zie noot 1). De Algemene Raad heeft — in samenspraak met de Jonge Balie en de plaatselijke Raden van Toezicht — besloten tot schrapping van de vaste onkostenvergoeding van € 80 per maand voor stagiaires. Reden is dat deze vergoeding — door gewijzigde fiscale wetgeving — in de praktijk steeds minder houdbaar bleek en in toenemende mate vragen en problemen met de Belastingdienst opleverde. Deze schrapping betekent géén inbreuk op de arbeidsvoorwaarden voor stagiaires. De algemene artikelen 11 van de Richtlijn en 7 van het Model bieden nog steeds de mogelijkheid een onkostenvergoeding te verstrekken — ook een vaste — mits voldaan is aan de fiscale voorwaarden voor onbelastbaarheid. Doel van de schrapping is het wegnemen van de suggestie dat er — zonder dat voldaan is aan de fiscale voorwaarden — zonder meer recht zou bestaan op een onbelaste vergoeding van € 80 per maand. Zie voor de fiscale voorwaarden: Handboek Loonheffingen 2008 onder 4.4., artikel 15 Wet LB en artikel 47 Uitvoeringsregeling, www.belastingdienst.nl
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft geoordeeld dat een concurrentiebeding in een stageovereenkomst door de Raad van Toezicht getoetst mag worden in het kader van de patronaatsgoedkeuring (zie noot bij artikel 4, eerste lid, Stageverordering 1988 of 2005). ‘De Afdeling neemt daarbij in aanmerking dat tussen patroon en stagiaire een afhankelijkheidsrelatie bestaat. Niet valt uit te sluiten dat een concurrentiebeding de verhouding tussen patroon en stagiaire onder druk zet, hetgeen de opleiding van de stagiaire (dat is het met de patronaatsgoedkeuring te behartigen belang (bew.)) negatief zou kunnen beïnvloeden’. Over het beleid zoals neergelegd in artikel 17 van de Richtlijn merkt de Afdeling op: ‘De Afdeling acht het genoemde beleid van de Nederlandse Orde van Advocaten, noch de invulling daarvan door de Raad van Toezicht, kennelijk onredelijk’ (hetgeen betekende dat het concurrentiebeding te vergaand was en de patronaatsgoedkeuring terecht was onthouden). (Zie AbRvS, 28 december 1999, Adv.bl. 2000, blz. 131) (bew.)Opgemerkt wordt dat de toepassing en invulling van artikel 17 van de Richtlijn (in deze zaak) zich vooral richt op de tweede zin (‘in specifieke locale omstandigheden’) en minder op de arbitrage/bindend adviesclausule van de eerste zin.Aangenomen mag worden, mede op grond van de uitspraak van de Afdeling, dat een concurrentiebeding slechts in uitzonderingsgevallen is toegelaten en dan ook slechts met een zo veel mogelijk beperkte werking. In de enkele gevallen waarin een beperkt concurrentiebeding op zijn plaats zou kunnen zijn, is wel gesuggereerd (o.a. door de Algemene Raad in administratief beroep) dat een relatiebeding (als een bijzonder soort concurrentiebeding) een geschiktere vorm zou kunnen zijn, die doorgaans ook minder belastend is voor de stagiaire.Zie voor rechterlijke uitspraken en beslissingen van de Algemene Raad: www.advocatenorde.nl onder ‘Disciplinaire en andere uitspraken’.
In artikel 18, eerste lid, werd bepaald dat het kantoor de pensioenpremies betaalde, voor zover door de stagiaires weduwen-, weduwnaars- en wezenpensioenpremies waren verschuldigd ingevolge de verordening Weduwen-, Weduwnaars- en Wezenpensioen (verordening no. 7). Deze bepaling is geschrapt, aangezien de Verordening Weduwen-, Weduwnaars- en Wezenpensioen per 1 januari 2000 is ingetrokken. (Zie Stcrt. 1999, 128 en 168.) De Algemene Raad wil daarmee niet suggereren, dat het treffen van een regeling voor de nabestaanden van stagiaires in geval van overlijden geen deel zou uitmaken van een behoorlijk arbeidsvoorwaardenbeleid. (bew.)
De Jonge Balie heeft erop aangedrongen in de Richtlijn op te nemen dat het salaris in geval van ziekte ten minste 52 weken voor de 100% doorbetaald wordt. De Algemene Raad heeft dit, met name gezien de positie van de kleine kantoren, te belastend geacht. Vanzelfsprekend staat het ieder kantoor vrij de 52-wekentermijn aan te houden. (Nota van toelichting Adv.bl. 1996, blz. 890.)