Einde inhoudsopgave
Vertrouwen op informatie bij bestuurlijke taakvervulling (IVOR nr. 83) 2011/6.4.2
6.4.2 Categorieën van dwaling
mr. M. Mussche, datum 30-05-2011
- Datum
30-05-2011
- Auteur
mr. M. Mussche
- JCDI
JCDI:ADS606184:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
De Hullu 2009, p. 356.
Strijards 1983, p. 59-62; Vellinga 1982, p. 162-167.
Pijls 1981, p. 270. Zie ook, maar genuanceerder Vellinga 1982, p. 166.
Kessler 1998, p. 87. Kelk 2010, p. 238 zegt echter: 'Error facti doet zich nogal eens voor in geval van misleiding door derden of van misleidende informatie van derden, op wier gezag de betrokkene redelijkerwijze mocht afgaan.' Deze stelling vindt mijns inziens geen steun in de gepubliceerde jurisprudentie. Feitelijke dwaling speelt wel een belangrijke rol bij de avas wegens voldoende zorgvuldigheid (zie paragraaf 3).
Heijder 1977, p. 73-74.
De scheidslijn tussen de eerste deze categorieën is overigens niet altijd scherp te trekken. Zie bijvoorbeeld HR 24 oktober 1961, NJ 1962, 37 (Tielse boekverkoper).
Feitelijke dwaling en rechtsdwaling zijn niet altijd scherp van elkaar te onderscheiden. De Hullu geeft als voorbeeld van een tussenvorm het beroep van een foutparkeerder dat hij de strepen van zijn parkeervak niet heeft kunnen zien omdat een pak sneeuw dat verhinderde.1 Over het nut en de noodzaak van het onderscheid tussen feitelijke en rechtsdwaling is in de literatuur het nodige geschreven.2 Pijls is van mening dat het geen zin heeft de precieze scheidslijn tussen verschillende dwalingsvormen te zoeken, aangezien het onderscheid geen praktische consequenties (meer) heeft.3 Hij heeft mijns inziens gelijk, maar voor dit onderzoek werkt een categorisering van de dwalingsgronden wellicht verhelderend. De nadruk ligt in het vervolg van dit hoofdstuk op de rechtsdwaling. Zaken waarin een beroep wordt gedaan op dwaling over het geldende recht, de normoverschrijding of het wederrechtelijke karakter van een gedraging zijn veruit in de meerderheid ten opzichte van zaken waarin feitelijke dwaling een rol speelt.4 Binnen de rechtsdwaling kunnen wederom categorieën worden aangebracht. Heijder hanteert de volgende onderverdeling:5
de verdachte heeft al lange tijd een wettelijk voorschrift overtreden en dit is ongemoeid gelaten;
de verdachte brengt onjuiste juridische beschouwingen naar voren;
de verdachte meent te mogen handelen zoals hij deed op grond van ingewonnen advies.6
De eerste categorie betreft het vertrouwen dat kan worden ontleend aan niet ingrijpen door het bevoegd gezag. Dwaling wegens vertrouwen op informatie van gezagsbekleders laat ik in beginsel buiten beschouwing (zie paragraaf 4.5) De tweede categorie ziet niet op een informatieve relatie met derden en kan om die reden worden genegeerd. In het vervolg van dit hoofdstuk bekijk ik daarom slechts de rechtsdwaling uit de derde categorie. Feitelijke dwaling krijgt slechts aandacht voor zover deze is ontstaan door het vertrouwen op informatie van anderen. Voordat ik inga op de casuïstiek van dwaling wegens vertrouwen op informatie van anderen, bespreek ik in de volgende paragrafen eerst wanneer dwaling verschoonbaar is.