BNB 2025/52
Geen vrijstelling van overdrachtsbelasting omdat verbouwing kantoorpand niet leidt tot ‘in wezen nieuwbouw’
HR 31-01-2025, ECLI:NL:HR:2025:157, m.nt. B.G. van Zadelhoff
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
31 januari 2025
- Magistraten
Mrs. Van Hilten, Punt, Fierstra
- Zaaknummer
24/02923
- Conclusie
A-G Wattel
- Noot
B.G. van Zadelhoff
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD2787:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Belastingen van rechtsverkeer / Overdrachtsbelasting
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:157, Uitspraak, Hoge Raad, 31‑01‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 31‑01‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:1283, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 29‑11‑2024
- Wetingang
Art. 15 lid 1 onderdeel a Wet BRV; art. 11 lid 3 onderdeel b Wet OB 1968
Essentie
Geen vrijstelling van overdrachtsbelasting omdat verbouwing kantoorpand niet leidt tot ‘in wezen nieuwbouw’
Samenvatting
Belanghebbende, X BV, heeft de aandelen verkregen in een onroerendezaakrechtspersoon die een kantoorpand bezit. Dat pand was verbouwd, doch volgens het Hof niet zo ingrijpend dat daardoor in wezen een nieuw gebouw is ontstaan. Daarom is de verkrijging van de aandelen niet belast met omzetbelasting, zodat geen vrijstelling van overdrachtsbelasting geldt, aldus het Hof.
HR: Het Hof heeft aan de hand van het arrest HR, BNB 2023/13* beoordeeld of de verbouwing van het kantoorpand tot ‘in wezen nieuwbouw’ heeft geleid. Anders ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.